H 14 aena • juli/augustus 2026
Hij moet er wel even over nadenken als hij eind 2024 wordt gevraagd om ambassadeur van de Pride te worden. Fatih Bici (31) heeft het namelijk druk genoeg met zijn opleiding tot psychiater bij Arkin en zijn werk bij het Expertisecentrum Transculturele Therapie. Maar uiteindelijk vindt hij de missie van de Pride – de vrijheid, diversiteit en zichtbaarheid van de LHBTQIA+-gemeenschap vieren – te belangrijk om nee te zeggen. Ook om- dat er niet eerder een Pride-ambassadeur vanuit de zorg was. “Dat zegt wel iets over het belang”, begint hij. “Er is nog steeds veel onwetendheid en stigmatisering over LHBTQIA+-personen, kortweg queers. Oók onder zorgprofessionals.” Vorig jaar liet het Ministerie van VWS onder zoek
doen naar discriminatie in de zorg. 5 procent van de zorggebruikers had in de 12 maanden voorafgaand aan het onderzoek te maken gehad met discriminatie in de zorg. Onder LHBTQIA+- personen lag het percentage bijna twee keer zo hoog: 9 procent. Aios psychiatrie Fatih Bici, zelf homoseksueel, kijkt daar niet van op. “Je hoort vaak dat het voor queers in Nederland qua zorg allemaal zo goed is geregeld. Ja, we lopen in ver- gelijking met veel andere landen voorop. Maar tegelijkertijd krijgen LHBTQIA+-ers ook hier nog steeds veel te maken met discriminatie.”
WAAR HEBBEN WE HET DAN CONCREET OVER? “Stigmatisering bij seksuele voorkeur bijvoor- beeld. Denk aan homoseksuele mannen die bij medische onderzoeken automatisch óók een hiv-test krijgen. Of zorgverleners die bij transpersonen allerlei aannames doen over de persoon en de transitie. Deze groep wordt ook lang niet altijd aangesproken met de persoonlijke voornaamwoorden die ze wensen, zelfs als ze die expliciet hebben doorgegeven. Verder hoor ik regelmatig verhalen over ongepaste of kwetsende opmerkingen die zorgverleners maken over iemands seksuele voorkeur, genderidentiteit of transitie. In de meeste gevallen is het allemaal niet kwaad bedoeld, maar het zorgt er wel voor dat queers zich soms onveilig voelen in de zorg. Terwijl een safe space essentieel is voor een effec- tieve behandelrelatie.”
WAT BEDOEL JE IN DIT VERBAND MET ‘ONVEILIG’? “In onze samenleving zijn heteroseksualiteit en cisgender – iemand van wie de genderidentiteit overeenkomt met het geboortegeslacht – nog
altijd de norm. LHBTQIA+-personen krijgen van jongs af aan te maken met stigma, uitsluiting, discriminatie en soms zelfs geweld. De impact daarvan is groot: het geeft ons het gevoel dat we anders en vreemd zijn, of zelfs niet mogen bestaan. Dat creëert allerlei obstakels bij het ontwikkelen van een eigen identiteit, en maakt queers extra kwetsbaar voor mentale problemen. Zo hebben jongeren uit deze gemeenschap ruim twee keer vaker suïcidale gedachten dan hetero- jongeren. En 73 procent van de transpersonen heeft psychische klachten. Negatieve ervarin- gen creëren wantrouwen, ook naar de zorg, en maken het moeilijker om hulp te vragen. Des te belangrijker is het om je veilig te voelen in een spreek- of behandelkamer. Veel queers komen daar binnen met vragen als: kan ik mezelf zijn? Word ik wel gerespecteerd voor wie ik ben? Als je dan vervolgens met het verkeerde voornaam- woord wordt aangesproken of een flauwe opmer- king te horen krijgt, schaadt dat het vertrouwen direct. Vandaar dat ik me publiekelijk hard maak voor meer sensitiviteit richting queers. Én voor meer zichtbaarheid van LHBTQIA+-zorgpro- fessionals. Want als patiënten zien dat wij net zo goed onderdeel uitmaken van de zorg, kan dat de toegangsdrempel voor hen verlagen.”
WAT IS JE ADVIES AAN COLLEGA-ZORGPROFESSIONALS? “Wees je ervan bewust dat je misschien weinig weet over hoe het is om queer te zijn. En spreek dat zo nodig ook uit. Zeg bijvoorbeeld: ‘Ik ken je achtergrond niet zo goed, kun je me helpen om die beter te begrijpen?’ Je mag het ook best benoemen als je iets zelf ingewikkeld vindt. Bijvoorbeeld het gebruik van persoonlijke voornaamwoorden bij iemand die transgender is. Zo creëer je een brug tussen jouw belevings- wereld en die van de ander. Wie hier meer over wil weten, kan op de site van stichting Roze in Wit een gratis online cursus doen over inclusieve communicatie en hoe je zichtbaar een veilige plek voor queers creëert. Je leert daarin ook
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92 |
Page 93 |
Page 94 |
Page 95 |
Page 96 |
Page 97 |
Page 98 |
Page 99 |
Page 100