Het inschakelen van een tolk op een notariskantoor (art. 42 WNA)
van 19 januari 2021, nr 2021-2). De Stichting Register Tolken Gebarentaal en Schrijftolken registreert in Nederland gekwalificeerde tolken gebarentaal en schrijftolken in dit openbare register. Zie ook de volgende passage uit het Notariaat Magazine 2021-1 ‘Gebarentaal op kantoor’: “Een veelvoorkomend misverstand in de notariële praktijk is dat een tolk NGT ingeschreven moet zijn in het Register beëdigde tolken en vertalers, zoals de tolken in straf- en vreemdelingenzaken. ‘Dat klopt niet: het is voldoende als de tolk in het Register Tolken Gebarentaal en Schrijftolken (RTGS) staat. Dit is een openbaar en onafhankelijk register. Bij de notaris gaat het om een tolkopdracht van privaatrechtelijke aard, waarbij de tolken in het RTGS zich moeten houden aan de beroeps- en kwaliteitscodes van hun beroepsvereniging.’
‘‘Het verschil tussen een tolk en een vertaler is dat een tolk de akte mondeling vertaalt en een vertaler de akte schriftelijk vertaalt’’
Wie draagt de extra kosten voor de bijstand van een tolk?
De bijstand van een tolk zal extra kosten met zich brengen. Deze kosten komen blijkens de parlementaire geschiedenis bij de Wet op het notarisambt voor rekening van de cliënt. Zo oordeelt ook Waaijer (De Notariswet 2019/6.4.1), met een verwijzing naar de uitspraak van de Kamer voor het Notariaat Amsterdam 29 maart 2016 (ECLI:NL:TNORAMS:2016:6).
Over het doorberekenen van meerkosten in het geval van de bijstand van een gebaren- of schrijftolk, wijst Waaijer evenwel op de Wet gelijke behandeling handicap of chronische ziekte (hierna WGBH/CZ) (De Notariswet 2019/7.10).
Zie in dit verband ook de uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens van 9 december 2016. Op grond van art. 5b WGBH/CZ mag geen onderscheid vanwege een handicap of chronische ziekte worden gemaakt bij het aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen of diensten en bij het sluiten, uitvoeren of beëindigen van overeenkomsten ter zake, indien dit geschiedt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Degene tot wie dit ‘verbod van onderscheid’ is gericht, is gehouden naargelang de behoefte doeltreffende aanpassingen te verrichten, tenzij
34
deze voor hem een onevenredige belasting vormen (art. 2 WGBH/CZ). Een aanpassing is, aldus het College, doeltreffend als deze geschikt en noodzakelijk is om de uit de handicap of chronische ziekte voortvloeiende belemmeringen weg te nemen. Het College is van oordeel dat het inzetten van een schrijftolk bij het passeren van de akte een geschikte en noodzakelijke aanpassing is om de beperkingen die verzoekster van haar handicap ondervindt, weg te nemen. Het College is van oordeel dat de meerkosten die voortkomen uit extra werkzaamheden in verband met het opnemen van de tolk/vertaler in de akte, en de extra tijd die het passeren ervan met een tolk/vertaler meebrengt, geen onevenredige belasting voor de notaris betekenen. De meerkosten voor de aanwezigheid van een schrijftolk mochten daarom naar het oordeel van het College niet bij de cliënt in rekening worden gebracht.
Zie in dit verband ook de volgende passage uit het Notariaat Magazine 2021-1 ‘Gebarentaal op kantoor’: ‘Notarissen mogen ook geen extra kosten rekenen als dove mensen een tolk meenemen. De tolk moet zich voorbereiden, aanwezig zijn bij het passeren en zaken uitleggen aan de cliënt. Daarmee zijn de nodige tijd en kosten gemoeid. Op grond van de Wet gelijke behandeling gehandicapten en chronisch zieken mag de notaris deze kosten niet doorberekenen aan zijn cliënt. Want anders is er geen gelijke toegang tot het notariaat.’
Uitzondering op verplichte aanwezigheid tolk in spoedgevallen
In situaties van spoed zou art. 42 WNA buiten toepassing kunnen worden gelaten. Waaijer (De Notariswet 2019/6.2.5) merkt hierover het volgende op: ‘Indien de noodzaak om de akte te tekenen onverwijld passeren vereist maar die ‘tolk-vertaler’ niet beschikbaar is, is niet ondenkbaar dat de notaris toch overgaat tot het verlijden van de akte. De notaris moet dan wel duidelijk kunnen maken dat een tolk niet beschikbaar was, dat de noodzaak om te passeren aanwezig was en - nog belangrijker - dat aannemelijk is dat de akte met vol bewustzijn van de betekenis van de akte is getekend, ondanks de afwezigheid van een tolk.’
De notaris zal te allen tijde, ook in gevallen van spoed, zijn Belehrungsplicht in acht moeten nemen (art. 43 WNA), voordat hij tot het passeren van de akte kan overgaan. Van de redenen om geen tolk in te schakelen, zal in het dossier aantekening moeten worden gemaakt.
PE Notariaat 2021/2
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40