Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet per 2021
effectiviteit van de NSW. Deze aanbevelingen zijn aanleiding geweest om per 2021 het Rangschikkingsbesluit (hierna tevens: RB NSW) aan te passen. Hierna worden de belangrijkste aanpassingen en de gevolgen hiervan voor bestaande rangschikkingen besproken.
Wanneer is sprake van een landgoed in de Natuurschoonwet 1928?
Onder een landgoed verstaat de wet (art. 1 lid 1 onder a NSW): een in Nederland gelegen onroerende zaak, welke geheel of gedeeltelijk is bezet met natuurterreinen, bossen of andere houtopstanden. Onder het begrip valt ook een onroerende zaak waarop een buitenplaats of andere, bij het karakter van het landgoed passende opstallen, voorkomen. Vereist is dat het blijven voortbestaan van die onroerende zaak in zijn karakteristieke verschijningsvormen wenselijk is voor het behoud van het natuurschoon.
Art. 1 lid 2 NSW creëert de mogelijkheid om nadere voorwaarden te stellen waaraan een onroerende zaak moet voldoen om te kwalificeren als een NSW-landgoed. Deze voorwaarden zijn vastgelegd in art. 2 lid 1 Rangschikkingsbesluit NSW. Het landgoed moet aan de volgende voorwaarden voldoen: • de oppervlakte van de onroerende zaak bedraagt ten minste 5 hectare;
• terreinen en wateren behorende tot de onroerende zaak vormen een aaneengesloten gebied;
• de oppervlakte van de onroerende zaak is voor ten minste 30% bezet met houtopstanden of natuurterreinen; en
• het soort gebruik dat van de onroerende zaak wordt gemaakt, maakt geen inbreuk op het natuurschoon.
Per 1 januari 2021 is aan deze voorwaarden in art. 2 lid 5 Rangschikkingsbesluit NSW nog een extra voorwaarde toegevoegd, namelijk de voorwaarde dat de natuurterreinen op landgoederen zelfstandig dan wel gezamenlijk met direct daaraan grenzende houtopstanden een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 0,5 hectare moeten hebben. De ratio achter deze nieuwe voorwaarde is dat hiermee moet worden gewaarborgd dat de aanwezige natuur op een landgoed voldoende ‘robuust’ is om een bijdrage te kunnen leveren aan het natuurschoon.
Voor de situatie dat door de aanpassing van het rangschikkingsbesluit per 2021 een landgoed niet langer aan de voorwaarden voor rangschikking voldoet, is
overgangsrecht geschreven. Hierna wordt uitgebreider ingegaan op de wijzigingen per 2021 en het overgangsrecht.
Wijzigingen Rangschikkingsbesluit per 2021
Op 1 januari 2021 is het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet op een aantal punten gewijzigd en aangescherpt.
Zoals hiervoor genoemd betreft de eerste aanpassing in het gewijzigde Rangschikkingsbesluit een aanvullende voorwaarde voor rangschikking, inhoudende dat de natuur op een landgoed een aaneengesloten oppervlakte van minimaal 0,5 hectare moet omvatten. Deze aanvullende voorwaarde is opgenomen in art. 2 lid 5 RB NSW. De gedachte achter deze aanscherping is dat natuur op nieuwe en bestaande landgoederen in termen van kwantiteit en kwaliteit voldoende substantie moet hebben om een bijdrage te kunnen leveren aan het natuurschoon op landgoederen.
Voor landgoederen met een oppervlakte tussen de één en vijf hectare die gezamenlijk gerangschikt zijn (hetzij door middel van een aanleunrangschikking, hetzij door middel van een samenwerkingsrangschikking), wordt vanaf 1 januari een strengere eis gesteld aan het percentage aanwezige houtopstanden of natuurterrein. Tot 2021 was een bezetting van 30% voldoende. Vanaf 2021 geldt als voorwaarde dat het landgoed voor ten minste 50% bezet moet zijn met houtopstanden of natuurterreinen. Deze verzwaring is opgenomen, omdat uit de evaluatie was gebleken dat met name de kleinere landgoederen een relatief kleine bijdrage leveren aan het natuurschoon. Om deze reden kunnen bovendien landgoederen met een oppervlakte kleiner dan één hectare per 2021 niet langer door middel van een aanleunrangschikking worden gerangschikt. Daarbij is een uitzondering gemaakt voor landgoederen die bezwaard zijn met een recht van vruchtgebruik of een recht van erfpacht, waarbij de hoofdgerechtigde van het betreffende landgoed de eigendom heeft van het aangrenzende hoofdlandgoed waarbij wordt aangeleund. In deze situaties wordt het behoud en beheer van het aanleunende landgoed geacht goed gewaarborgd te zijn, doordat de hoofdgerechtigde van het hoofdlandgoed eisen kan stellen aan de wijze van onderhoud en het uiterlijk van het aanleunende landgoed.
Om te waarborgen dat ook landgoederen waarop golfbanen zijn gelegen een bijdrage leveren aan het natuurschoon, geldt
www.pe-notariaat.nl 27
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40