search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
014 Interview


hoogleraar werd aan de VU, begonnen managers me steeds vaker te bellen. Ze zeiden dan: ‘Stress is toch niet alleen interessant voor scholen? Kom er hier eens iets over vertellen.’ Wat later kwamen de managementscholen met dezelfde vraag. Ik ging dat er dus bij doen, eerst naast mijn andere werk en later fulltime.” Grijnzend: “En zo ben ik daar ingetuind.” Met ‘daar’ doelt Compernolle op zijn carrière


als management- en leiderschapsexpert. Hij ging aan de slag bij het Institut Européen d’Admini- stration des Affaires (INSEAD), een business- school die als een van de meest prestigieuze in de wereld wordt beschouwd. Compernolle heeft er jarenlang honderden managers uit allerlei landen gecoacht, samen met psycho-analyticus en leiderschapsgoeroe Manfred Kets de Vries. Het was pionieren in die tijd, want het specialis- me van Compernolle – omgaan met stress – was een onderwerp waar topmanagers niet altijd heel open over durfden te zijn. Binnen de veilige muren van de gerenommeer-


de businessschool lukte het om de managers, in groepjes van vijf, te laten praten. De insteek vanuit de neuropsychiatrie – de werking van het brein – sprak aan. Zelf raakte Compernolle ondertussen geïnteres-


seerd in de manier waarop mensen de moderne technologie gebruikten, vooral toen de mobiele telefoon zijn intrede deed. “In het begin had alleen de top nog een mobiele telefoon: een Black- berry. Daarmee hadden ze hun e-mails overal binnen handbereik. Als technofiel leek het me een prachtig middel om de intellectuele produc- tiviteit van die managers te verhogen. Maar toen ontdekte ik de impact van die Blackberries. En die was niet positief.”


Sprinkhaanvisie Compernolle vertelt dat hij tijdens heisessies zag wat de mobiele telefoon met de cognitie van de CEO’s deed. “Kijk, tijdens die sessies is het de bedoeling dat je een helikoptervisie ontwikkelt, maar ik merkte dat dat telefoontje hen telkens terugtrok naar het operationele. Ik noemde dat een sprinkhaanvisie: we gingen samen eventjes omhoog en vervolgens, door die Blackberry, steeds weer naar beneden. Ik zag dat de mobiele telefoon de productiviteit niet verhoogde, maar juist verminderde, terwijl de stress toenam.” Compernolle probeerde de directeuren


rücksichts los bij de les te houden: hij maaide de telefoons van tafel, deponeerde ze in een doos en gaf die aan de assistente van de CEO met de opmerking: als het dringend is, dan hoor je het wel. “En toen ontdekte ik dat er bij sommigen een soort paniek ontstond. Dat is het moment waarop ik dacht: er is meer aan de hand, deze afhankelijkheid is misschien wel een verslaving.”


CURRICULUM VITAE


Theo Compernolle


(1946) geboren in Brugge 1971


Dokter in de genees-, heel en verloskunde KUL (BE) 1971 - 1972 Sabbatical 1972 -1974


Assistent neurologie UvA 1974 - 1976


Assistent psychiatrie LEI 1976 - 1978


Fellow Child Guidance Clinic PENN (USA) 1978 – 1985


Afdelingshoofd Kinder en Jeugdpsychiatrie KUL 1985 – 2000


Afdelingshoofd Kinder- en Jeugdpychiatrie Triversum 1987


Promotie tot Doctor in de Geneeskunde met


proefschrift Stress in de middelbare school, UvA 1990 - 2000


Hoogleraar VU 2007 - 2009


Hoogleraar Université Libre de Bruxelles (BE) 2000 – heden


staflid van het CEDEP (FR) 1990 – heden


gastprofessor/lector aan diverse businessscholen, zoals Nyenrode, TIAS,


Vlerick, INSEAD en IMD 2000 - heden


onafhankelijke internatio- naal consultant, executive (team)coach, trainer en keynotespeaker. 1981 – heden:


Schrijver van o.a. Je kind kan het zelf; Zit Stil; Alles went ook een adolescent (coauteur); Stress: Vriend


en Vijand; Succesgids voor families met een bedrijf;


Ontketen je brein; Zo haal je meer uit je brein; Van brokkelbrein naar focus


(coauteur); Ontketen het brein van je kind.


Nu de smartphone allang de plek van de Black- berry heeft overgenomen en doorgedrongen is tot alle lagen en leeftijden van de bevolking, is de zorg van Compernolle alleen maar toegenomen. De literatuur over de impact van hyperconnec- tiviteit en multitasken volgt hij op de voet. Voor zijn boek Ontketen je brein (2014) bestudeerde hij zo’n zeshonderd onderzoekspublicaties. Zijn conclusie: ons denkende brein staat meer dan ooit onder druk, met rampzalige gevolgen voor ons geheugen, onze productiviteit, creativiteit, relaties en gezondheid. Kinderen kunnen nog niet goed weerstand bieden aan prikkels, geluidjes en trillingen op hun telefoon. Maar bij volwassenen gaat het vaak niet anders, zegt Compernolle, ook als ze hoogopgeleid zijn en topfuncties bekleden: “Doordat ze hun brein onvoldoende kennen, doen slimme mensen domme dingen.” En ja, bevestigt hij desgevraagd: dat geldt


ook voor zorgprofessionals. Mobieltjes op de OK bijvoorbeeld: levensgevaarlijk, vindt hij. “Mobiele telefoons doen veel meer met de concentratie en de aandacht dan de gebruikers zelf denken. Ik zat tijdens een diner eens naast een neuro- chirurg die me vertelde dat hij regelmatig aan het multitasken was tijdens operaties. Als het een routineklus was, zei hij, dan kon dat prima. Dan beantwoordde hij bijvoorbeeld even een telefoontje of een e-mail. Ik noemde dat vroeger stom, maar in feite is het onwetendheid. Als een chirurg denkt dat hij bij een routineoperatie zijn aandacht kan delen met een andere taak, dan bewijst hij dat hij geen benul heeft van hoe zijn brein werkt, en hoezeer twee dingen tegelijk doen zijn reactiesnelheid vertraagt.”


Reflexbrein Compernolle legt uit dat het reflexbrein ons toelaat complexe gewoontes te leren die we dan zonodig razendsnel kunnen uitvoeren, maar niks kan met nieuwe of onverwachte situaties. Hij vergelijkt opereren met autorijden. Ook automobilisten doen allerlei complexe dingen op de automatische piloot: naar de radio luisteren bijvoorbeeld, terwijl ze op de snelweg rijden. Maar als er een botsing dreigt en de automobi- list snel op de rem moet trappen, hoort hij even helemaal niets van wat er op de radio wordt gezegd. Compernolle: “Alleen bij routinetaken kan het denkende brein samenwerken met het reflexbrein. Op die momenten laat het de routi- neklussen over aan het reflexbrein.” Dat is ook tuchtrechtelijk gesproken een


hachelijke zaak: zo kreeg een anesthesioloog al eens een officiële berisping omdat hij met één hand een discusdenervatie C6/C7 uitvoerde, terwijl hij gelijktijdig met zijn andere hand een niet-dringend telefoongesprek voerde. De arts meldde dat hij de ingreep gemakkelijk met één hand kon doen, maar het Centraal Tuchtcollege


<


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92  |  Page 93  |  Page 94  |  Page 95  |  Page 96  |  Page 97  |  Page 98  |  Page 99  |  Page 100