search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
34


Interview Kees Ribbens


games dan door het verzameld werk van Loe de Jong. Ik weet niet zeker hoe succesvol zoiets zou zij n, maar mij lij kt het de moeite waard om meer te experimenteren met ‘serious games’ en andere eigentij dse kanalen om jonge mensen vertrouwd te maken met de oorlog.’


Waarom zou u het zorgelij k vinden als de belangstelling voor de oorlog in de nabij e toekomst ophoudt? ‘Je kunt interesse niet volledig sturen. Geschiedenis is feitelij k een open speelveld en als de oorlog daarin een minder prominente plek krij gt, dan heb ik me daarbij neer te leggen. Maar ik zou het verdwij nen van de oorlog uit onze collectieve belangstelling betreuren vanwege de enorme impact die deze heeft gehad op de levens van


‘Andere missies dreigen onder te sneeuwen’


miljoenen mensen, een impact die nog altij d doorwerkt. Wat er gebeurde is zo massaal, massief en extreem. Het is niet zomaar een te isoleren bladzij de uit onze geschiedenis, maar een die je zou moeten begrij pen in de context van de jaren die eraan voorafgingen en erop volgden. De oorlog vormde


op sommige punten een breuk, maar op andere helemaal niet. Een geschiedenisdocent die wel vertelt over de Holocaust, maar niets over de geschiedenis van het antisemitisme, doet in mij n ogen iets verkeerd. Als historicus kij k je niet alleen naar feiten, maar ook naar de samenhang tussen die feiten en daarbij houd je de lange lij nen in het oog. Dat is van belang met het oog op de gebeurtenissen zelf, maar ook essentieel voor het duiden van onze eigen tij d.’


U sprak in uw lezing ook over ‘concurrentie’ tussen herinne- ringen. Wilt u dat toelichten? ‘Toen de lotgevallen van burgers meer aandacht kregen, kwamen de ervaringen van de Joodse gemeenschap centraal te staan, later kwam de Indische gemeenschap erbij , nog later de Roma en de Sinti. Daarnaast groeit de belangstelling voor homoseksuelen en degenen die in de Arbeitseinsatz gewerkt hebben. En er ontstaat nu geleidelij k interesse in de effecten die de oorlog gehad heeft op mensen uit Suriname en de Antillen. Onze herinneringscultuur is tegenwoordig redelij k inclusief, maar aan deze ruimte voor ieders recht op erkenning en aandacht is vaak wrij ving voorafgegaan.’


U besloot uw lezing met de stelling dat er, met het oog op het voortzetten van herden- kingstradities, werk aan de winkel is voor nieuwe genera- ties. Waar doelde u precies op? ‘We richten ons zo op WO II, dat deze andere geschiedenissen uit de twintigste eeuw dreigt onder te sneeuwen. De onafhankelij kheidsstrij d in voormalig Nederlands-Indië krij gt nu meer belangstelling, maar wat weten jonge mensen bij voorbeeld van de Korea-oorlog? Ook daar kennen we immers veteranen van. Of denk aan Bosnië en Zuid-Libanon. Er is niks op


checkpoint


tegen om de Tweede Wereldoorlog centraal te stellen in de herinnering, maar meer oog voor deze onderdelen van onze geschiedenis zou een goede manier zij n om onze blik op de twin- tigste eeuw te verruimen. Een ander punt waar meer aandacht voor zou moeten komen, is dat veel mensen in ons land een andere historische achtergrond hebben, omdat hun wortels elders liggen. Kinderen uit die gemeenschappen krij gen op school geschiedenis, maar zullen zich niet allemaal kunnen verbinden met het Nederlandse perspectief. Het zal moeilij k zij n om een verhaal te maken dat voor iedereen even aansprekend is, maar we zouden wel kunnen vragen: wat is jullie verhaal? Op zoek gaan naar ‘common ground’, dat lij kt me een belangrij ke opdracht voor toekomstige generaties.’


ove Kees Ribbens r


Prof. dr. Kees Ribbens is senior onderzoeker aan het NIOD en bij zonder hoogleraar ‘Populaire historische cultuur van Mondiale Conflicten en Massaal Geweld’ aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij n belangstelling is gericht op de wij ze waarop herinneringen aan oorlog, genocide en massaal geweld in de twintigste en eenentwintigste eeuw vertolkt worden in woord en beeld. Meer in het algemeen kij kt hij hoe individuen, groepen en samenlevingen zich verhouden tot deze geschiede- nissen. Hij is gefascineerd door de wij ze waarop WO II in de historische cultuur telkens opnieuw van betekenissen wordt voorzien, gerepresenteerd en toegeëigend.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92  |  Page 93  |  Page 94  |  Page 95  |  Page 96  |  Page 97  |  Page 98  |  Page 99  |  Page 100  |  Page 101  |  Page 102  |  Page 103  |  Page 104  |  Page 105  |  Page 106  |  Page 107  |  Page 108