soms wat spoorgevoelig. Tot vorig jaar konden veehou- ders sporen lostrekken vóór de inzaai van vanggewas. Nu vreest hij dat dit niet meer kan als het vanggewas er al staat. En dat is nadelig voor de structuur van de bodem.
Weidevogels
Een ander aspect, dat losstaat van de teelt, maar wel maatschappelijk speelt, is dat de bewerking effect heeft op de weidevogels. Paul Arink, bedrijfsleider bij loonbe- drijf Sturris in Ruurlo (Gld.) meldt dat specifiek. Want weidevogels nestelen niet alleen in de weide maar ook op bouwland. Arink heeft verschillende nesten, tweede leg, van scholeksters gezien. Hij geeft aan dat de politiek moet beseffen dat dit soort eisen en verplichtingen, die
zij ook invoeren, schade kunnen berokkenen. Dat wordt onderschreven door de Vogelbescherming (zie kader Onderzaai zet weidevogels nog verder onder druk).
Afwachten
Samenvattend vinden de loonbedrijven dat de onderzaai goed is verlopen. Het is nu afwachten hoe de onderzaai zich ontwikkelt tot en na de maisoogst. Dat bepaalt de animo en bereidheid om dat volgend jaar opnieuw te doen. Een tegenvallend jaar levert afhakers op die volgend jaar kiezen voor de vroegste rassen om dan maar op datum te oogsten. Maar de loonbedrijven vrezen ook dat dit een logistieke uitdaging zal zijn. Niet iedereen kan op 30 september aan de beurt zijn om te hakselen.
Onderzaai zet weidevogels nog verder onder druk
Onderzaai in mais geeft een extra be- werking. Er moet door het gewas gere- den worden en veel onderzaaimachi- nes zijn uitgevoerd als een schoffel die aangepast is om ook te kunnen zaaien. Ook wordt met tanden gewerkt om het zaad enigszins in te werken. Dat betekent een oppervlakkige grondbe- werking waar weidevogels wel schade van kunnen ondervinden. Volgens Marieke Dijksman van de
Vogelbescherming zijn er een aantal vogelsoorten die rond deze perio- de nog een tweede legsel hebben.
Sommige soorten kunnen zelfs tot in augustus nog kuikens hebben. Ze geeft daarbij aan dat absolute aantallen in maisland niet bekend zijn, maar de aanname is dat het in mindere mate geldt voor veldleeuwe- rik, gele kwikstaart en graspieper, en in meerdere mate voor scholeksters en kieviten. Kieviten en scholeksters kunnen nog een tweede legsel hebben en rond 15 juni uitkomende eieren of kleine kuikens hebben. Eieren gaan bij bewerking verloren en heel kleine
kuikens zijn zeker niet in staat om machines voor te blijven. De kuikens van gele kwikstaart, graspieper en veldleeuwerik zijn nestblijvers; zeker de eerste tien dagen na uitkomen zijn ze aan het nest gebonden en zijn ze dus niet in staat om te vluchten. Daarom stelt de vogelbescherming dan ook dat onderzaai een extra negatieve factor betekent voor de weidevogels die het toch al moeilijk hebben. Vanuit vogelperspectief heeft het gelijktijdig inzaaien van mais en gras dus de voorkeur, zegt Dijksman.
BOERDERIJ 104 — no. 40 (2 juli 2019) 27
Het gros van de loonbedrijven voert onderzaai uit vlak voor sluiten van het gewas met Italiaans raaigras. In een iets eerder stadium wordt ook Engels raaigras gebruikt. Rietzwenk wordt gelijktijdig met de mais gezaaid.
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76