RUNDVEEHOUDERIJ
Regels, controle en sancties
De NVWA geeft aan dat de maisteler op zandgrond in de regel twee mogelijkheden heeft om de groenverplichting in te vullen. Dat kan door vóór 1 oktober de snijmais te oogsten en vervolgens direct een vangge- was in te zaaien. Andere optie is tijdens het groeiseizoen onderzaai uit te voeren, zodat het maisgewas later dan 1 oktober geoogst kan worden. Een eventueel alternatief is om vóór 1 oktober bij
RVO.nl te melden dat uiterlijk 31 oktober een wintergraan wordt ingezaaid dat in het volgende kalenderjaar als hoofdteelt dient. Voor korrelmais geldt ook een latere inzaaidatum. Het vanggewas moet direct aansluitend op de snijmaisoogst worden geteeld, met uiterste datum 1 oktober. Er kan dus op 1 oktober worden geoogst en gezaaid. Het perceel zal dan nog niet groen zijn.
Inspectie De NVWA maakt bij de inspecties op de naleving gebruik van efficiënte technieken en methoden. Waar mogelijk zal risico-geba- seerd gecontroleerd worden. Zo is er bij de controles in teeltjaar 2018 gebruik gemaakt van de analyse van satellietbeelden. De kwaliteit van satellietdata neemt jaarlijks toe evenals ondersteunende technieken als beeldherkenning en geautomatiseerde beeldverwerking, zo geeft NVWA aan. De NVWA blijft werken aan het optimaliseren van de handhavingsmix.
Onderzaai niet geslaagd Bij een niet geslaagde opkomst zal aan- getoond moeten worden wat de oorzaak is. Het is de verantwoordelijkheid van de landbouwer zelf om aan te tonen dat hij/zij ‘goede landbouwpraktijken’ heeft toege- past. Bij het telen van een vanggewas na maïs op zand- en lössgronden gaat het erom dat de nitraat die nog in de teeltlaag van de bodem aanwezig is, zo goed mogelijk wordt opgenomen door het vanggewas. Het is daarom belangrijk dat een vanggewas zich voldoende kan ontwikkelen na de inzaai. Het ideaal daarbij is dat er een maand na 1 oktober een zodanig gewas staat dat dit de bodem bedekt, zo stelt NVWA. Hoewel veel veehouders de gehele teelt uitbesteden aan het loonbedrijf blijft de eigenaar van het perceel verantwoordelijk voor de verplich- tingen van zijn percelen.
Overtreding Bij niet voldoen aan de regels geeft het interventiebeleid aan dat er een Bestuurlijke Strafeschikking Milieu Maatregel dan wel Proces Verbaal opgemaakt kan worden. De hoogte van de boete wordt bepaald door het Openbaar Ministerie. Bij niet voldoen aan de vanggewasver-
plichting door derogatiebedrijven wordt ook een rapportage naar
RVO.nl gestuurd die daarop een passende maatregel neemt en mogelijk de derogatie kan laten vervallen.
raaigras en pas bij sluiten van het gewas voor Italiaans. Zo spreidt hij de onderzaai over langere periode. Door de vrij koude en droge maand mei kozen meer maistelers voor onderzaai. KNMI-cijfers tonen dat de gemiddelde temperatuur in mei dit jaar 11,7 graden was. Normaal is dat 13,1 graden. Daardoor ontwikkelde de mais zich na zaai maar heel matig. Dat maakte een flink aantal maistelers toch zenuwachtig, zo melden de loon- bedrijven. Angst voor niet-rijpe mais eind september, maakte dat telers daarom toch alsnog kozen voor zeker- heid door onderzaai, zo schetst loonbedrijf Markvoort in Markelo (Ov.).
Goed contact
Sommige loonbedrijven hebben zich flink ingespannen om onderzaai via nieuwsbrieven en voorlichtingsavon- den onder de aandacht te brengen. Dat geeft ze een goed beeld van de bereidheid om onderzaai uit te voeren. In de meer noordelijke provincies lijkt de deelname ook wat hoger te liggen. Daar start de maisoogst vaak later en voor de meesten is 1 oktober verplicht de mais weg heb- ben te vroeg. Maurice Steinbusch, secretaris loonwerk bij Cumela, ziet ook dat in de meer noordelijke pro-
26
vincies meer animo is, en dat daar meer bekendheid is met onderzaai. Het contact tussen de loonbedrijven en de telers is extra verstevigd doordat vóór de bespuiting van de mais tegen onkruid nog eens gepolst is of telers wel of geen on- derzaai willen toepassen. Ook gebroeders Eugelink in Laag Keppel (Gld.) heeft dat gedaan. Reden is dat bij onderzaai terug- houdend of geen gebruik wordt gemaakt van bodemherbiciden in de tankmix. Als de loonbe- drijven dat niet zouden doen, komt er van de onderzaai weinig terecht. En hoewel de loonwerkers de werkzaam- heden uitvoeren blijft de grondeigenaar wel eindverant- woordelijk om aan de verplichtingen te voldoen, zo stelt NVWA. (zie kader Regels, controle en sancties).
Graskeuze Veel onderzaaimengsels zijn op basis van (grotendeels) Italiaans raaigras. Toch is dat niet overal de eerste keuze. Zo geeft Ebel Brandsema van WECO de Hondsrug in Borger (Dr.) aan vooral Engels raaigras te gebruiken. Reden is dat de maisteelt in de regio frequent wordt afgewisseld met de teelt van aardappelen, al dan niet in verhuur. En onder Italiaans raaigras vermeerdert het aardappelcystenaaltje, waar Engels raaigras dat juist tegen gaat. Hij tipt zo gelijk ook maistelers in andere gebieden, die overwegen om in de aankomende jaren grond te verhuren voor de aardappelteelt, daar rekening mee te houden.
Loonbedrijf Blankespoor in Harskamp (Gld.) heeft bij zo’n 80% van zijn klanten onderzaai uitgevoerd. Blan- kespoor ziet wel een gevaar. In zijn gebied is de grond
BOERDERIJ 104 — no. 40 (2 juli 2019)
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76