This page contains a Flash digital edition of a book.
SEPTEMBER ■ OKTOBER | 2011


3


Beste lezer, Met een aaneenschakeling van wereldrecords is in Qatar de productie van het miljardenproject Pearl GTL van start gegaan. Daar wordt aardgas omgezet in permanent vloeibare brandstof, die vanaf dit najaar bijgemengd ook in Nederlandse diesel zal zitten. De wieg van de baanbrekende technologie stond meer dan dertig jaar geleden in het Shell-lab in Amsterdam. DOSSIER PEARL GTL PAGINA’S 8 T/M 15 Voor de ZwitserMATTHIAS BICHSEL, die bij Royal Dutch Shell verantwoordelijk is voor Projects and Technology, is innovatie dagelijkse kost. Hoe zorg je er voor dat de juiste technologische vernieuwingen op tijd de eindstreep halen? En hoe hou je de kosten in de hand? Een interview. PAGINA 4 Zwarte letters groen gedrukt. Ook in de chemie worden BIO-GRONDSTOFFEN steeds vaker gebruikt. Een voorbeeld is als oplosmiddel in drukinkt, een markt waarin Shell een behoorlijk aandeel heeft. Een kwestie van (bio)logisch denken. PAGINA 18 Ex-Shell-er DICK DE JONG onderzocht twee jaar lang de vraag of de leveringszekerheid van de Noordwest-Europese gasindustrie in 2020 groot genoeg is om aan een piekvraag tijdens een strenge winter te kunnen voldoen. Vrijheid, blijheid, zekerheid? PAGINA 24 Scepsis en inlevingsvermogen zijn vereist bij afdeling. INTERNAL AUDIT, die controleert of de bedrijfsvoering wel in overeenstemming is met de geldende regels binnen en buiten Shell. Een inkijkje in de balanceeract van een organisatie binnen de organisatie. PAGINA 26


SEPTEMBER ■ OKTOBER | 2011


17


TEKST PETER KONTER | BEELD HILLCREEK PICTURES


ZWAVEL we kennen het van de


Verder: Modelleerbaar beton. Wat kan je allemaal doen met zwavel die uit gas en olie wordt gehaald? Thiocrete als antwoord in de rubriek Made by Shell. PAGINA 17


zwavelwaterstofverbinding H2S uit het scheikundelokaal (‘rotte eieren’) maar ook als bestanddeel van kunstmest, waarmee het indirect bijdraagt aan de oplossing van het wereldwijde voedselvraag- stuk. Als bijproduct van aardolie en aardgaswinning kan Shell er in ruime mate over beschikken. Wetenschappers van het Shell- laboratorium in Amsterdam ontwik- kelden de afgelopen jaren een nieuwe vorm van gemodificeerde (aangepaste) zwavel, genaamd SHELL THIOCRETE. Het cement en water in gewoon beton wordt ver- vangen door het nieuwe Thiocrete zwavelbindmiddel, waardoor een zwavelbeton ontstaat met grote voordelen.


WAT HEEFT DE WERELD MET ZWAVEL? Negen eeuwen vóór Christus wist men al dat een mengsel van zwa- vel, kool en teer zeer brandbaar was. In China werd kaliumnitraat, houtskool en zwavel tot buskruit gemengd. Mythologieën brach- ten zwavel in verband met hel en duivels: de hel stinkt naar zwavel; een zwavelstok wordt ‘lucifer’ genoemd. Tegenwoordig vindt zwavel vooral toepassing in de zwavelzuur-, vuurwerk- en munitie- productie; bij vulkaniseren in de rubberindustrie, en in de tuinbouw bij bestrijding van meeldauw en als kunstmest.


GAAT HET HIER OM EEN GEHEEL NIEUW PRODUCT? Niet helemaal. In eerdere versies van zwavelbeton werd gebruik- gemaakt van bulkmodificatie. Dat procedé is duur én reageert met water. Shell Thiocrete gebruikt een nieuw soort modificatie waarbij verhitte en vloeibare zwavel om de steentjes en zand in beton ‘gelijmd’ wordt. Zo ontstaat een zeer stabiel en hard betonnen product dat gemakkelijk te model- leren is, en goed bestand is tegen water, zout en zuur. Daarnaast is zwavelbeton recyclebaar (en dus duurzamer), en prijsconcurrerend met gewoon (cement)beton.


