search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
REACTIES OPINIE


Huisartsen aan de zijlijn


Een tijd in het buitenland gewerkt? Huisartsenzorg verleend aan bijzondere of kwetsbare patiënten- groepen? Door ziekte langdurig uitgeschakeld geweest? Of aan het afbouwen richting pensioen? Dan loop je als huisarts het risico je registratie kwijt te raken. Zo verliest de zorg broodnodige collega’s, betogen vier huisartsen.


S 26 aena • mei 2026


tel, je bewandelt als huisarts – uit vrije wil of noodgedwongen – een ander pad dan de meeste collega’s. Dan kan het zomaar gebeu- ren dat je niet langer voldoet aan de her- registratie-eisen. Eisen die, terwijl de zorg in rap tempo verandert, al decennialang het-


zelfde zijn. Eisen die niet meer passen bij de manier waarop veel zorgprofessionals anno 2026 hun leven en werk inrichten. Eisen die er in het ergste geval toe leiden dat bevlogen huisartsen hun registratie verliezen. Niet omdat ze slechte huisartsen


zijn, maar omdat ze niet voldoen aan de regels. Het gevolg: in een tijd van toenemende


personeelstekorten in de zorg worden kundige en ervaren huisartsen onnodig aan de kant gezet. Collega’s die vaak dolgraag willen en kunnen werken, maar die dat niet langer mogen. Die vastlopen in bureaucratische processen die niet meer aansluiten bij de praktijk van vandaag. Dat is niet alleen een maat- schappelijk, maar ook een persoonlijk drama.


Extra zuur Wat het extra zuur maakt, is dat wij artsen de registratie-eisen mede zélf bepalen en handhaven. Het College


Geneeskundig Specialismen (CGS) – het regelgevende orgaan van de KNMG – is verantwoordelijk voor de herregistratie. Voor de invulling van de eisen op het gebied van huisartsgeneeskunde vraagt het CGS input van de Landelijke Huisart- sen Vereniging (LHV) en het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). Bij wij- zigingen van de eisen moet de minister van VWS instemmen. De Registratiecom- missie Geneeskundig Specialismen (RGS) voert de regels uit. De kern van de huidige herregistratie-


eisen voor huisartsen is dat iemand in de laatste vijf jaar gemiddeld tenminste 16 uur per week in een reguliere prak- tijk moet hebben gewerkt. Verleent een huisarts medische zorg op een andere plek, dan tellen die uren mee volgens de ‘8+8-regel’. Dat betekent dat de arts ook aan de registratie-eisen voldoet als die gemiddeld 8 uur per week in een regulie- re huisartspraktijk werkt én daarnaast 8 uur per week algemeen medische zorg biedt aan bijzondere patiëntengroepen. Denk aan psychiatrische patiënten, verstandelijk gehandicapten, militairen, gedetineerden, ouderen in een Wlz- instelling of dak- en thuislozen. Let wel: het is dus níet toegestaan om je als huisarts langdurig en uitsluitend op deze patiëntengroepen te richten. Daarnaast gelden aanvullende eisen op het gebied van diensten, nascholing en het evalu- eren van het eigen functioneren. Dit laatste omvat onder meer intervisie en een uitgebreid programma van 360-gra- den feedback. Via anonieme vragenlijs- ten geven patiënten, collega’s en andere betrokkenen feedback. De huisarts ont- vangt hiervan een rapportage die vervol- gens verplicht moet worden besproken met een onafhankelijke gespreksleider. Natuurlijk is behoud van kennis en


ervaring essentieel. Daar horen ook kwaliteitseisen bij. Maar kennis en ervaring vergaar je niet alleen door bijvoorbeeld een minimum aantal uur te werken in een reguliere praktijk.


En die waarborg je niet door kundige professionals hun registratie te ontnemen. Veel huisartsen die dit overkomt, blijven namelijk in andere rollen in de zorg werken, veelal onder supervisie. Maar dan zonder scholingsplicht, dienstver- plichting en verplichte intercollegiale toetsing. Want met het verlies van de re- gistratie verdwijnt ook dat uit beeld. En intussen zijn we wéér een huisarts kwijt. Dit probleem raakt zogezegd verschil-


lende groepen collega’s. We zetten ze op een rij.


