Het inschakelen van een tolk op een notariskantoor (art. 42 WNA)
uitleggen in een andere taal, ook niet als zowel de notaris als de verschijnende partij(en) de taal waarin de akte wordt toegelicht voldoende beheersen. De notaris kan zelf geen tolk zijn. Vergelijk ook de uitspraak van de Kamer voor het Notariaat Den Bosch van 20 april 2020 (ECLI:NL:TNORSHE:2020:13), waarin de notaris meerdere akten, die in het Nederlands waren opgesteld, met de verschijnende partij (die de Franse nationaliteit had) in het Duits besprak. De notaris beheerste de Duitse taal als zijn moedertaal en die taal werd ook door de betreffende cliënt gebezigd. De notaris handelde hierdoor in strijd met art. 42 lid 1 WNA. Als de akte is opgesteld in een taal die zowel de notaris als de cliënt verstaat, hoeft geen tolk te worden ingeschakeld.
Tolk alleen bij notariële akte of ook bij onderhandse akte?
In een uitspraak van de Kamer voor het Notariaat Arnhem-Leeuwarden van 20 september 2019 (ECLI:NL:TNORARL:2019:74) oordeelde de Kamer dat ook als onderhandse akten op een notariskantoor worden ondertekend, dit met de grootst mogelijke notariële zorgvuldigheid moet worden omringd. Hoewel de wetgever ten aanzien van het inschakelen van een tolk als bedoeld in art. 42 lid 1 WNA het oog heeft gehad op notariële akten, kan volgens het oordeel van de Kamer een notaris ook in het geval van het ondertekenen van een onderhandse akte niet volstaan met een ter plekke gegeven mondelinge vertaling van de hoofdpunten van de Nederlandstalige akte in het Engels, nadat hem is gebleken dat partijen de Nederlandse taal onvoldoende beheersen.
Verschil tolk en beëdigd vertaler
Het verschil tussen een tolk en vertaler is dat een tolk de akte mondeling vertaalt en een vertaler de akte schriftelijk vertaalt.
De tolk die de notaris moet inschakelen als een van de verschijnende partijen de taal van de akte onvoldoende verstaat, is ‘zo mogelijk ook beëdigd vertaler’. De wetgever heeft hiermee bedoeld te verduidelijken dat er geen (permanent) beëdigde tolken zijn en dat dit alleen geldt voor vertalers (Kamerstukken II 2003/04, 29 212, nr. 3, p. 8). Zie in dit kader ook de uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens van 19 januari 2021 waarin een notaris een leveringsakte niet passeerde, omdat de tolk Nederlandse Gebarentaal (hierna: ‘tolk NGT’) niet beëdigd
was. Het College voor de Rechten van de Mens oordeelde dat de notaris hiermee een verboden onderscheid heeft gemaakt als bedoeld in de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (hierna ‘WGBH/CZ’). Uit de wettekst en totstandkomingsgeschiedenis van art. 42 lid 1 WNA blijkt, aldus het College, niet zonder meer dat de wetgever heeft bedoeld ook een tolk NGT onder de zinsnede ‘een tolk, die zo mogelijk ook beëdigd vertaler is’ te verstaan. Art. 28 lid 1 en 2 Wet beëdigde tolken en vertalers wijst bepaalde diensten en instanties aan die, in het kader van het strafrecht en het vreemdelingenrecht, uitsluitend gebruik moeten maken van beëdigde tolken of vertalers. De notaris wordt hierin niet genoemd. Het College maakt daaruit op dat ook uit de Wet beëdigde tolken en vertalers geen duidelijke, wettelijke norm voor notarissen voortvloeit die verplicht om uitsluitend beëdigde tolken toe te staan.
Het ‘verstaan’ van de akte
Indien een persoon de Nederlandse taal onvoldoende machtig is, zal hij een akte niet kunnen ‘verstaan’ (art. 42 lid 1 WNA). Met ‘verstaan’ wordt bedoeld ‘begrijpen’ (Waaijer, De Notariswet 2019/6.4). Om de taal voldoende te verstaan/ begrijpen, moet de partij de taal óf behoorlijk spreken óf kunnen lezen (Breedveld WPNR 2000/6416). Breedveld merkt hierbij overigens op dat de notaris moet kunnen afgaan op de mededelingen die een comparant verstrekt over zijn talenkennis.
Tolken Nederlandse Gebarentaal
In de voornoemde uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens van 19 januari 2021, constateert het College dat verschil bestaat tussen tolken NGT enerzijds en tolken gesproken taal anderzijds. Indien een persoon de taal van de akte onvoldoende verstaat, dan moet de tolk niet alleen het gesprek ter plaatse tolken, maar ook de (zakelijke) inhoud van de akte (mondeling) vertalen. Dat is een andere situatie dan dat de verschijnende partij (enkel) een auditieve beperking heeft en de (zakelijke) inhoud van de akte (die in de Nederlandse taal is opgesteld) wel zelfstandig kan lezen en begrijpen.
Tolken NGT hoeven overigens niet te zijn ingeschreven in het Register beëdigde tolken en vertalers. De kwaliteitseisen voor tolken NGT zijn gewaarborgd, doordat zij altijd een vierjarige HBO-opleiding hebben voltooid en geregistreerd staan in een openbaar register (College voor de Rechten van de Mens
www.pe-notariaat.nl 33
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40