ONDERNEMEN INTERVIEW
‘Gat in ziektebestrijding door opheffen schappen’
Sinds het verdwijnen van de productschappen is het moeilijker om een dierziekte sectorbreed aan te pakken, ziet GD-directeur Ynte Schukken. “Het sectorstuur is weg.”
door Lydia van Rooijen en Eric Beukema D
e Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) be- staat een eeuw. 100 jaar geleden, in 1919 in Leeuwarden, begonnen de bond van Friese Zuivel Coöperaties en het Fries Rundvee Stamboek met de bestrijding van runder-tbc in het noor- den van het land. “Het jubileum is een mooi moment om even stil te staan”, zegt directeur Ynte Schukken. “Even om je heen kijken en vaststellen: dit zijn we, hier komen we vandaan en dáár willen we heen. We hebben veel bereikt in die jaren. Ik denk dat wij op gebied van transparantie van diergezondheid wereldleider zijn.”
Op welke manier onderscheidt Nederland zich? “We zijn dagelijks beschikbaar voor veehouders, dieren- artsen, bedrijfsleven en overheid. We krijgen signalen uit het hele land binnen. Jaarlijks hebben wij zo’n 10.000 dieren in onze sectiezaal die letterlijk van binnen en van buiten bekeken worden. Maar ook, als er ergens in een regio in Nederland een daling in de productie wordt gesignaleerd, dan gaat hier een belletje rinkelen. Heel vaak is zo’n belletje een ‘vals positief’ signaal, dan is er dus niks aan de hand. Maar heel af en toe is het een echt signaal. Dat systeem, waarmee we direct weten wanneer er iets aan de hand is, is volgens mij uniek in de wereld.”
Zien veehouders dat ook zo?
“De diergezondheidsmonitoring in Nederland wordt uitgevoerd in opdracht van de overheid en de sectorpar- tijen. Nederland is een exportland. Veehouders begrij- pen dat dit belangrijk is. Bij ondernemingen die hun producten in het buitenland afzetten, is het draagvlak groter, omdat ze daar nog eerder het belang van zien. En als je het afpelt naar de individuele veehouder, zie je wat meer dat het belang vaker moet worden uitgelegd, om- dat dit voor de veehouder ook inspanningen en kosten met zich meebrengt.”
12
Is dat lastig om deze mensen van het nut te overtui- gen?
“In het begin bij de oprichting van GD, in 1919, waren niet alle veehouders ervan overtuigd dat tbc uitroeien een prioriteit was. Maar ook dierenartsen gingen er toen niet altijd in mee, omdat ze hierdoor het gevoel kregen dat ze hun autonomie kwijtraakten. Ook was er weer- stand bij de overheid, omdat de aanpak per regio nogal verschilde. Als laatste was er nog een concurrerend lab, dat vond dat het allemaal anders moest.”
Vinden boeren het dan geneuzel? “Als de sector iets belangrijk vindt, betekent dat niet dat iedere individuele veehouder of dierenarts het daarmee eens is. Nederland is coöperatief, dat werkt goed. Samen stappen maken, maar het druist soms in tegen het vrij- heidsgevoel van de individuele ondernemer.”
De afgelopen maanden zijn er nogal wat verschil- lende dierziektes in het agrarische nieuws geweest. Bij varkens, kippen, runderen, schapen… Is dat een resultaat van jullie strikte monitoring of een teken dat er veel heerst?
“Beide eigenlijk. Bijvoorbeeld de besmettelijke zeef- beentumor bij schapen; daar willen we bovenop zitten. Dat is lastig, vooral sinds het opheffen van de product- schappen. Het stuur van de sector is daardoor eigenlijk weg. Het is eigenlijk niet meer mogelijk om als sector preventiemaatregelen op te starten.
Dat is zorgelijk, als diergeneeskundige zie ik hier een gat. Er is een aantal belangrijke aandoeningen, dat niet meldingsplichtig is, maar wel veel schade kan veroorza- ken. Daar is nu geen bevoegde organisatie meer die een maatregel kan opleggen. Voorheen hadden de product- schappen die bevoegdheid.”
Hoe moet dat gat worden gedicht? “Daar heb ik geen hapklare oplossing voor. Wij zijn geen
BOERDERIJ 104 — no. 40 (2 juli 2019)
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76