WIE KWAM ER HET EERST OP HET IDEE? Tijdens een zogenoemd ‘vrijdagex- periment’ in 2002 onderzochten Shell-wetenschappers Guy Verbist, Maureen Mauer en Rini Reynhout wat voor soort zwavelchemie er


nodig was om goed(koop) en hoogwaardig zwavelbeton te maken. Na een succesvolle start werd in samenwerking met de TU Eindhoven een researchgroep gevormd; en vervolgens een busi- nessunit.


WAT ZIJN DE VOORDELEN? De pilotinstallatie in de Hoofd- dorpse Thiocrete-vestiging, waar Thiocrete op 135 - 140 °C met zand, steentjes of gruis gemengd wordt tot zwavelbeton, lijkt sterk op die van een asfaltproductielijn. Potentiële afnemers mogen hun mallen meenemen, en krijgen begeleiding voor zij tot investering overgaan. Bij zwavelbetonproduc- tie is er minder energie en water nodig en wordt er minder CO2 uit- gestoten dan in het conventionele betonprocedé (bij Portlandcement wordt kalksteen tot 1450 °C verhit waarbij veel CO2 wordt geprodu-


ceerd). De regio Haarlemmermeer heeft Shell Thiocrete mede daarom onlangs de Share Award voor duurzaamheid toegekend.


HOE NU VERDER? Door de ‘smeltgrens’ van hon- derdveertig graden is Thiocrete minder geschikt voor constructie- werken.Wél is Thiocrete uitermate geschikt voor betontoepassingen die robuust, flexibel, zout-, zuur- en waterbestendig, kleurecht en gemakkelijk modelleerbaar moeten zijn. Op dit moment worden er al DIJKBEKLEDING, plaveisel, tegels en parasolvoeten mee geproduceerd. In ontwikkeling zijn waterbouwkun- dige en infrastructurele toepas- singen in bijvoorbeeld walmuren, drainage- en rioleringsbuizen; sierbestrating en verkeersbarrières; contragewichten en spoorwegbiel- zen voor bijvoorbeeld de Hoge- snelheidslijn. ■


22


SEPTEMBER ■ OKTOBER | 2011


SEPTEMBER ■ OKTOBER | 2011


23


LEDVERLICHTING IN DE LUIFEL


Units voorzien van ledlampen en een bewegingssensor, geplaatst in de overkapping. Branden ’s avonds standaard op 30% van het vermogen. De sensor registreert de aankomst van een auto, zodat de lamp op vol vermogen gaat branden. Dimt weer als er twee minuten geen beweging is geregistreerd.


Besparing: De leds gebruiken 150W in vol vermogen en 50W in gedimde toestand. De oude lampen gebruikten tussen de 285 en 460Wper stuk. Dit leidt tot een vermindering van 50 tot 80% in energieverbruik. Bovendien gaan leds 6 tot 10 keer langer mee.


DEUREN VOOR DE KOELING


De meeste koelschappen in Shell-shops zijn voorzien van deuren, zodat de koelinstallatie met minder vermogen kan koelen. Alle dranken staan achter glas. Alleen de koelingen met etenswaren zijn open, omdat klanten hun broodjes nog graag uit een open schap halen.


Besparing: Ongeveer 35% in het energieverbruik.


WATERVRIJE URINOIRS


De herentoiletten zijn voorzien van urinoirs zonder spoelsysteem. Een rubberen klep laat de urine door en sluit vanzelf weer, zodat er geen rioollucht vrijkomt. Door de afwezigheid van water ruiken de urinoirs bijna niet; wc’s gaan juist ruiken als urine in contact komt met kalk in het water.


Besparing: Jaarlijks tot duizenden kubieke meters aan water.


benzinedampretour benzinetoevoer luchttoevoer afvoer gemorste benzine, olie, (regen)water en vuil


OLIE-BENZINE AFSCHEIDING (OBAS) DUBBELWANDIGE OPSLAGTANKS


Buiten de rijzones, op 1 tot 1,5 meter diepte, liggen de voorraadtanks van het pompstation. Ze bestaan uit een binnentank en een buitentank die voorzien zijn van speciale coatings. De coatings worden jaarlijks in de gaten gehouden met speciale meetap- paratuur. De tussenruimte in de binnen en buitentank worden voortdurend in de gaten gehouden door een vacuüm- of overdruksysteem; verlies van druk kan duiden op een lek. Hetzelfde geldt voor het dubbelwandige leiding- werk.


