search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
ONDERNEMEN INTERVIEW


GD wil internationaal verder groeien


In het begin van deze eeuw zijn de regionale Gezondheids- diensten in Gouda, Drachten en Boxtel gesloten. De ge- zondheidsdienst ging als zelfstandige onderneming verder vanuit Deventer als GD. “Voor veehouders en dierenartsen was het juist makkelijker dat ze een min of meer regionaal punt hadden, waar ze ook meer binding mee hebben en de kennis over de sectoren aanwezig is. In Deventer beschikt GD over één van de modernste veterinaire laboratoria ter wereld”, aldus directeur Ynte Schukken. In de toekomst richt GD zich op innovatie. “Om te kunnen


innoveren moet je als bedrijf gezond blijven groeien. In Ne- derland kan dat eigenlijk niet echt meer, dus we zijn begon- nen met dochterbedrijven, laboratoria in onze buurlanden Duitsland en België.” Het streven is om uit de internationale tak in 2025 25% van de omzet te halen, dat is nu zo’n 12%.


wetgever, dus wij kunnen en mogen dat niet doen. Zou- den we ook niet willen. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de sectoren en de overheid. Wij hebben de kennis, maar er moet ook iemand zijn om het op te pakken. Dat zien we nu met de uitbraak van de vogelgriep H3N1. De ziekte is besmettelijk en heeft al tientallen bedrijven in België geraakt, maar er is geen mogelijkheid om daar in Nederland wat tegen te doen. Een ander voorbeeld is Ne- wcastle Disease (NCD). Als dit in België voorkomt, zou- den we graag een zone in Zuid-Nederland inrichten van bedrijven die preventief een keer extra vaccineren. Maar dat kan de sector op dit moment niet afdwingen, het is niet mogelijk om een gezamenlij- ke aanpak op te leggen, terwijl dit voor besmettelijke infectieziekten wel essentieel is. Voor met name infectieziekten is het nodig dat een groot aandeel van de bedrijven vaccineert. 90% dekking is dan niet altijd genoeg. Je moet op populatie- niveau denken. Op die 10% bedrij- ven kunnen juist de infectiehaarden ontstaan.”


Hoe kijkt u tegen de Nederlandse veehouderij aan?


“Ik vind dat Nederland het heel goed doet. Ik zit ook in de Raad voor Dierenaangelegen- heden, dus dan heb ik het, behalve over diergezondheid ook over dierenwelzijn. Er is veel veranderd, we zijn van de legbatterij af, de zeugenhuisvesting is flink verbe- terd, de grupstal heeft plaatsgemaakt voor de loopstal en vleeskalveren worden in groepen gehuisvest. Dat is indrukwekkend. Er wordt geluisterd naar de consument, en dat is ook nodig, want die consument moet het willen kopen.


Aan de andere kant zie ik een framing van de veehou- derij. Dat is een mix van emotie en ratio. Ik denk dat de veehouderij daar wat mee moet, want sommige dingen


14


die geroepen worden, kloppen niet. Dat doet soms ook pijn om te lezen.”


Ligt daar een rol voor GD in?


‘Sommige dingen die geroepen worden, kloppen niet. Dat doet soms ook pijn om te lezen’


“Wij leveren graag de kennis, we zijn geen opiniema- ker. We zijn er voor de veehouders, dus als er gevraagd wordt om feiten te leveren voor bijvoorbeeld een verhaal over kalversterfte, een emotioneel onderwerp, doen we dat. Dan leggen we bijvoorbeeld uit dat het in de media gebruikte getal van 13% kalversterfte bestaat uit onge- veer 9% sterfte vóór de geboorte, inclusief bijvoorbeeld abortus en te vroeg doodgeboren tweelingen en onge- veer 4% sterfte bij de levend geboren kalveren. Dat geeft denk ik een goede nuance ten aanzien van de zorgkwaliteit van de veehouders.”


Wat zijn de gevaren voor de dier- gezondheid in de toekomst? Kun- nen we bijvoorbeeld veel nieuwe ziekten verwachten? “Het opsporen van onbekende aandoeningen of ziekteverwekkers is een van de drie doelen van de diergezondheidsmonitoring. In de praktijk gaat het niet altijd over een nieuwe aandoening. Het lijkt dan


soms een nieuwe ziekte, maar het is vaak een mutatie van een bestaand virus, dat dus ook een ander ziekte- beeld geeft. Of ziekten die van de ene naar de andere soort ‘overspringen’, een species-jump. Maar we hebben nieuwe omstandigheden waar we op in moeten spelen. Blauwtong is bijvoorbeeld naar Nederland gekomen vanwege de klimaatverandering. Het is een gevolg van geïnfecteerde insecten die naar een meer noordelijke locatie komen en de ziektes meenemen. Voor ons zijn dit dan dus nieuwe ziekten waar we mee moeten leren dealen. Dat zal altijd wel zo blijven, er is immers nooit een wereld zonder ziekten.”


BOERDERIJ 104 — no. 40 (2 juli 2019)


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76