De totale aanneemsom is € 492 miljoen, inclusief € 30 miljoen voor vijftien jaar onderhoud aan de N434. Comol5 be- staat uit de TBI-ondernemingen Mobilis en Croonwolter&dros en daarnaast VIN- CI Construction Grand Projets en DEME Infra Marine Contractors.
Vergunningen Voor het project zijn honderden vergun- ningen nodig. Een eerste mijlpaal werd begin maart bereikt: de gemeente Lei- den verleende de omgevingsvergun- ning voor de bouw van de startschacht van de tunnel. “Het civiele werk kan be- ginnen nu de eerste bouwvergunning is verleend”, zegt Helmut Berkhout, con- tractmanager van de provincie Zuid- Holland. “Een belangrijke mijlpaal.”’ Berkhout heeft er alle vertrouwen in dat de openstelling van de RijnlandRoute zoals beoogd in 2022 gaat lukken. Dan moeten ook de twee andere delen van het project gereed zijn: het aanpassen van de Ing. G. Tjalmaweg in Katwijk, en de Europaweg en Lammenschansplein in Leiden. Deze onderdelen moeten nog worden aanbesteed.
Regionale impuls
Over de aanleg van de verbinding is tientallen jaren gediscussieerd. De N206 in de regio Leiden is een belang- rijk verkeersknelpunt, met geregeld files. Daarnaast staan er in het gebied grote projecten op stapel, waaronder de ont- wikkeling van woningbouwlocatie Val- kenburg. Berkhout: “De verbetering van de verbinding was bij het rijk niet priori-
‘POLDERACHTIGE OPLOSSING’: EEN TUNNEL EN VERDIEPTE LIGGING VAN DE NIEUWE N434
tair. De provincie Zuid-Holland heeft het project daarom uiteindelijk opgepakt om een impuls te geven aan de regio.” Veel verschillende varianten passeer- den de revue. Gekozen is tenslotte voor wat Berkhout noemt een ‘polderachtige oplossing’ van een tunnel en verdiepte ligging van de nieuwe N434 door wei- landen bij Voorschoten. “Regio Holland Rijnland en gemeente Voorschoten be- talen ook flink mee aan de tunnel en de verdiepte ligging van de weg.” De aanleg van een tunnel is een nieuw fenomeen voor de provincie Zuid-Hol- land, zegt Berkhout. “Gekozen is om op dit gebied niet zelf kennis te ontwikke- len, maar om Rijkswaterstaat te vragen om te helpen met het project. Daarbij speelde ook een rol dat grote delen van rijkswegen moeten aangepast.”
Aanbesteding Eind 2014werd een gezamenlijk pro- jectbureau geformeerd, met het Haag- se provinciehuis als basis. “We werken via het model van Integraal Project Ma- nagement. Rijkswaterstaat zorgt voor het contract- en technisch manage- ment, de provincie voor omgevings- management en projectbeheersingsa- specten als planning en financiën. De provincie is politiek en financieel eind- verantwoordelijk voor het gehele pro- ject.” Voor de aanbesteding was rela-
Impressie toekomstig knooppunt Hofvliet op de A4.
tief weinig tijd, aldus Berkhout. ’”Het tijdspad was best krap, dat hebben we ook teruggehoord van de marktpar- tijen. Meestal is er zo’n anderhalf jaar voor een project van dergelijke omvang, maar wij hadden maar acht tot negen maanden. Er was een politieke wens dat de opdracht voor eind 2016 werd ge- gund.” Latere winnaar Comol5 vond de perio- de ook krap, maar volgens projectdirec- teur Robert de Haas had dat toch ook een voordeel. “Hoe meer tijd er is voor zo’n tender, hoe meer kosten je ver- brandt. Het gaat om dure tenders, daar ben je doorgaans een aantal miljoenen aan kwijt.”
Dialoog
De opzet was een concurrentiegerichte dialoog met in de voorfase diverse bij- eenkomsten tussen de geselecteerde partijen en de opdrachtgever. Berkhout: “In die dialoog konden we aangeven waarmee we konden leven, en waarmee niet. Bij het technische voorontwerp van de tunnel wilden we het vertrouwen krij- gen of het tot haalbare oplossingen kon leiden.”
Comol5 bestaat uit vier bedrijven, maar die waren al goed op elkaar ingespeeld omdat ze eerder gezamenlijk hadden getenderd voor de Rotterdamsebaan, zegt De Haas. “Met 60 tot 70 mensen konden we snel bij elkaar komen om te bedenken hoe we ons konden onder- scheiden. Ook om te voorkomen dat het ouderwetse prijsvechterij zou worden.” De aanbesteding ging via de Econo- misch Meest Voordelige Inschrijving (EMVI), waarbij naast prijs andere crite- ria meewegen, zoals effectieve manie- ren om hinder te beperken en een goed plan om de risico’s te minimaliseren. De Haas: “We moesten een open dia- loog met elkaar aangaan. Het was ba- lanceren, want in hoeverre kun je trans- parant zijn? Een concurrent zou er dan misschien ook z’n voordeel mee kunnen doen. Ik vond dat we op onze eigen op- lossingen moesten vertrouwen en dat ri- sico maar moesten accepteren.”
12 Nr.2 - 2018 OTAR
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54