Registratie-eisen passen niet meer bij hoe zorgprofessionals hun werk en leven inrichten


1. HUISARTSEN BUITEN DE REGULIERE PRAKTIJK Huisartsen werken niet alleen in ‘gewone’ praktijken, maar ook op plekken waar zorg schaars en complex is. Denk aan gevangenissen, instellingen voor mensen met een beperking, verpleeghuizen, asielzoekerscentra, revalidatiecentra en ggz-instellingen. Dat doen ze veelal vanuit een intrinsieke motivatie, vaak onder allesbehalve ideale omstandigheden, met weinig middelen, taalbarrières of be- perkte toegang tot ziekenhuiszorg. Voor hun kwetsbare patiëntengroepen maken deze vaste huisartsen aantoonbaar ver- schil: betere zorg, minder ziekenhuisop- names, lagere kosten. Bij herregistratie volgt voor collega’s


echter vaak een koude douche. De uren die ze aan dit soort werk besteden, tellen namelijk niet volledig mee. Bovendien


>


Annet Sollie, praktijkhoudend huisarts in Frankrijk en redacteur bij Het Geneesmiddelenbulletin


Mirjam Kroon, huisarts werkzaam in de gehandicaptenzorg


Pieter Barnhoorn, huisarts/ seksuoloog en docent/ onderzoeker in het LUMC


Danka Stuijver, huisarts,


schrijver, toezichthouder en bestuurslid Vereniging VvAA


aena • mei 2026 27


Herregistratie-eisen In Arts en Auto 05 pleiten vier huisartsen


voor herziening van de herregistratie- eisen voor hun beroepsgroep.


Wat een geweldig artikel, evenals het redactioneel commentaar bij het opiniestuk Huisartsen aan de zijlijn. Mijn echtgenote en ik zijn al meer dan 40 jaar beiden huisarts in Elspeet, en wij delen de mening dat de herregistratie van de RGS niets zegt over het actuele handelen van de huisarts. Wij hebben allebei net onze herregistratie weer voltooid en gehaald, wat een onzinnige bezigheid. Het is een verouderd proces, dat echt verbeterd dient te worden. John & Carolien Polderman-Götte, huisartsen


Herregistratie-eisen (2) De huidige registratie-eisen – van groot


belang om de kwaliteit van het beroep te waarborgen – zijn op zorgvuldige wijze tot stand gekomen door beroeps- organisaties LHV en NHG. Bovendien zijn ze in de loop der jaren regelmatig aangepast wanneer ontwikkelingen binnen het vak daar aanleiding toe gaven. Zo is de (terechte) eis om 50 uur per jaar ANW-diensten te verrichten voor ervaren huisartsen verlaagd naar 25 uur. Ook is de eis om minstens 16 uur per week te werken in een huisartsenprak- tijk versoepeld tot 8 uur voor collega’s die met bijzondere groepen patiënten werken. Nu vraagt een aantal collega’s om


verdere versoepeling. Zo heeft Mirjam Kroon, een huisarts die alleen werkt met mensen met een verstandelijke beper- king, de wens haar huisartsenregistratie te behouden zonder werkzaam te zijn in een huisartsenpraktijk. Maar het laten vervallen van de eis om (slechts) 8 uur


per week in een huisartsenpraktijk te werken, ondergraaft de functie van huisarts. Een huisarts is een generalist, een arts die alleen mensen met een beperking behandelt is dat niet. Voor deze artsen is in 2000 een apart specialisme in het leven geroepen: de arts Verstandelijk Gehandicapten (arts VG), met eigen registratie-eisen. Het ligt dus meer voor de hand dat artsen die verstandelijk gehandicapten behandelen, zich laten registreren als arts VG. Zo gaan ze niet verloren voor de zorg. Hetzelfde geldt voor artsen die werken in de zorg voor andere bijzondere groepen. Voor dat werk is een registratie als huisarts niet nodig.


