search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
De coöperatie: een rechtsvorm in opkomst, maar is deze geschikt voor ieder doel?


schakelbepaling, art. 2:53a BW. Op grond van art. 2:53a BW zijn de voor de vereniging geldende bepalingen van overeenkomstige toepassing op de coöperatie, voor zover voor de coöperatie geen bijzondere bepalingen gelden die de algemene bepalingen van de vereniging opzij zetten. In art. 2:53a BW worden art. 2:26 lid 3 en art. 2:44 lid 2 BW van de overeenkomstige toepassing uitgezonderd. Dit betekent dat het verbod voor een vereniging om winst onder haar leden te verdelen en de beperking in bevoegdheid van bestuurders van de vereniging met betrekking tot onder andere de verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen niet van toepassing zijn op de coöperatie. Naast de algemene bepalingen uit het verenigingsrecht, gelden ten aanzien van de oprichting ook nog enkele bijzondere vereisten voor de naamvoering van de coöperatie. De naam van de coöperatie dient het woord ‘coöperatief’ te bevatten, aldus art. 2:54 lid 2 BW. Aan het slot van de naam moeten de letters WA, BA of UA vermeld zijn, afhankelijk van het toepasselijke aansprakelijkheidsregime.


Als niet aan de wettelijke verplichtingen voor de naam van de coöperatie wordt voldaan, wordt de coöperatie op verzoek van het Openbaar Ministerie of een belanghebbende door de Rechtbank ontbonden op grond van art. 2:21 lid 1 onder b BW. Reparatie is mogelijk: de Rechtbank kan de coöperatie in de gelegenheid stellen de statuten in overeenstemming te brengen met de wettelijke vereisten, zo volgt uit art. 2:21 lid 2 BW.


Doelstelling coöperatie


Art. 2:53 BW omschrijft de coöperatie als een bij notariële akte op te richten vereniging met als statutair doel: in bepaalde stoffelijke behoeften van haar leden te voorzien krachtens overeenkomsten, anders dan van verzekering, met hen gesloten in het bedrijf dat zij te dien einde te hunnen behoeve uitoefent of doet uitoefenen. Dit doel is een belangrijk en kenmerkende eigenschap van de coöperatie. In tegenstelling tot de vereniging – die elk doel kan hebben – gelden voor coöperaties beperkingen ten aanzien van het doel. Zoals reeds vermeld wordt in veel verschillende sectoren voor de coöperatie als rechtsvorm gekozen, omdat het wordt gezien als een flexibele rechtsvorm. Soms wordt uit fiscale overwegingen voor de coöperatie gekozen. Behalve een verzekeringsbedrijf, waarvoor de onderlinge waarborgmaatschappij de geschikte rechtsvorm is, is elk type bedrijf mogelijk. Echter, in ieder van deze uiteenlopende gevallen waarbij voor de coöperatie wordt gekozen, dient uiteraard aan de doelstelling te zijn voldaan.


Het doel moet steeds uit de statuten blijken. Het gevolg van het niet voldoen aan dit vereiste kan ontbinding door de rechter op grond van art. 2:21 lid 1 sub c BW met zich meebrengen, op verzoek van het Openbaar Ministerie of een belanghebbende. Het doel van de coöperatie moet voldoen aan een aantal kenmerken.


1. Voorzien in de stoffelijke behoeften van de leden Een eerste kenmerk is dat de coöperatie in de stoffelijke behoeften van de leden voorziet. Dit betreft de economische behoeften van de leden. Enkel ideële behoeften zijn onvoldoende. In de literatuur is verdedigd dat het begrip ‘stoffelijke behoeften’ ruim kan worden opgevat. Denkbaar is dat de coöperatie in beperkte mate ook voorziet in andere behoeften dan stoffelijke. Het behalen van een hoge opbrengst voor de leden kan het doel zijn, maar ‘winst’ kan hier ruim worden opgevat. De coöperatie mag op grond van art. 2:53a jo. 2:26 BW winst verdelen onder haar leden. Het economisch doel kan echter ook zijn het beperken van kosten voor de leden of voorzien in een goed salaris bij een werknemerscoöperatie. De coöperatie richt zich op de leden. Het doel is dus te voorzien in de stoffelijke behoeften van de leden van de coöperatie.


2. Voorzien in stoffelijke behoeften van de leden krachtens overeenkomst


Daarnaast kenmerkt de coöperatie zich door het feit dat de coöperatie, naast een lidmaatschapsverhouding, overeenkomsten sluit met de leden. Dit betekent dat de voorziening in de stoffelijke behoeften van de leden moet geschieden krachtens overeenkomsten (art. 2:53 lid 1 BW). Uit dit vereiste volgt dat enkel een lidmaatschapsbetrekking met de leden onvoldoende is. Een overeenkomst is vereist. Door middel van deze verplichte overeenkomst vindt het voorzien in de stoffelijke behoeften van de leden plaats. De achtergrond van dit vereiste is het idee van het bestaan van een zakelijke relatie tussen de coöperatie en de leden. Door de overeenkomst ontstaat een in beginsel gelijkwaardige relatie tussen de coöperatie en de leden. Vaak worden de tussen partijen bestaande rechten en plichten vastgelegd in de statuten, reglementen en besluiten. De wet staat echter niet toe dat de afspraken met de leden hierin volledig worden vastgelegd. Het geheel ontbreken van een overeenkomst is niet toegestaan. Een verschil tussen het vastleggen van de afspraken in statuten, reglementen en overeenkomsten enerzijds en het vastleggen van de afspraken in een overeenkomst anderzijds, is de mogelijkheid tot het eenzijdig kunnen wijzigen van de rechten en plichten door de coöperatie in het eerste geval. Bij de overeenkomst is het


www.pe-notariaat.nl 23


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40