HET PROJECT MOET EEN VOORBEELD VOOR EUROPESE SAMENWERKING ZIJN
geleiding en twee jaar beheer en onder- houd bedragen €934 miljoen. Vanuit het Connecting Europe Facility fonds (CEF) is een subsidie verstrekt van €48 mil- joen. Van de resterende kosten betaalt Nederland € 190 miljoen en Vlaanderen en Havenbedrijf Gent €696 miljoen. De beheer-en onderhoudskosten zijn door Vlaanderen afgekocht.
Planstudie Eric Marteijn is projectdirecteur namens de opdrachtgever voor de bouw van de Nieuwe Sluis: “Vijf jaar geleden zijn we gestart met de planstudie voor de aan- leg van een Nieuwe Sluis. Parallel aan de planstudie is de aanvraag voor de CEF-subsidie in gang gezet en is gestart met het opstellen van de documenten voor de aanbesteding.” Het planproces is prima verlopen, mede door de strate- gische keuze om de Nieuwe Sluis in te weven in het bestaande complex. Daar- door konden discussies over landschap, natuurwaarden, waterkering en grond- verwerving in een relatief gemakkelijke- re context plaatsvinden. Uit onderzoek bleek voorts dat de extra zoutbelasting op het kanaal als gevolg van de grote- re en dieper gelegen sluis de normen uit de Kaderrichtlijn Water niet zal over- schrijden.
Bij de start van de planstudie is ook een periodiek overleg met de strate- gische stakeholders gestart. Een idee van de stakeholders, namelijk de aan- leg van een doorvaartkanaal, is uitein- delijk door de aannemerscombinatie in haar aanbieding overgenomen. Door de vroegtijdige betrokkenheid van de sta- keholders zijn er slechts 22 zienswij- zen en acht bestuurlijke reacties op het Ontwerp-Tracébesluit gekomen. Uitein- delijk heeft dit geleid tot zeven beroe- pen bij de Raad van State. Eric Marteijn: “Voor zo’n groot project is dat minimaal te noemen. Opvallend aan de beroepen was dat er niemand tegen de sluis was. De bezwaren beperkten zich tot de ster- ke wens vanuit de binnenvaart voor een spuikanaal en verontruste burgers uit Terneuzen, die bang waren voor verzak- king van hun woning door bemaling van het grondwater.”
Eric Marteijn en Frederic van Hoorebeke (r).
Contractvorm Frederic van Hoorebeke is contractma- nager namens de opdrachtgever. “Voor de keuze van de contractvorm zijn we niet over één nacht ijs gegaan. Rijks- waterstaat heeft al veel ervaring opge- daan met DBFM-contracten en recent zijn de Beatrixsluizen in Vreeswijk en de nieuwe zeesluis in IJmuiden onder DBFM op de markt gezet. In Vlaande- ren was de ervaring met DBFM beperk- ter, zeker in de waterbouw. Om die re- den had Vlaanderen veel vragen over de contractvorm en met name over de D- en de M-component van het contract. Bestuurlijk speelde bovendien mee dat er een level playing fi eld moest zijn voor de Nederlandse en Vlaamse waterbou- wers. Dat level playing field vertaalde zich uiteindelijk in een Design en Con- struct contract, waarbij er nog discus- sie is geweest over grote D of kleine d. Uiteindelijk is ervoor gekozen om spe- cifi caties voor te schrijven voor de deu- ren (vier stuks), de basculebruggen en de aandrijfwerken. Vrijheid voor de op- drachtnemer zat hem in de bouw van de kolk en de wijze van bouwen, bijvoor- beeld ‘in den droge’ of ‘in den natte’.”
Nr.2 - 2018 OTAR O Nr.2 - 2018TAR 29
Foto: Patrick Vanhopplinus
Foto: Skypictures
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54