052 Reizen Z
Lezersvoordeel Ook de Voerstreek verkennen? Voor een arrangement bij Romantik Parkhotel Gulpdal in het net over de Nederlandse grens gelegen dorpje Slenaken, zie pagina 55.
es dorpjes vormen samen de gemeente Voeren, net over de grens in België. De Voerstreek noemen ze het hier. Onderdeel van Grenzeloos Bocageland, een landschapspark tussen
Aken, Luik en Maastricht. Ik ontmoet fotograaf David in het kleine
’s Gravenvoeren. We gaan hier 2 dagen wan- delen, een kilometer of 30 in totaal. David kent de streek goed, hij komt hier vanuit zij n huis in Zuid-Limburg vaak met de racefi ets naartoe. “Wist je dat ze dit het Toscane van België noemen?”, vraagt hij . We hebben een wandelroute uitgestippeld die uitsluitend over Vlaams grondgebied loopt. De afgelopen dagen is er sneeuw gevallen,
maar het meeste is alweer weg als we aan- komen. Alleen op sommige heuveltoppen ligt het nog. Een ij zige kou trekt over de vlaktes tussen de heuvels door – we kleden ons warm aan, want het is echt waterkoud.
Landelijke discussies Het verleden van de regio rondom Voeren is roerig. Voeren werd in de jaren 60 van de vorige eeuw van Wallonië overgeheveld naar Vlaanderen, het leidde tot landelij ke discus- sies. In 1987 viel zelfs de federale regering over de kwestie. Ook in de dorpen van de Voerstreek zelf ging het er tot aan de eeuw- wisseling fel aan toe tussen pro-Luikse en pro-Vlaamse aanhangers. Op het dieptepunt van de protesten waren er duizend agenten in de streek gestationeerd. Tegenwoordig is de rust weer terug gekeerd.
Op een huisje dat we onderweg passeren staat wel in driftige halen Village Wallon gekalkt, maar verder merken we weinig van het turbulante verleden; we kunnen ons volledig focussen op de fraaie vergezichten. Vanaf sommige heuvels is het uitzicht op het dal echt ontzettend fraai. De weilanden, de bos- sen, plukjes vakwerkhuizen, holle wegen en heuvels, daarachter de wolken. Een spel van diepte en lij nen. Een gemoedelij ke stilte valt ons als wan-
delaars ten deel; over een verlaten veldweg stappen we voort. Koud is het nog steeds – het wordt zelfs almaar kouder, een gure wind steekt op. Na een paar uur wandelen voel ik mij n tenen niet meer. Via smalle paden en holle wegen lopen we door Remersdaal, Sint-Martens-Voeren, Sint- Pieters-Voeren en
Moelingen. Voor ons zoekt een kudde schapen behoedzaam een pad door de sneeuw, paarden grazen op de groene stroken. Een buizerd zit midden op het veld in een kale boom, ik hoor het klappen van zij n vleugels als hij ver- schrikt wegvliegt. Onderweg komen we karaktervolle lint-
dorpjes tegen, stuk voor stuk met hun eigen kerk, brasserie en stamcafé. Naast het wit van de sneeuw hier en daar, valt op dat de bossen bij na auberginekleurig lij ken te zij n. We passeren een berkenbos; de kale witte
stammen zien eruit als overblij fselen van een dromerig fi lmdecor. “Kij k”, wij st David. “Daar ligt Nederland.” We zien een witte grenspaal tussen de huizen staan. Ondertussen voelen mij n voeten nu echt bevroren aan. Maar we lopen nog even door, op weg naar het gehucht Veurs met zij n vakwerkhuisjes.
Open haard Hoewel de kou het landschap een verstilde schoonheid geeft, zoeken we de warmte op van een open haard. Met enige haast, want we worden overvallen door een sneeuwbui; natte sneeuw die niet blij ft liggen. Herberg Moeder de Gans in Teuven zit vol met wandelaars, fi etsers en een vogelaar, te herkennen aan de verrekij ker rond zij n nek. De zaak ruikt naar koffi e, soep en open
haard. De vogelaar vertelt dat hij een groepje geelgorsen heeft zien vliegen. “Met een hele lichte toets vliegen die in de rondte, het is prachtig om naar te kij ken, bij na ballet.” Ik bestel uiensoep, met croutons en gesmolten kaas. Fotograaf David neemt een Voerense plank met lokale kaas, paté en glibberig zult. Wij n wordt er voor ons geschonken – lokaal, want de wij nen in deze streek worden beter en beter. Ik vraag me af hoe de streek in de lente
en in de zomer is. Omdat er veel fruitbomen staan, moeten de maanden april en mei prach- tig zij n door de bloesem. “Niet zo massaal als in Haspengouw, hier verderop in België”, aldus de vogelaar, die vaker in deze streek blij kt te komen. Hij vertelt dat de landweggetjes van de Voerstreek in de zomermaanden een stuk drukker zij n. “Dan zij n ze gevuld met dagjes- toeristen die koekeloeren naar de vergezich- ten.” Nog een mooi detail wanneer we willen afrekenen bij Moeder de Gans: pinnen kan niet, cash hebben we niet. We vertrekken met de belofte later het geld thuis digitaal over te maken.
<
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92