BENZINEDAMPRETOUR


Tijdens het tanken komen benzinedampen vrij die schadelijk zijn voor het milieu. Een afzuiger in de ‘nozzle’, dat is het vulpistool, zuigt de dampen bij het tanken terug de slang in. Via een onzichtbaar buizenstelsel stromen ze naar de ondergrondse opslagtanks. Bij het vullen van die tanks zuigt de bevoorradingswagen alle dampen op en neemt ze mee terug naar de raffinaderij.


afvoer gemorste benzine, olie, (regen)water en vuil


olie-benzinemengsel water


naar openbaar riool


Een mengsel van gemorste benzine, olie, (regen)water en vuil loopt van de vloeistofdichte vloer af en komt via een putje in een afgesloten goot terecht. Die mondt uit in de ondergronds geplaatste olie-benzine afscheider (OBAS). Daarin bezinkt het vuil en worden water en olie/benzine gescheiden. Het water stroomt het openbaar riool in, een verwer- kingsbedrijf haalt het olie-benzine- mengsel op.


Shell streeft naar tankstations die zo milieuvriendelijk mogelijk zijn. Niet al die maatregelen zijn voor de automobilist zichtbaar. Waar zit dat groene vernuft ver- stopt? PAGINA 21


30


SEPTEMBER ■ OKTOBER | 2011


SEPTEMBER ■ OKTOBER | 2011


31


TEKST REINIER SPREEN | BEELD JEROEN KROOS


Senior milieuadviseur George WINTERMANS van NAM staat liever op het Wad dan dat hij op kantoor zit. Maar met de combina- tie kan hij ook prima uit de voeten. PAGINA 30


Loondienst en op kantoor zitten, eigenlijk is het niets voor GEORGE WINTERMANS , senior milieuadviseur bij de NAM. Hij gaat veel liever het veld in en achter de beesten aan. Maar nu ziet hij wel alle feiten en cijfers over zijn geliefdeWaddenzee voorbijkomen, en dat maakt voor hem veel goed.


GeorgeWintermans maakt zijn naam iets minder chic: hij spreekt het uit als ‘Sjors’. Zijn grootvader deed nog het omgekeerde. Die veranderde Harrie juist in Henri. Hij was de Henri van Henri Win- termans sigaren. Wintermans vader vond dat hij maar medicijnen moest gaan studeren. Hij vond George een ‘geboren dokter’, net als twee andere van zijn acht zonen.Win- termans wilde eigenlijk dierge- neeskunde studeren, maar liet zich overtuigen en trok naar Nijmegen. Vlak voor zijn kandidaatsexamen, na drie jaar studie, begon het te wringen. “Ik dacht: wil ik dit wel? Ik was veel meer geïnteresseerd in vogeltjes en vissen en zat veel meer in de Ooijpolder dan op de universiteit. Dat trok me, eigenlijk al van kindsbeen af. Ik had vroeger ook allerlei beesten in aquaria en terraria en zandbakken. Ik zag mezelf niet als huisarts of in een ziekenhuis. Ik moest naar buiten. Veldonderzoek doen, dat wilde ik.” ACHTER DE BEESTEN AANWinter- mans brak zijn studie af, maar durfde nog geen harde keuze te maken. Eerst ging hij op reis, met een school- en studievriend. Ze trokken van Nijmegen naar Athene en vervolgens dwars door Afrika van Caïro in Egypte naar Lusaka in Zambia. Toen ze niet verder kon- den vanwege de burgeroorlog in Zuid-Rhodesië (nu Zimbabwe) reis- den ze naar Mombasa in Kenia en pakten daar de vrachtboot naar Bombay. Van Bombay trok- ken ze naar Calcutta en Katmandu


in Nepal. Delhi en Goa waren destijds populair bij ‘de dwalende jeugd’, maarWintermans en zijn vriend trokken hun eigen plan en zaten voornamelijk in de natuur, ‘achter de beesten aan’. De kleinste details van de reis staanWintermans nog helder voor de geest. “Soms weet ik tot mijn verbazing de raarste kleine plaats- jes nog.Wat was dat plaatsje ook alweer toen we van Zuid-Soedan overstaken naar Kenia?We moesten staan achterin een truck, twee dagen lang, en zo de grens over, want er was geen openbaar vervoer. Lokichokio heette het, een gat van hier tot gunder. Ik zie het nog zo voor me.” Het werden jaren van meer lange reizen en van werken. Geld ver- diendeWintermans in de bouw, onder meer bij een zwager met een bedrijf in prefabconstructies. Hij werkte op een boorplatform en bouwde een hotel in het Egyptische Luxor. De bouw beviel Wintermans zo goed dat hij pas na een paar jaar weer aan studeren begon te denken. Toen begon hij in Amsterdam dan toch eindelijk aan de studie van zijn hart: biologie, met als specia- lisme ecologie.


