search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet per 2021


per 2021 ook voor deze landgoederen een verzwaring van de eis van bezetting met houtopstanden of natuurterrein van 30% naar 50%. Landgoederen met één of meer golfbanen kunnen vanaf 2021 alleen nog gerangschikt worden als de oppervlakte van iedere golfbaan voor ten minste 50% bezet is met houtopstanden of natuurterreinen. Alleen wanneer golfbanen onderdeel zijn van een groter landgoed, blijft voor dat overige gedeelte van het landgoed gelden dat dit voor 30% bezet moet zijn met houtopstanden of natuurterreinen.


“Na de overgangstermijn van tien jaar, dus vanaf 1 januari 2031, geldt dat alle landgoederen moeten voldoen aan de regels van het gewijzigde Rangschikkingsbesluit om gebruik te kunnen blijven maken van de fiscale faciliteiten die voor landgoederen gelden.”


Voor historische buitenplaatsen gold dat deze een historische tuin of historisch park moesten bevatten die was aangelegd vóór 1850. Dat jaartal is nu gewijzigd in 1900, omdat ook ná 1850 buitenplaatsen zijn aangelegd die kunnen worden beschouwd als historische buitenplaatsen. Een voor de praktijk belangrijke wijziging is dat per 2021 de mogelijkheid is vervallen om landbouwgronden te rangschikken die overeenkomstig een natuurinrichtingsplan nog ontwikkeld moeten worden tot natuurterrein. Pas wanneer de natuurterreinen daadwerkelijk gerealiseerd zijn, kan de rangschikking voortaan worden aangevraagd. Voorts wordt in het op 1 januari 2021 aangepaste RB NSW voor de definitie van het begrip natuurterreinen verwezen naar de ‘Regeling aanwijzing natuurtypen en landschapselementtypen Natuurschoonwet 1928’ (Stcrt. 29 oktober 2020, nr 54435). De voorwaarden waaraan een onroerende zaak die in het buitenland is gelegen moet voldoen om aangemerkt te kunnen worden als Nederlands cultureel erfgoed zijn ook in het besluit vastgelegd, maar die waren eerder al opgenomen in het nu vervallen beleidsbesluit van 2015 (MvF 8 september 2015, nr BLKB2015/1169M).


Voor de rangschikking van landbouwgronden gold als vereiste dat deze (deels) omzoomd moesten zijn met houtopstanden. Omdat een omzoming met bomen niet in alle landschapstypen past, is het RB NSW op dit punt aangepast. Onder voorwaarden is nu ook mogelijk gemaakt om landbouwgronden met natuurterrein te omzomen.


Tot slot zijn de voorwaarden waaronder kampeerterreinen 28


op een landgoed aangelegd kunnen worden zonder dat deze inbreuk maken op het natuurschoon, iets aangepast en vereenvoudigd.


Overgangsrecht tot 1 januari 2031


De bovengenoemde wijzigingen en aanscherpingen kunnen tot gevolg hebben dat een landgoed dat eerder aan alle rangschikkingsvoorwaarden voldeed, op basis van de huidige rangschikkingsvoorwaarden niet meer kwalificeert als landgoed. Voor landgoederen die op 1 januari 2021 gerangschikt waren of waarvoor een rangschikkingsverzoek was ingediend, is overgangsrecht geschreven. Voor deze landgoederen blijven de oude voorwaarden gedurende een periode van tien jaar van toepassing. Deze ruime overgangstermijn biedt de gelegenheid om landgoederen (indien haalbaar) aan te passen om in de toekomst te kunnen voldoen aan de aangescherpte voorwaarden. Na de overgangstermijn van tien jaar, dus vanaf 1 januari 2031, geldt dat alle landgoederen moeten voldoen aan de regels van het gewijzigde Rangschikkingsbesluit om gebruik te kunnen blijven maken van de fiscale faciliteiten die voor landgoederen gelden.


Wanneer echter binnen die periode van tien jaar het landgoed in eigendom wordt overgedragen - en dit landgoed op dat moment niet voldoet aan de voorwaarden van het RB NSW - vervalt het overgangsrecht en daarmee ook de aanspraak op de fiscale faciliteiten. Dit is alleen niet van toepassing als het landgoed wordt verkregen krachtens vererving of een verdeling van een gemeenschap of nalatenschap. Wanneer een landgoedeigenaar binnen die periode van tien jaar overlijdt kunnen diens erfgenamen dus nog gebruik maken van de faciliteiten voor de erfbelasting, ook al voldoet het landgoed op dat moment niet meer aan de voorwaarden voor de rangschikking.


Het overgangsrecht vervalt eveneens vanaf het moment dat een perceel wordt toegevoegd aan het landgoed of wanneer het landgoed niet meer voldoet aan de voorwaarden voor rangschikking zoals die tot 1 januari 2021 golden.


Gevolgen niet voldoen aan instandhoudingseis als gevolg van overgangsrecht


Wanneer eerder bij de verkrijging van een landgoed gebruik is gemaakt van de faciliteiten voor de erf- en schenkbelasting (art. 7 NSW) of van de vrijstelling van overdrachtsbelasting (art. 9a NSW), geldt als voorwaarde dat het landgoed nog


PE Notariaat 2021/2


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40