search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Een plateau boven de hokken, zoals hier bij vleesvarkens, is ook toe te passen in traditionele biggenafdelingen en levert vrij eenvoudig en goedkoper extra ruimte voor de dieren op.


Voor- en nadelen van KOH


Voordelen z Beperking speendip waardoor biggen sneller op gewicht komen.


z Mogelijkheid van toomsgewijs of per twee tomen opleggen bij vleesvarkenshouder en te profite- ren van het gezondheidsvoordeel.


z Goed te combineren met 4 of 5 wekensysteem.


z Minder arbeid. Eén keer schoon- maken, tegen twee keer bij traditi- oneel met biggenafdeling.


voor een kraamopfokhok zeker 6,5 vierkante meter. Met een KOH zit je met 14 biggen op 0,46 vierkante meter per big, bij meer biggen per toom wordt de oppervlakte-eis van 0,4 vierkante meter per big beperkend”, stelt Wim Janssen, adviseur varkenshouderij bij Agra-Matic. De grotere oppervlakte per zeug maakt de bouw van


KOH-afdelingen duurder. De meerkosten zitten voorna- melijk in de ruwbouw. Op hokinrichting verschillen tra- ditioneel en KOH niet zoveel van elkaar. Janssen: “€ 350 per vierkante meter is op dit moment heel normaal. Dan rekent een bedrijf voor bijvoorbeeld 1.000 zeugen met KOH’s lastiger. Dan moet je een stuk beter draaien om die meerkosten goed te maken. En de ervaring is dat banken niet scheutig zijn met die extra financiering.”


Vaker plateau’s


Het uitbreiden van het aantal biggenplaatsen blijkt in de praktijk de meest voor de hand liggende oplossing om meer biggen te huisvesten. Dit is in de stallenbouw en vergunningaanvragen te merken. Al is het verlengen


Nadelen z KOH is duurder vanwege groter oppervlakte.


z Gemiddeld KOH heeft een opper- vlak van 6,5 m2


. Bij 0,4 m2 per big


biedt het KOH plaats tot maximaal 16 biggen.


z Toomsgewijze afzet of twee to- men bij elkaar is er in de vleesvar- kenshouderij vrijwel niet en dus komt de meerwaarde niet tot ui- ting in de biggenprijs.


van een stal of bouwen van een compleet nieuwe stal niet zo eenvoudig meer te realiseren. Er hangt een lang traject van vergunningaanvragen en de daarbij behoren- de kosten aan vast. Bovendien moet het in het bouwblok passen. Een bouwblokuitbreiding is voor veel bedrijven veelal onmogelijk en een kostbare aangelegenheid. Om toch voldoende oppervlakte voor de biggen te hebben en zo te kunnen voldoen of blijven voldoen aan bijvoorbeeld het Beter Levenkeurmerk, kiezen zeugen- houders ervoor om plateau’s te plaatsen in de bestaande afdelingen. Grootste voordeel is dat plateau’s snel en re- latief goed te realiseren zijn. “Een plateau kost zo’n € 75 per biggenplaats terwijl een complete stal al vlot € 250 per biggenplaats kost”, rekent Pijnenburg. Ondanks de lagere kosten kleven er ook nadelen aan plateau’s. Het schoonmaken van de biggenstal kost meer arbeid en de controle van de biggen kan meer moeite kosten omdat het overzicht over de hokken wat belemmerd wordt. Dit weegt niet op tegen het snel en goedkoop uitbreiden van biggenplaatsen.


Voorsorteren op vrijloop


Verplichting van het vrijloopkraamhok is een kwestie van tijd. Reden voor zeugenhouders er nu al op voor te sorteren door extra ruimte in de kraamstal te creëren.


Bij nieuwbouw of renovatie worden nog weinig plannen uitgevoerd met vrijloop- kraamhokken. De combinatie met opfok van gespeende biggen is volgens stalinrich- ters nog zeldzamer. Vrijloopkraamhokken vragen meer ruimte en zijn qua inrichting ook duurder dan bestaande systemen. Toch houden zeugenhouders bij hun plannen wel degelijk rekening met de mogelijkheid van vrijloopkraamhokken, ook al bouwen ze traditioneel. Deze voorsortering heeft alles met toekomstige regelgeving te maken. Daniël Struik van de Oosthof: “Je kunt op je vingers natellen dat er ooit een verplich-


ting komt. Dan moet je zo min mogelijk hoeven te veranderen om aan die eis te voldoen.” Vandaar dat stallenbouwers met name in Brabant al rekenen met vrijloop. Zeugenbedrijven vragen vergunningen


aan waarbij ze de extra benodigde ruimte al wel mee rekenen. Dit kan door bijvoorbeeld vier controlepaden in een afdeling op te nemen waarbij de buitenste twee paden op den duur probleemloos bij de kraamhokken getrokken kunnen worden. De ruwbouw gaat een jaar of 30 mee en de verwachting is dat in de toekomst het bouwen van nieu- we stallen er niet makkelijker op wordt.


BOERDERIJ 104 — no. 40 (2 juli 2019) 47


FOTO: RUUD PLOEG


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76