search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
GEZEGD & GEZWEGEN


‘Ik wil mijn taak als moeder zelf afmaken’


‘Ik kan de zorg aan omdat ik haar moeder ben, voor een ander is het niet te doen.’ Al 36 jaar draait het leven van Trijnie


(64) om de zorg voor haar meervoudig gehandicapte dochter Judith.


OPGETEKEND DOOR: MONICA BOSCHMAN V 60 Magazine van KBO-PCOB juni 2020


‘Vooral de eerste jaren waren heel moeilijk. Er was een bom ontploft in ons gezin. We hadden een kind waar iets mee was. Als jonge mensen heb je plannen en dromen. Daar komt ineens een streep door. Je ziet kinderen die net zo oud zijn vrolijk huppelen en ouders trots zijn op hun kinderen. De ontreddering was groot en werd nog versterkt door de intense vermoeidheid door al dat huilen en alle zorg. Ik dacht weleens: waar hebben we dit aan verdiend? Toch moet je het samen dragen. Verzet en jaloezie brengen je niets. Het is een neerleggen bij wat er is.


We dachten altijd dat haar handicap kwam door zuurstoftekort bij de geboorte. Pas sinds drie jaar weten we dat Judith een zeldzame stofwisselingsziekte heeft, die progressief is. Ze is de laatste jaren heel erg achteruitgegaan, lichamelijk en geestelijk. Eerder ging ik weleens met haar naar een optreden, dan had ze plezier. Of we gingen ergens samen een kopje koffie


drinken. Dat gaat allemaal niet meer. Haar leven bestaat uit thuis zijn en naar de dagbesteding gaan. Ze kan niet staan, niet zitten en niet praten en is door haar ziekte totaal opge- brand. De zorg voor haar is echt heel intensief. ’s Nachts ga ik naar het toilet en dan hoor ik haar stemmetje: “Mama.” Dat is het enige woord dat ze nog zegt, van de paar woorden die ze ooit sprak. ’s Ochtends komt het busje haar halen voor dagbesteding. Ze zwaait niet, maar controleert altijd of ik er sta. En ik sta er altijd. Ze heeft dit gezin nodig, anders is ze aan haar lot overgelaten.


Pas werd tijdens een lezing over ‘de gouden jaren’ van ouderen gespro- ken. Dan hoor ik mensen vertellen over wensen als reizen, vrijheid, de kleinkinderen zien. Mijn wens is heel anders. Ik hoop dat ik mijn taak als moeder zelf kan afmaken en dat Judith niet langer leeft dan ik. Ze is afhankelijk van mij en wij zijn zo verbonden met elkaar. Zij is mijn geweten, mijn gevecht, mijn boosheid, mijn liefde, mijn alles. Als ik overlijd, moet Judith naar een tehuis. Dat zou ik verschrikkelijk vinden. Toch verwacht ik niet van mijn man en andere kinderen dat zij de zorg overnemen. Ik kan de zorg aan omdat ik haar moeder ben, voor


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75