search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Annemarie Smilde (voorheen VvAA) is consultant gezond- heidsrecht bij Rechtvoordezorg


zij een grens die voor het operatieteam niet bestaat. Voor hen is het immers onderdeel van de ingreep om eventuele problemen die zich tijdens de operatie voordoen op te lossen. Er is geen sprake van een groot risico bij een kwetsbare patiënt. Integendeel. Het is een kleine ingreep, het risico is gering, de patiënt is in principe gezond. Maar stel dat zich tijdens de operatie toch het ongelukkige geval van een hartstilstand voordoet. Dan zouden de zorgverleners niet mogen handelen om haar leven te redden. De vrouw zou hoogstwaarschijnlijk goed gered kun- nen worden, maar zij sterft toch op de operatietafel. Onnodig. De patiënt brengt het operatieteam met haar wens in een moeilijke situatie. Zij wil wel geopereerd worden maar – indien nodig – niet gereanimeerd. De vraag voor de zorgverleners is dus: zijn wij bereid onder die voorwaarde deze patiënt te opereren? Ik zie twee mogelijke antwoorden op die vraag. Het eerste antwoord is: de wens min of meer negeren, er niet te veel op ingaan en gewoon gaan opereren. In de hoop dat het tijdens de operatie niet zal misgaan. De tweede, mijns inziens betere optie is de patiënt laten weten dat het een one package deal is. Dat het team complica- ties oplost als die optreden tijdens de operatie. Ook als dit betekent dat er gereanimeerd moet worden. Zonder toestemming tot reanimatie geen operatie.


Het is dan aan de patiënt om haar eigen afweging te maken. Zo blijft de keuze bij haar en belast zij het operatie- team er niet mee. Daarnaast speelt nog de vraag of haar eventuele depressie verder onderzocht dient te worden. Maar dat staat los van deze kwestie.


aena •juli/augustus 2026 35 E


en niet-reanimeerverklaring is een zogenoemde negatieve wilsverklaring: een verklaring van een patiënt dat zij deze bepaalde handeling niet wil in een situatie waarin zij zelf niet (meer) in staat is een beslissing te nemen. Volgens de WGBO moet een behan- delaar een schriftelijke negatieve wilsverklaring van een wilsbekwame patiënt volgen. Daarvan afwijken is alleen toegestaan als de behandelaar hiervoor een gegronde reden heeft. Van dit laatste kan bijvoorbeeld sprake zijn als het voor een behandelaar niet duidelijk is welke situatie de patiënt voor ogen had op het moment van het opstellen van de verklaring, of als hij twijfels heeft over de bedoeling van de patiënt. Gezien de omstandigheden in deze


casus roept de verklaring van de patiënt dat zij niet gereanimeerd wil worden bij een eventuele hartstilstand vragen op, zoals: is hier sprake van een wel- overwogen beslissing en in hoeverre heeft de persisterende depressieve stoornis hierbij een rol gespeeld? Kort gezegd: de opererend arts heeft meer informatie nodig om de verklaring van de patiënt te kunnen duiden. Zonder deze informatie heeft de arts een gegronde reden om de (schriftelijk vastgelegde) niet-reanimeerverklaring van de patiënt niet te volgen. De anesthesioloog en/of operateur


kan zelf met de patiënt in gesprek gaan over de overwegingen voor haar


verklaring. Mede gelet op de voorge- schiedenis ligt het meer voor de hand om aan de patiënt voor te stellen dat zij het gesprek hierover eerst met haar huisarts voert en dit vervolgens terug- koppelt aan de anesthesioloog en/of operateur. Uiteraard moet de anesthesioloog en/of operateur aan de patiënt uit- leggen waarom het in het kader van goede zorg nodig is om na te gaan of


Is hier sprake van een weloverwogen beslissing?


zij een zorgvuldige afweging heeft gemaakt. Tegelijk moet het voor de patiënt duidelijk zijn dat haar verzoek serieus wordt genomen én dat haar recht om een behandeling te weigeren niet ter discussie staat. Blijft de patiënt na een gesprek met de anesthesioloog, operateur, de huisarts en/of anderen (zoals naasten) bij haar niet-reanimeerbeslissing, dan zal zij deze in een schriftelijke ver- klaring, voorzien van een datum en handtekening, moeten vastleggen. De anesthesioloog en/of operateur neemt in het dossier naast de verklaring ook een verslag van de gesprekken met de patiënt op. Naasten van de patiënt kunnen behoefte hebben aan inzage in deze verslaglegging en de verklaring, mocht de patiënt overlijden ten gevolge van een hartstilstand. Daarom is het belangrijk de patiënt te vragen om toestemming te geven voor inzage door (bepaalde) naasten. Een notitie van deze toestemming in het dossier is volgens de WGBO voldoende.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92  |  Page 93  |  Page 94  |  Page 95  |  Page 96  |  Page 97  |  Page 98  |  Page 99  |  Page 100