search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Wie schenkt als de schenker is gehuwd in wettelijke gemeenschap van goederen?


bedrag in 2001 alleen door haar vader aan haar geschonken. De Rechtbank overweegt dat de fiscale wetgever heeft beoogd in art. 1 SW één op één aan te sluiten bij het civiele recht. Uit de parlementaire geschiedenis met betrekking tot de legitieme portie en de inbrengregeling (zie TK 17141, nr 26 blz. 15 en 22) volgt dat schenkingen (giften) alleen en volledig moeten worden toegerekend aan degene die daarbij als schenker partij is, zodat alleen de persoon die als partij is betrokken bij de rechtshandeling, wordt aangemerkt als schenker. De Rechtbank volgt in haar uitspraak de conclusie van de Hoge Raad in het arrest van 23 april 1993 (ECLI:NL:HR:1993:ZC0937), waarin is geoordeeld dat de enkele omstandigheid dat men in wettelijke gemeenschap van goederen is gehuwd, niet meebrengt dat een echtgenoot (mede) partij is bij een door de andere echtgenoot aangegane rechtshandeling. De Rechtbank leidt uit het arrest van 20 januari 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BU5651) af dat de Hoge Raad geen ruimte heeft gezien om in het kader van art. 10 SW af te wijken van de civielrechtelijke uitleg van het begrip ‘partij’. Volgens Rechtbank Noord-Nederland ligt het daarom voor de hand dat die ruimte er ook niet is in het kader van artikel 1 lid 7 SW, temeer niet nu die bepaling uitdrukkelijk verwijst naar en aansluit bij de uitleg van het begrip ‘gift’ volgens het civiele recht. De moeder heeft daarom volgens de Rechtbank fiscaal geen schenking gedaan. Ook tegen deze uitspraak is geen hoger beroep aangetekend.


Verdieping


Toerekening gift aan schenkende echtgenoot in civielrechtelijke zin


De procedure voor Hof Arnhem-Leeuwarden (21 oktober 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:8057) zag op de afwikkeling van de nalatenschap van de moeder van partijen. Vader en moeder waren in gemeenschap van goederen gehuwd, uit welk huwelijk een zoon en twee dochters waren geboren. Vader had in het verleden aan zijn zoon onroerende zaken verkocht. Vader is als eerste overleden. De enige erfgenamen van vader waren zijn echtgenote en de drie kinderen. In zijn testament had vader een ouderlijke boedelverdeling opgenomen. Moeder is in 2010 overleden en de drie kinderen waren haar enige erfgenamen. Haar beide dochters hebben haar nalatenschap verworpen en hebben hierbij ieder verklaard dat zij hun legitieme portie in haar nalatenschap wilden ontvangen.


Tip!


Als verwacht wordt dat een in gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoot binnenkort zal komen te overlijden, is het verstandig dat alleen de andere echtgenoot de schenkingsovereenkomst sluit, omdat het voor de schenkbelasting nog geen uitgemaakte zaak is of een dergelijke schenking slechts aan de schenker of aan beide echtgenoten wordt toegerekend.


Externe bronnen


Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30 januari 2020, nr AWB – 17_3689 en 17_3690, ECLI:NL:RBZWB:2020:404 Rechtbank Noord-Nederland 19 november 2020, nr 19/11, ECLI:NL:RBNNE:2020:3983 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 oktober 2014, nr 200.137.319, ECLI:NL:GHARL:2014:8057 Hoge Raad 23 april 1993, nr 14951, ECLI:NL:HR:1993:ZC0937 Hoge Raad 20 januari 2012, nr 10/04493, ECLI:NL:HR:2012:BU5651


8


PE Notariaat 2021/2


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40