949 | WEEK 44-45 28 OKTOBER 2020
HOOP VAN ZEGEN VIST OP FOSSIELEN IN DE WESTERSCHELDE ‘Een bijzondere vangst zit er elk jaar weer bij’
43
Jan Sjoerd van Dokkum poseert met een opgevist opperdijbeen (rechts) en een stuk schedel van een mammoet.
URK Het is weer eens wat anders: geen vis uit zee omhoog halen in de netten, maar mam- moettanden en -kiezen, verweerde neus- hoornbotten en heel veel andere fossie- len uit lang vervlogen tijden. Jan Sjoerd van Dokkum uit Urk doet het met veel plezier twee weken per jaar in de Westerschelde in Zeeland.
TRUUS DEN HARTOG
De UK12 ‘Hoop van Zegen’ van Klaas en Louwe- Geert, de broers van Jan Sjoerd die gewoonlijk op garnalen vissen voor de Noordzeekust, vaart eens per jaar uit naar de Westerschelde om fos- sielen naar boven te halen uit de vaargeul. Dat is de plaats waar je de grootste kans hebt op fossielen in de Nederlandse wateren, omdat in de vaargeul van 35 tot 40 meter diepte grote zeeschepen de grond omwoelen en er zo voor zorgen dat de botten naar boven komen.
Met de boomkor maken zij een trek van 10 mi- nuten en brengen de buit aan dek. Na het ver- wijderen van de stenen en andere ongerech- tigheden blijven de fossielen over. Hoewel het geen garnalennetten zijn, maar stevige sleep- netten met grove mazen met pluis om slij- tage te verminderen, komen de netten vaak
beschadigd naar boven. Dan moet er eerst ge- boet worden en dan pas kunnen zij beginnen aan de volgende trek.
“Het is vermoeiend werk”, vertelt Jan Sjoerd. “Vieren, halen, veel boeten, kostbare stukken uitzoeken en de stenen terug overboord gooi- en. ’s Avonds liggen we in Terneuzen of een andere haven in de buurt. En in het weekend gaan we naar huis. Aan boord zijn mijn vader, mijn twee broers en de deskundigen Klaas Post en Albert Hoekman. Klaas is gespecialiseerd in dolfijnen en walvissen, terwijl de expertise van Albert ligt op het vlak van de mammoeten en sabeltandtijgers.”
Nadat de botten zijn uitgezocht, worden deze schoongemaakt en meegenomen naar een ruimte waar alles wordt onderzocht, geres- taureerd en gepolijst. De bijzondere exempla- ren worden verkocht aan musea en aan lief- hebbers – vooral Chinezen. Een bijzondere tentoonstelling is momenteel te zien in het Natuurhistorisch Museum aan de Westzeedijk in Rotterdam.
Dit jaar is de reis naar de Westerschelde ove- rigens niet doorgegaan, omdat er nog veel voorraad was dat behandeld moest worden. “Jammer”, vindt Jan Sjoerd, “maar volgend jaar gaan wij zeker weer.” Zij zijn al eens op de Duitse tv geweest en hebben al verschillende onderzoekers aan boord gehad. “Een bijzonde- re vangst zit er elk jaar weer bij.”
Vissersjargon Over het fossielvissen op de Westerschelde heeſt Jan Sjoerd van Dokkum een mooi werk- stuk met vissersjargon gemaakt, voorzien van vele interessante foto’s, waar de vissermannen op staan met hun gevangen fossielen van meer dan 13.000 jaar tot veel ouder, van soms mil- joenen jaren geleden, toen de Noordzee nog uit steppen en bos bestond.
Het is hard werken op de dagen dat er gevist wordt. Aan het eind van de week worden de fossielen afgeleverd in Vlissingen en gaat de vangst op transport naar Urk, waar de vondsten verder behandeld worden door de deskundi- gen. Op vrijdag worden de netten weer in orde gemaakt voor de volgende week. Een stukje vaktaal uit het werkstuk waar ie- mand die niet met de visserij te maken heeſt
moeite mee zal hebben, maar wat aangeeſt dat ook de laatste dag van de week nog hard gewerkt moet worden: ‘Aan het einde van de week moeten de tuigen worden binnen gepakt. Dat gaat als volgt: de schipper zet de gieken en tuigen tot half op. De zakken worden tot aan het jumperblok getrokken. Dan stroppen we het net af, hier gaat de jumperlijn in - zodat het net hoger kan worden opgetrokken. Vervolgens zet de schipper beide gieken en tuigen nog ho- ger op. Nu hangen de tuigen boven het dek, de wekker en kietelaars worden naar binnen ge- trokken en de tuigen gaan zak’. (Uit: Vissen op fossielen)
Vissersfamilie De vader van Jan Sjoerd vist al zijn hele leven op garnalen en is op een gegeven moment ge- vraagd om op de Westerschelde fossielen van de bodem te halen. Dat was met de UK190. En nu op de UK12 van de broers van Jan Sjoerd gaat vader Van Dokkum nog wel mee naar de Westerschelde als extra kracht. Jan Sjoerd: “Het is een gebied waar goed opgelet moet worden met zo veel zeevaart. Een paar extra ogen is dan welkom.”
Jan Sjoerd is nog in opleiding. Hij zit in het laatste jaar SW5 op ROC Friese Poort in Urk en als hij daarmee klaar is volgt het echte werk. Garnalen, twinrig, flyshoot en boomkor; dat kent hij nu, maar zeer waarschijnlijk wordt het toch ook weer de garnalenvisserij. Dat vindt hij het mooiste en dan ben je in de weekenden thuis.
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48