Uw mening
65
gaat toch niet zelf waardering oproepen voor zichzelf? Trouwens, wij hebben eigenlijk toch al de witte anjer? Ik ben zeer benieuwd naar de reactie van het Nederlands Veteraneninstituut en van de minister.
WILLEM VAN KATWIJ K
Veteranenpins (2) Ik heb twee veteranenpins ontvangen.
Als veteraan vind ik dat je de pin niet aan niet-veteranen mag uitdelen. Als zij deze mogen dragen, dan heeft dit ca- deau voor mij als veteraan geen waar- de. Zonde van het geld en de energie.
H. BREGMAN
Indiëmonument Roermond
Het voorwoord van Matthijs van der Hoeven in CP07 trof mij zo dat ik het meerdere keren heb gelezen. Daar heb ik twee redenen voor waarvan de eerste niet zal verbazen. Twee keer heb ik het Indiëmonument en de herden- kingsplaats in Roermond bezocht. De eerste keer in het midden van het jaar, toen ik de enige bezoeker was. Voordat ik er was, had ik de vlag al gezien. De vlag was gerafeld, duidelijk zichtbaar gerafeld. In het bezoekersregister maakte ik hierover een opmerking. Ook vertelde ik de gewezen marinier hoe het mij aangreep dat een gerafelde vlag klaarblijkelijk goed genoeg was voor mijn gesneuvelde vrienden. De mari- nier zei dat hij al eerder om een nieuwe vlag had gevraagd, maar nog steeds op antwoord wachtte. Mijn opmerking was voor hem nu een goede reden om de vlag niet meer te gebruiken. In mijn bij- zijn werd de vlag neergehaald. De twee- de keer dat ik de herdenkingsplaats bezocht was in september. Ik had mijn bezoek in Nederland zo geregeld dat ik op 7 september de herdenking kon bijwonen. Ik was alleen en ik voelde me alleen. Ik kon niet dicht genoeg bij het podium komen om goed te kunnen zien en horen. Ik zag een beschutte tribune met hoogwaardigheidsbekleders en militaire uniformen die hoge rangen
aanduidden. Ik zag geen oude gezich- ten; die zag ik wel verder weg, weg van de tribunes en de zitplaatsen. Oude gezichten stonden, net als ik, in nat gras, sommigen onder een paraplu, in de regen. Ik verliet de plaats lang voor alles achter de rug was. Ik heb gehuild. De tweede reden voor mijn schrijven is mijn stomme verbazing dat het verslag over de heer Achterhof was geschreven in de Nederlandse taal! Beter gezegd: in de Nederlandse taal zoals ik die heb geleerd. Ik ben dankbaar dat er nog mensen zijn die zich uitstekend uit- drukken in de Nederlandse taal zonder te vervallen in de een na de andere Engelse uitdrukking. De heer Van der Hoeven, u hebt geen idee hoe ik mij erger aan de taal van vandaag. En ik hoop dat ik u kan overtuigen van mijn oprechte dank en blijdschap.
A.C. VAN DRAANEN, CANADA
Veteranenbeleid voor Indiëveteranen
Het Veteranen Platform zegt, bij monde van haar voorzitter (CP06), dat het de voornaamste taak van VP is: ‘Op het hoogste politiek-bestuurlijke niveau de veteranen te vertegenwoordigen en hun belangen te behartigen en waardering en erkenning te realiseren’. Het Nederlands Veteraneninstituut zegt, bij monde van een rvt-lid in CP05: ‘Wij zijn in afwachting van het resultaat van het MeerJarenOnderzoek ‘Dekolonisatieoorlog 1945-1950’. Ik heb het vertrouwen dat de eindstudie een evenwichtig en betrouwbaar relaas zal worden’.
Het is een raadsel waarom deze formu- leringen worden gebruikt. Hij moet op dat moment al geweten hebben dat het rumoer rondom de NIMH-publicatie ‘Krijgsgeweld en Kolonie etc. 1816- 2010’ als nieuw deel in de serie Militaire Geschiedenis van Nederland al in volle gang was. En met reden, want die his- torici werken ook aan het rapport over de Dekolonisatieoorlog. Bovendien is deze NLVi-woordvoerder ook lid van
de Maatschappelijk Klankbordgroep in het MJO-beraad. Dus hij moet op de hoogte zijn van het reilen en zeilen in die groep gedurende nu bijna vijf jaar. Het rapport ‘Onderzoek Sebrenica Dutchbat III’ vermeldt als aanbevelin- gen dat het Ministerie van Defensie voor zijn personeel moet staan, in het bijzonder wanneer aantoonbare onjuistheden over hun functioneren in de media naar voren komen, dat die onjuistheden moeten weerlegd worden. Een andere aanbeveling is dat alle betrokken organisaties bij de uitvoe- ring van het veteranenbeleid moeten voorkómen dat zij tegenstanders wor- den van de veteraan.
Hoe is het dan mogelijk dat het NIMH, zonder tegenweer van het VP noch van NLVi, de publicatie kan uitbrengen waarin de Indiëveteranen worden beticht van excessief geweld en moord- dadig optreden, niet alleen tegen de ‘militaire’ tegenstander, dat wil zeggen: de gewapende leden van de ongeregel- de moord- en plunderbendes, maar ook tegen mannen, vrouwen en kinderen van de inlandse bevolking. Daarmee zijn die veteranen in de Nederlandse geschiedenis te boek gesteld als oorlogsmisdadigers.
De eerste oorlogsvrijwilligers en vervol- gens dienstplichtige militairen waren voor het merendeel jongens tussen de achttien en twintig jaar, met een mini- male opleiding en dito uitrusting in een vreemd tropisch land, die verwikkeld raakten in een jarenlange guerrilla-oor- log met een verliescijfer van gemiddeld honderd gesneuvelden per maand. Mijn vraag is: door wie wordt hier ingegrepen en wie gaat zorg dragen voor rechtzetting van deze schandelijke aantijging?
P.A. PAULUSMA
checkpoint
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92 |
Page 93 |
Page 94 |
Page 95 |
Page 96 |
Page 97 |
Page 98 |
Page 99 |
Page 100 |
Page 101 |
Page 102 |
Page 103 |
Page 104 |
Page 105 |
Page 106 |
Page 107 |
Page 108