WEKEN IN EEN HUT OP PALENWin- termans studeerde onder meer af op een onderzoek naar de ‘voed- selecologie’ van de lepelaar: wat eet hij en waar haalt hij het van- daan? Lepelaars vangen gewoon- lijk vissen in polderslootjes, maar trokken in die tijd vanaf mei steeds vaker naar hetWad. Niemand


wist eigenlijk waarom.Wintermans ontdekte met twee medestuden- ten dat sluizen en gemalen de trekvissen op weg naar de slootjes tegenhielden, en dat de lepelaar op hetWad een goed alternatief had gevonden: garnalen. Een jaar of vijf werkteWintermans na zijn afstuderen bij de onder- zoeksinstituten IMARES en NIOZ. Hij genoot als hij eropuit mocht, bijvoorbeeld om te onderzoeken of de vogels op hetWad last hadden van een nieuw militair oefenterrein. “Je kent zo’n wadhut wel hè? Op vier palen staat ‘ie, zes meter hoog. Ik vond dat prach- tig. Zat je weken in die hut, in peri- odes van twee, drie dagen. Nam je eten mee en een verrekijker en een telescoop en een recordertje om je observaties in te spreken. Kijken: reageren ze op het geluid, gaan ze verder op hetWad staan?” Zijn lepelaarstudie leverde Wintermans uiteindelijk zijn eerste opdracht op als zelfstandig ecoloog. Al die jaren had hij gelobbyd voor het plaatsen van een simpele tankconstructie waarmee vissen voorbij een gemaal naar het binnenwater konden worden geloodsd. Zelf bedacht, samen met zijn studie- maten. Toen er uiteindelijk een werd geplaatst, bij De Cocks- dorp op Texel, kreegWintermans Ecologen Bureau de opdracht om drie jaar lang de resultaten bij te houden.


HET IS EEN SCHILDERIJ Al tijdens zijn studie, in 1984, wasWin- termans naar Texel getrokken.


Daar ontmoette hij ook zijn vrouw Marianne. Hij had veel klussen op de Waddenzee en dat maakte zijn relatie met Marianne tot ‘een soort zeemanshuwelijk’, waarbij ze elkaar vooral in het weekend zagen. HetWad was toen al een grote passie geworden. “Jaah, de Waddenzee is fantastisch. Die is mooi, groot, schíjnbaar ongerept. Als je er middenin staat zie je een open vlakte, een weidse horizon, bijna geen gebouwen... Die leeg- heid vind ik mooi. Maar ook die dynamiek: als je daar staat en het valt droog, dan ontstaat er lang- zaam een landschap voor je neus. Al die beesten die erop reageren hè? Die vogels die aan komen vliegen als het laag water wordt, al die bodemdieren die reageren op het getij, al die garnalen die vanuit die geultjes het wad opkrui- pen. Het is een schilderij waar je in staat, een landschap van pasteltinten.”


EVEN SLIKKEN In 2002 besloten Wintermans en zijn vrouw terug te keren naar het vasteland. Zij wilde graag terug naar haar geboorte- grond Drenthe, hij had toch al de meeste klussen ‘aan de overkant’, en bovendien was hun zoon Bart gaan studeren in Delft. Het werd geen Drenthe maar Groningen: Finsterwolde. “Een compromis”, zegtWintermans. Voor hem is het fijn dat het dicht bij hetWad ligt, met de Dollard om de hoek. Vrijwel direct kwam Wintermans toen ook bij de NAM terecht. NAM-ecoloog JoopMarquenie, voor wie hij wel eens wat klussen


deed, zocht versterking, aan- vankelijk voor twee dagen in de week.Wintermans moest even slikken (“Ik was nog nooit in vaste dienst geweest”), maar zei toch ja. En al snel ging hij drie dagen werken, want Marquenie ging met pensioen. De NAM mag gaswin- nen onder de Waddenzee, maar moet met onderzoek aantonen dat er geen schadelijke effecten zijn voor het milieu van de bodemda- ling die optreedt door gaswinning. Wintermans doet dat onderzoek niet zelf, maar zet het uit en coör- dineert het. Allerlei bureaus heb-


