search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
31


studie die het meest kritisch over het Nederlands militaire optreden oordeelde, dat slechts een minder- heid van de Nederlandse militairen zich in deze zin had misdragen.


Op 17 januari 1969 zond Achter het Nieuws het beruchte interview uit met ‘Indië-klokkenluider’ Joop Hueting.


1984-nu Gestage stroom aan onderzoeken Na de studie van Van Doorn en Hendrix bleef het ruim tien jaar stil, maar vanaf het midden van de jaren tachtig verschenen er met regelmaat wetenschappe- lij ke studies die het Nederlands militair optreden in Indië in zij n algemeenheid of specifiek het daar toegepaste geweld tot onderwerp hadden. Onder meer studies over het optreden van de speciale troepen (IJ zereef in 1984 en De Moor in 1999), over het militair-strategi- sche beleid van generaal Spoor (Groen in 1991 en De Moor in 2011) en over ontsporing van geweld of de verwerking daarvan (Scagliola in 2004, Scholtens in 2007, Oostindië in 2015 en Limpach in 2016) verdiepten het inzicht in de wij ze waarop de dekolonisatieoorlog was gevoerd en vergrootten de kennis over het daarbij toegepaste geweld.


Rode draad Het voert te ver om al deze studies afzonderlij k te beschrij ven, maar gezamenlij k is er wat betreft het thema ‘extreem geweld’ wel een rode draad zichtbaar. In de eerste plaats bevestigden de genoemde studies het in 1970 geuite vermoeden dat Nederlandse troepen (inclusief KNIL) substan- tieel vaker grensoverschrij dend geweld hadden toegepast dan in de Excessennota was beschreven. Deze excessen hingen samen met een aantal aspecten: de wij ze van oorlog voeren, extreem geweld van de tegenstanders, falend leiderschap (militair, bestuurlij k en politiek), het zeer verspreid en zelfstandig optreden van eenheden, de geringe troepensterkte, het uit- gedragen vij andbeeld en een naar verloop van tij d steeds lager moreel onder de troepen. In de ogen van meerdere onder- zoekers had het extreme geweld dus wel degelij k een structureel karakter, al concludeerde ook Limpach, toch de auteur van de


Niet gerust Dergelij ke wetenschappelij ke nuan- ceringen ten spij t is een deel van de Indiëveteranen en hun achterban niet gerust op de uitkomst van het huidige Indiëonderzoek en ook niet op de wij ze waarop sommige media deze zullen presenteren. Zij n zij straks (opnieuw) de grote boosdoeners in de ogen van het publiek? Hebben de onderzoe- kers wel voldoende oog voor de complexiteit van het conflict, de tij dsgeest en de rol van een zeer gewelddadige tegenstander? Blij ven militair en bestuurlij k gezag en de politiek verantwoordelij ken wat betreft de schuldvraag opnieuw goeddeels buiten schot? En is er ten slotte wel oog voor de loodzware omstandigheden waaronder de, voor het merendeel dienstplichtige militairen jarenlang moesten dienen, voor welke onmogelij ke militaire taak zij werden gesteld, met welke duivelse dilemma’s velen tij dens de strij d werden geconfronteerd en welke offers zij hebben moeten brengen, zowel tij dens de strij d als in de decennia daarna? De nabij e toekomst zal het leren!


checkpoint


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92  |  Page 93  |  Page 94  |  Page 95  |  Page 96  |  Page 97  |  Page 98  |  Page 99  |  Page 100  |  Page 101  |  Page 102  |  Page 103  |  Page 104  |  Page 105  |  Page 106  |  Page 107  |  Page 108