search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
ERVARINGEN MET VEILIG THUIS


Op artsenauto.nl vroeg de redactie zorgverleners naar hun ervaringen met Veilig Thuis. Dat leverde meer dan zestig reacties op, uit verschil- lende beroepsgroepen. Het beeld dat daaruit naar voren


ten bijvoorbeeld vaak dat er meteen iets gebeurt na een melding, maar dat is niet altijd zo. Daarnaast lukt het niet altijd om de melder op de hoogte te houden. Er zijn ook situaties waarin wij geen infor- matie mógen delen. Bovendien heeft een zorgverlener een individuele behandel- relatie, terwijl wij het hele gezin in beeld moeten krijgen. Daarbij krijgen minder- jarigen prioriteit; dat botst weleens met de zorgverlener die met een volwassene uit het gezin te maken heeft.” De vertrouwensarts zou graag zien


dat zorgverleners en Veilig Thuis elkaar meer opzoeken. “Wij hebben periodiek overleg met de ziekenhuizen in de regio Utrecht. Daarin bespreken we casuïstiek en hoe de signalering is ingericht. Ik denk dat het enorm zou helpen als we dat ook met beroepsgroepen in de eerste lijn zouden doen, eventueel samen met andere domeinen, zoals de politie en het sociaal domein. Zodat we meer begrip krijgen voor elkaars rollen, verantwoor- delijkheden en belangen. En hopelijk verlaagt dat de drempel om contact met ons te zoeken.”


Situatie geëscaleerd Van alle beroepsgroepen in de zorg vragen huisartsen en psychologen het vaakst advies aan Veilig Thuis. SEH- artsen en ambulancediensten melden relatief vaak en vragen minder advies. “Die hebben meestal kort en eenmalig contact”, zegt Witte over die laatste twee. “Ze hebben niet die intensieve vertrouwensband, zijn niet in de gele- genheid te achterhalen wat er precies speelt én zien patiënten vaak als de situatie al is geëscaleerd.” Dat moment wil je natuurlijk eigen-


lijk voor zijn. En dat betekent: in een eerder stadium signalen oppikken en daarop handelen, vóórdat de situatie escaleert. Dan kom je in de zorg al snel uit bij de eerste lijn. Witte pikt er een paar beroepsgroepen uit: “Huis- artsen, verloskundigen, tandartsen, jeugdartsen, paramedici zoals fysio- therapeuten en logopedisten. Zij zien mensen die in onveilige situaties verke- ren, en hebben de kans dat bespreek- baar te maken. En ja, dat is soms enorm ingewikkeld.”


komt, is gemengd, maar overwegend kritisch: twee derde van de respon- denten beschrijft negatieve ervaringen. De kritiek richt zich vooral op wat er gebeurt na een melding. Zorgverleners noemen lange wachttijden, weinig terugkop- peling en onduidelijkheid over het vervolg. Sommigen geven aan dat meldingen onvoldoende werden opgepakt of niet tot zichtbare actie leidden. Ook procedurele aspecten spelen een rol. Zo ervaren meerdere zorgverleners het als onprettig of zelfs onveilig dat zij bij een melding niet anoniem kunnen blijven. Zorgverleners die neutraler of positiever zijn over hun ervaringen, waarderen de betrokkenheid van medewerkers van Veilig Thuis en het (anonieme) overleg. Wat daarnaast in veel reacties doorklinkt, is begrip voor de omstandigheden waarin Veilig Thuis opereert. Meerdere zorgverleners wijzen op de hoge werkdruk en de beperkte capaciteit.


Witte kan uit ervaring spreken, want voorheen werkte ze zelf als huisarts. “Het is een spanningsveld: hoe behoud je die vertrouwensrelatie en maak je iets bespreekbaar wat daar invloed op heeft? Waar mensen boos of verdrietig van kunnen worden? Bovendien zijn vroege signalen moeilijk grijpbaar. Het komt zelden voor dat een kind met een blauwe plek van een handafdruk op het gezicht binnenkomt.” Waar moet je dan op letten? En hoe geef je vervolg aan een signaal? “Daar zijn hulpmiddelen voor, zoals signalenkaart.nl. En nogmaals: bespreek vermoedens en bevindingen


> aena • juli/augustus 2026 23


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92  |  Page 93  |  Page 94  |  Page 95  |  Page 96  |  Page 97  |  Page 98  |  Page 99  |  Page 100