search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
56


Missie Nieuw-Guinea


‘We hebben de Papoea’s in de steek gelaten’


De situatie in Afghanistan rakelt bij Nieuw-Guineaveteranen Piet Stoutjesdij k en Auke Timmerman herinneringen en schuldgevoelens op. ‘De Afghanen krij gen hulp, de Papoea’s hebben die niet gehad.’ Tekst Johan Kroes


‘Wij s Indonesië op zij n wandaden’


Piet Stoutjesdij k (84)


MISSIE NIEUW-GUINEA, 1957-1958


RANG Marinier der 2e klasse


‘Als je nu kijkt wat er allemaal mogelijk is aan hulp voor Afghaans personeel, dan geeft dat stof tot nadenken. De Papoea’s hebben we namelijk in de steek gelaten en tot op de dag van vandaag is er weinig aandacht voor hun schrijnende situatie. Ze hebben ons altijd goed geholpen, bijvoorbeeld tijdens onze loodzware patrouilles door de jungle. Zelf werd ik in oktober 1957 uitgezonden naar Nieuw-Guinea en ben daar ruim een jaar geweest, zonder ook maar een dag vakantie te hebben gehad. Ik zat op Kaimana aan de zuidoostkust van Nieuw-Guinea, de lastigste buitenpost die je kon hebben. Er was structureel te weinig personeel, waardoor we voortdurend patrouille liepen, moesten wachtlopen of oefenen. Een patrouille door de jungle duurde vaak drie weken en de Papoea’s sjouw- den een deel van onze bagage. We betaalden ze één gulden per dag, maar we maakten op een gegeven moment


de fout om het weekbedrag in één keer te betalen. Toen liepen ze na twee dagen weg en moesten we hun bagage overnemen. Naast mijn bagage kreeg ik een zak rijst te sjouwen, maar omdat ik ziek was, weigerde ik. Daarvoor moest ik later op rapport komen. We liepen drie weken lang met hetzelfde dunga- riepak aan en als we terugkwamen op Kaimana, stonken we een uur in de wind en was ik soms vijf kilo afgevallen. Op onze buitenpost was maar weinig vertier en met mijn slapie had ik een vlot gemaakt. Op een dag dreef ik zover af dat ik de kust niet meer zag. Ik beloofde onze Lieve Heer dat ik iedere zondag naar de mis zou gaan als ik levend terug zou komen. Achteraf bleek dat de luitenant weigerde een boot of helikopter in te zetten. Uiteindelijk ben ik door de Papoea’s gered. Het zijn zulke goede mensen en ze hebben ons enorm geholpen in die tijd. Het deed mij pijn om ze achter te laten, ook om- dat Nederland na de machtsovername door Indonesië niks voor hen deed. Ze hadden de kans moeten krijgen om zelf hun land op te bouwen.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92  |  Page 93  |  Page 94  |  Page 95  |  Page 96  |  Page 97  |  Page 98  |  Page 99  |  Page 100  |  Page 101  |  Page 102  |  Page 103  |  Page 104  |  Page 105  |  Page 106  |  Page 107  |  Page 108