ben hun eigen specialisme, van bodemdaling tot kweldervegetatie en vogelpopulatie;Wintermans is de specialist die de uitkomsten aan elkaar knoopt. Als hij heel eerlijk is, zou hij liever de hele week buiten werken. Maar tegelijkertijd weet hij dat zijn positie ‘benijdenswaardig’ is. “Ik krijg hier van alle onderdelen enorm veel kennis aangedragen en ik maak alle discussies mee. Dat is uitermate boeiend. Je krijgt een heel goed beeld van het func- tioneren van die Waddenzee en de invloed van menselijke activiteit


GEORGEWINTERMANS LEEFTIJD: 59 IN DIENST: 1 augustus 2002 OPLEIDING: Biologie in Amsterdam (UvA) en Milieubiologie in Leiden FUNCTIE: Senior milieuadviseur (beroep: ecoloog) LOCATIE: Assen (NAM) BIJZONDERHEID: Tien jaar mag hij klussen aan zijn boerderij in Finsterwolde, niet langer. Dat heeft hij zijn vrouw beloofd in een contractje.


daarop. Ik draag dat hier niet heel erg uit, maar ik vind het uitermate boeiend en fascinerend. Het bevredigt mijn wetenschappelijke interesse.”


CONTRACT Wintermans en zijn vrouw hebben allebei een ‘bouw- tic’. Hij misschien nog wel wat meer dan zij. Ze kopen het liefst een oud huis en knappen dat dan helemaal op. Op Texel hadden ze een huis uit 1703. Dat was een project van jaren. In Finsterwolde hebben ze een middelgrote heren- boerderij gekocht uit 1850. Daar


zijn ze dus nu al sinds mei 2002 in aan het klussen. Binnenkort moet dat afgelopen zijn. Dat heeftWin- termans namelijk in een contract aan Marianne beloofd. Die wilde niet eindeloos in de troep zitten. En ze kent Wintermans, die is – in haar woorden – altijd ‘leugen- achtig optimistisch’. Ze wilde het keihard op papier hebben: voor het einde van 2012 moet het hele- maal af zijn. Het contract, met zijn handtekening, hangt in de gang. En, gaat hij het halen? “Nét”, zegt Wintermans. “Maar vanavond sta ik wel weer te timmeren.” ■


UITGAVE VAN SHELL NEDERLAND BV ADRES Carel van Bylandtlaan 30, 2596 HR Den Haag. Postbus 444, 2501 CK Den Haag. TELEFOON 070 - 377 87 00 HOOFDREDACTIE Rob van ‘t Wel ARTDIRECTION Toon Beekman (www.defabriek.nl) MEDEWERKERS Ernst Bode, Wim Blom, Rob Groot, Hillcreek Pictures, Monika Jak, Peter Konter, Jeroen Kroos, Pelle Matla, Moker Ontwerp, Reinier Spreen DRUK Roto Smeets Grafi Services Utrecht Shell Venster wordt verspreid onder geïnteresseerden in de activiteiten van Shell Nederland en Royal Dutch Shell. Het blad is gratis verkrijgbaar. Abonnementen kunnen via e-mail-adres shellvenster@shell.com worden aangevraagd en via: Administratie Shell Venster, Postbus 444, 2501 CK Den Haag. TWEEMAANDELIJKSE PUBLICATIE Voor het geheel of gedeeltelijk overnemen of bewerken van artikelen dient men toestemming van de redactie te vragen. In de meeste gevallen zal die graag worden gegeven. Hoewel Shell-maatschappijen een eigen identiteit hebben, worden zij in deze publicatie soms gemakshalve met de collectieve benaming ‘Shell’ of ‘Groep’ aangeduid in passages die betrekking hebben op maatschappijen van Royal Dutch Shell, of wanneer vermelding van de naam van de maatschappij(en) gevoeglijk achterwege kan blijven. VOORBEHOUD Als in dit blad meningen staan over mogelijke toekomstige ontwikkelingen, mogen deze niet worden beschouwd als een advies tot aan- of verkoop van aandelen Royal Dutch Shell plc.


OMSLAGILLUSTRATIE: HENK VAN HET NEDEREND, MOKER ONTWERP


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32