This page contains a Flash digital edition of a book.
SEPTEMBER n OKTOBER | 2011


9


TEKST ROB VAN ’T WEL | BEELD ANP PHOTO, SHELL, TOON BEEKMAN


Wat doe je met aardgas op een plaats waar je geen afnemers hebt? Verbouw de moleculen en maak er beter transporteerbare brandstof van. Dat is (mede) de reden voor Shell om miljarden te steken in de grootste installatie voor gas-to-liquids (GTL) ter wereld. Inmiddels bereiken de eerste producten van het Pearl-project in Qatar de markt.


De geologie houdt zich niet aan landsgren- zen. Op de kaart loopt een stippellijn door de Arabische Golf om de grens tussen Qatar en Iran aan te geven. Over de grens heen ligt het grootste gasveld ter wereld; South Pars aan Iraanse zijde en North (Dome) Field aan de kant van Qatar. Het gasveld is goed voor ongeveer 15% van de bekende gasreserves in de wereld - ongeveer tien keer de omvang van wat Slochteren oorspronkelijk te bieden had. Maar wat kan je met die rijkdom in een gebied waar olie en gas zo overvloedig aanwezig zijn? En aan wie zou je het kunnen verkopen bij gebrek aan dichtbij gelegen grote afne- mers? Het heeft niet voor niets meer dan dertig jaar na de ontdekking door Shell in 1971 geduurd voordat er een besluit werd genomen om miljarden te steken in verreweg de grootste installatie voor gas-to-liquids (GTL) ter wereld. In juli 2006 ging de regering van Qatar akkoord


met de bouw van mega structure. Qatar is al de grootste exporteur van (tijdelijk) vloeibaar aardgas (LNG) ter wereld. Permanent vloei- bare GTL-brandstoffen leveren echter door hun hogere cetaangetal en het vrijwel ontbreken van zwavel kansen op positionering als premium- brandstoffen. Het kost dus misschien wat, maar het levert ook iets extra’s op. DE WIEG VAN DE GTL-INSTALLATIE aan de rand van de woestijn staat echter aan het Amster- damse IJ. Daar werd, ook al weer bijna veertig jaar geleden, besloten gericht onderzoek te starten naar de mogelijkheid om vloeibare brandstoffen te produceren uit andere grond- stoffen dan ruwe olie. Het was een poging om de afhankelijkheid van olieproducenten te verminderen. De installatie zoals nu gebouwd in Qatar lag toen nog voorbij de grenzen van het voorstellingsvermogen. OM DAAR TE KOMEN WAS een tussenstap nodig.


In 1993 bouwde Shell de eerste commerciële GTL-fabriek in Maleisië - ook al een plaats met veel gas maar weinig directe afnemers. Het complex in Bintulu, Sarawak heeft na een uitbreiding in 2003 een verwerkingscapaciteit van 14.700 vaten olie-equivalent per dag. Pearl GTL in Qatar is met een verwerkingscapa- citeit van 140.000 vaten GTL product per dag, zo’n tien keer groter dan het oudere broertje in Bintulu. Die topproductie zal overigens niet meteen worden gehaald. De complexiteit van het proces en de installatie vereist een gelei- delijke opstart van de fabriek. Naar verwach- ting zal volgend jaar de top behaald kunnen worden. De productie van Shell zal daarmee in één klap met bijna 8% stijgen, ook omdat Pearl naast GTL ook nog goed is voor 120.000 vaten aardgascondensaat per dag. Samen met de andere koolwaterstoffen komt de totale productie uit op 260.000 vaten per dag.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32