30
Op 22 januari 1969 sprak Joop Hueting (m) in het Amsterdamse café Pieterspoort over oorlogsmisdaden in Indonesië.
oordeel over het rapport van Stam en Van Rij . Belinfante oordeelde nog scherper: ‘Het optreden van Westerling en zij n navolgers, hoezeer ook gedekt door gezag- hebbende autoriteiten, mist ieder grondslag.’ Volgens Belinfante waren de standrechtelij ke executies te bestraffen als ‘doodslag’. Hij waarschuwde wel meteen voor grote problemen voor gezagsdra- gers, tot aan de minister-president toe, wanneer tot strafrechtelij ke vervolging zou worden besloten. De regering-Drees besloot om zowel het rapport van Stam en Van Rij als de stukken van Belinfante in een diepe lade op te bergen. Ze zouden pas in 2009 beperkt openbaar worden.
1969 De Excessennota Waar de onderzoeken uit de jaren 1948-1954 niet openbaar werden, gold dat bepaald niet voor het onderzoek dat in 1969 leidde tot de publicatie van de Excessennota. Aanleiding voor deze nota was de
beschuldiging van Indiëveteraan Joop Hueting dat Nederlandse troepen in Indië op grote schaal oorlogsmisdaden hadden gepleegd. Hueting deed zij n uitspraken in krantenpublicaties en begin 1969 in het tv-programma Achter het Nieuws. Dit leidde tot een storm aan verontwaardigde reacties van veteranen, en tot bij val van andere veteranen. Het vervolgens in opdracht van de regering inge- stelde onderzoek werd grotendeels uitgevoerd door de historicus Cees Fasseur. Drie maanden later, na wat Fasseur zelf een ‘vluchtige gang door de archieven’ noemde, werd de Excessennota gepresenteerd. Hierin stonden tientallen excessen beschreven, zodat duidelij k werd dat grensoverschrij dend geweld vaker was voorgekomen dan tot dan toe was vastgesteld. Op grond van de Excessennota concludeerde de regering echter ook dat de eenheden zich in Indië niet schuldig hadden gemaakt aan systematisch excessief geweld, wellicht met uit- zondering van inlichtingendiensten
en speciale eenheden, en dat de krij gsmacht zich als geheel correct had gedragen. Een reactie op dit onderzoek liet niet lang op zich wachten. Voor de Indiëveteranen Van Doorn en Hendrix was het aanleiding om het sociologische veldonderzoek dat zij tij dens hun inzet als militair op Java hadden uitgevoerd, alsnog te publiceren. In hun boek ‘Ontsporing van geweld’ stelden zij dat excessen op ruimere schaal waren voorge- komen dan de Excessennota deed voorkomen. En ook dat sommige eenheden wel degelij k structureel massageweld hadden toegepast en dat dit mede verklaard moest worden uit de werking van het geweldsapparaat en de omstan- digheden waaronder de troepen moesten opereren. Het ging er Van Doorn en Hendrix overigens niet zozeer om vast te stellen op welke schaal excessen waren voorge- komen, maar om te verklaren hoe het hiertoe kon komen.
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92 |
Page 93 |
Page 94 |
Page 95 |
Page 96 |
Page 97 |
Page 98 |
Page 99 |
Page 100 |
Page 101 |
Page 102 |
Page 103 |
Page 104 |
Page 105 |
Page 106 |
Page 107 |
Page 108