De toepassing van bio-grondstoffen houdt niet op bij transportbrandstoffen. Ook in de chemie wordt steeds vaker gezocht naar vervangers van fossiele grondstoffen als olie en gas. Door bio-ethanol te gebruiken wordt er stevig bespaard op de uitstoot van CO2. Dat kan ook bij drukwerk.
TEKST ROB VAN ’T WEL | BEELD HILLCREEK PICTURES, ERNST BODE
Niets is wat het is. Wie ‘s och- tends een krant of boek openslaat zal zich waarschijnlijk niet reali- seren dat er een kans is dat de letters er mede door Shell staan. Het oplosmiddel in de drukinkt komt namelijk uit de fabriekinstalla- ties in Pernis bij Rotterdam. Althans, gezien het marktaandeel van Shell op de Europese markt is het waarschijnlijk dat een behoorlijk deel van de kranten, tijdschriften en boeken die voorbij komen een vleugje Pernis in zich dragen. En, anders dan een reis langs het indrukwekkende petrochemische complex doet vermoeden, wordt het oplosmiddel in de drukinkt ook nog eens gemaakt met het CO2 vriendelijke bio-ethanol. HET IS DE UITKOMST van (bio-) logisch denken, al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat de wens
om groen te willen produceren niet direct aan de wieg van de aanpassing stond. Eind 2009 lag de prijs van bio-ethanol veel lager dan van de traditioneel gebruikte grondstof synthetische ethanol. Dat prijsvoordeel leidde tot de vraag of vervanging technisch mogelijk was. Een team van verschillende experts boog zich erover. Kan je overschakelen op een andere grondstof zonder schade aan de installatie? Kan je een verande- ring doorvoeren zonder verlies aan kwaliteit? Is de juiste kwaliteit bio-brandstof op de wereldmarkt eigenlijk wel verkrijgbaar? Waar slaan we dat goedje straks op? RUIM EEN HALF JAAR na de start van het project waren de belang- rijkste antwoorden binnen. Het leidde in het voorjaar van 2010 tot het besluit over te gaan tot
een grootschalige proef in Pernis met bio-ethanol als grondstof. Op papier zou alles goed moeten gaan maar een garantie van succes is er nooit, daarvan was iedereen zich bewust. MARC ZWART, die op de raffinade- rij in Pernis verantwoordelijk is voor de productie van het oplosmiddel ethyl proxitol, was vanaf het eerste uur betrokken bij het proefproject. Hij kent alle twijfels, uitdagingen en dilemma’s die in de loop van de tijd voorbij zijn gekomen. Dat begon al bij de chemische samen- stelling van bio-ethanol. Die grond- stof bevat namelijk onder andere meer water dan de jarenlang gebruikte synthetische ethanol. Dat zou tot technische problemen aan de dure installatie kunnen leiden en bovendien tot een mindere kwa- liteit van het eindproduct. Twee
potentiële redenen om het project definitief te stoppen, ongeacht de winsten die daar tegenover zou- den staan. MAAR HET TEAM besloot anders. Het was, zo was de gedeelde overtuiging, verantwoord om de proef op de Rotterdamse vesti- ging door te zetten. De gevaren waren te overzien, de voordelen aanzienlijk, zeker op milieugebied. Want hoewel de hoeveelheden bescheiden zijn als je die vergelijkt met andere productstromen in de chemie, zou het gebruik van bio-ethanol aanzienlijke milieuvoor- delen moeten kunnen opleveren, met name op het gebied van de uitstoot van CO2. Ethyl proxitol is een reactieproduct van propy- leenoxide en - ongeveer een kwart - ethanol of nu dus bio-ethanol. Het oplosmiddel is goed voor