Binnenkort vindt binnen de LHV en het NHG een evaluatie plaats van de registratie-eisen. Beide hebben in het verleden aangetoond veranderbereid te zijn. De kwaliteit moet echter wel voor- op blijven staan. Het is verleidelijk de registratie-eisen te versoepelen, maar er zit een keerzijde aan: als de eisen te zeer verwateren, ondermijnt dat het huisart- senvak en vermindert dat de kwaliteit. Hans Gimbel, huisarts


Redactioneel In Arts en Auto 05 besteedt hoofd-


redacteur Martijn Reinink in zijn voorwoord aandacht aan de (rigide) herregistratie-eisen van huisartsen.


Ik ben het ermee eens dat die eisen te rigide en star zijn. Maar er zijn meer mensen lid van jullie club. Denk aan fysiotherapeuten, ergotherapeuten, diëtisten, enzovoort. Die moeten óók allemaal aan de knellende norm voldoen. Misschien is het wel aardig om deze grote groep slecht betaalde zorgverleners, die eveneens met allerlei eisen en vinkjes worden geconfronteerd, hier ook bij te betrekken. Eveline van der Ven, (dier)fysiotherapeut


Klare taal In een achtergrondverhaal in Arts en


Auto 06 gaat het over de waarde van begrijpelijke taal in de spreekkamer.


Ook reageren?


Wilt u reageren op iets wat u in Arts en Auto heeft gelezen? Mail uw reactie dan naar reactie@artsenauto.nl, met vermelding van uw voor- en achter- naam en beroep. De redactie behoudt zich het recht voor reacties te weigeren of reacties langer dan 150 woorden in te korten.


Het is positief te lezen dat het belang van begrijpelijke taal langzaam maar zeker doordringt bij ziekenhuizen en andere zorginstellingen, en dat hier- voor steeds vaker concrete oplossingen worden ingezet. Begrijpelijke taal is géén versimpeling


van zorg, maar juist een verbetering ervan. Bijna iedereen vindt het prettig om medische informatie op B1-niveau te krijgen, óók hoger opgeleiden. Een ziekte of behandeling heeft vaak een grote impact op je leven: op zo’n moment gaat er van alles door je hoofd, daar past medisch jargon niet meer bij. In het artikel staat dat sommige


instellingen de verantwoordelijkheid voor begrijpelijke taal vooral bij de zorg- verlener leggen. Die heeft hierin zeker een belangrijke rol, maar gezien de omvang van de groep die moeite heeft met medische informatie, is dit eerder een maatschappelijk vraagstuk dan een individuele verantwoordelijkheid. Begrij- pelijke taal zou een vanzelfsprekend onderdeel moeten zijn van alle patiënt- communicatie. Denk aan de toeganke- lijkheid van een zorgportaal, patiënten- brieven en onderzoeksuitslagen, die vaak vol staan met medisch jargon. Tijdens zorgopleidingen zou meer aandacht mogen uitgaan naar gespreks- vaardigheden, en in het bijzonder naar het gebruik van begrijpelijke taal rich- ting de patiënt. Daarnaast zijn er ook andere manieren om een ziektebeeld duidelijk uit te leggen, zoals zelf tekenen of het gebruik van een anatomisch model of een animatie. Tegenwoordig zijn er online talloze betrouwbare afbeeldingen en animaties beschikbaar, onder andere van de Hartstichting en het Longfonds. Alyssa Aarntzen, basisarts, eigenaar Schrijfwerk Aarntzen, auteur Coëlho Zakwoordenboek der Geneeskunde


aena • juli/augustus 2026 11


F


o


t


o


:


w


w


w


.


b


e


d


r


i


j


f


s


f


o


t


o


g


r


a


fi


e


.


n


l


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92  |  Page 93  |  Page 94  |  Page 95  |  Page 96  |  Page 97  |  Page 98  |  Page 99  |  Page 100