search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
ACHTERGROND


VERPLICHTE MELDCODE


Sinds 2013 zijn alle beroepsgroepen in de zorg verplicht om te werken met de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Beroepsgroepen mogen zelf bepalen hoe ze die in de praktijk vormgeven, maar hij moet altijd gebaseerd zijn op deze 5 stappen: Signalen in kaart brengen (observeren, aanwijzingen verzamelen en vastleggen) (Anoniem) advies vragen aan collega(’s) en Veilig Thuis Gesprek voeren met betrokkenen (kind en/of ouders) Situatie wegen (aard en ernst beoordelen) Beslissen en handelen (hulp organiseren en/of melden bij Veilig Thuis)


1


2 3 4 5


Andere naam passender Vertrouwensarts Janneke Witte zou het liefst zien dat de meldcode een andere naam krijgt. “Nu ligt de nadruk op melden. Ten eerste heeft dat een bepaalde lading: het kan voelen als ‘klikken’. Maar melden is ook niet het doel. Het gaat om vroeg signaleren, overleggen en hulp organiseren, en pas zo nodig melden. Ik vind ‘signaleringscode’ een veel passender term.”


In 2025 ontving Veilig Thuis in totaal 136.325 meldingen (+5 procent ten opzichte van 2024), waarvan 10.070 af- komstig waren uit de gezondheidszorg, 2.355 uit de ggz en 3.305 uit de jeugd- zorg. Het aantal adviesvragen nam in 2025 nog sterker toe: met 16 procent tot 178.925. Daarvan kwamen er 14.060 uit de gezondheidszorg, 7.800 uit de ggz en 12.775 uit de jeugdzorg. Janneke Witte, vertrouwensarts bij Veilig Thuis Utrecht, is blij met deze stijgende lijn. Al geeft ze daarbij ook direct aan dat er nog veel te winnen is. “De aantallen zijn natuurlijk nog altijd laag als je bedenkt dat ruim 1,5 miljoen mensen in Nederland in onveiligheid leven.” Inzoomend op de ‘zorgcijfers’ valt op


>


omstandigheden in het kraambed overle- den. Dan denk je wel: had ik iets kunnen doen, iets moeten doen? Maar meestal is het een grijs gebied. Wanneer is er echt iets mis? Is het alleen een wat dwingen- de man, of gaat het ooit escaleren? Loopt het ongeboren kind gevaar? In de Bijl- mer heb je te maken met verschillende culturen, met uiteenlopende normen en waarden. Ook dat moet je meewegen.” Bij het kleinste vermoeden van hui-


selijk geweld of kindermishandeling overlegt Hoenderdos altijd met collega’s. “Elke twee weken bespreken we alle intakes en de mensen waar we ons zorgen over maken. Soms overleg ik ook met de huisarts, of ik schakel met het OKT [Ouder- en Kindteam, red.] hier in de buurt.” En Veilig Thuis? “In het verleden heb ik meldingen gedaan bij best heftige casussen, maar die zijn destijds niet goed opgepakt.”


Stijgende lijn Advies- en meldpunt Veilig Thuis heeft de wettelijke taak advies te geven, meldingen te beoordelen, onderzoek te doen en zo nodig hulp of andere instan- ties in te schakelen. Nederland telt 25 regionale Veilig Thuis-organisaties, die


22 aena • juli/augustus 2026


Vertrouwensarts Janneke Witte:


‘Ik hoop dat er meer begrip komt voor elkaars rollen, verantwoordelijk heden en belangen’


onder verantwoordelijkheid en finan- ciering van gemeenten werken. Burgers en professionals kunnen er 24/7 terecht voor anoniem advies of om een melding te doen. Voor zorgverleners is samenwerken


met Veilig Thuis verplicht onderdeel van de meldcode die zij moeten volgen (zie kader linksboven). Hoe vaak zij een be- roep doen op Veilig Thuis, is op te maken uit cijfers van het CBS. Dat houdt sinds 2019 bij hoeveel meldingen en advies- vragen er jaarlijks binnenkomen uit de verschillende sectoren.


dat ziekenhuizen (-5 procent) en ambu- lancediensten (-13 procent) in 2025 voor het eerst in al die jaren minder hebben gemeld dan een jaar eerder. Het aantal adviesvragen steeg daarentegen in bijna elke zorgsector. Witte ziet dat als een positieve ontwikkeling. “Melden is géén doel. Het gaat erom dat hulpverlening op gang komt bij gezinnen die in de knel zitten. Bij een melding gaat het al gauw over slachtoffers en plegers, maar veel vaker is er sprake van onmacht: mensen zijn niet in staat een veilige omgeving te creëren. In zo’n situatie heeft iedereen in een gezin hulp en ondersteuning nodig. De mensen bij Veilig Thuis, die met een andere blik naar de problematiek kijken, kunnen adviseren hoe die hulp op gang te brengen, waardoor een melding uit- eindelijk misschien niet nodig is.”


Onduidelijkheid Sommige zorgverleners, zoals verloskun- dige Hoenderdos, bewandelen deze weg van overleg niet, omdat ze negatieve erva- ringen hebben met Veilig Thuis (zie ook het kader rechtsboven). “Natuurlijk lopen dingen soms niet zoals we zouden wil- len”, zegt Witte daarop, “maar wat ook meespeelt, is dat niet altijd duidelijk is hoe wij werken. Zorgverleners verwach-


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92  |  Page 93  |  Page 94  |  Page 95  |  Page 96  |  Page 97  |  Page 98  |  Page 99  |  Page 100