search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
FOTO: ANNE VAN DER WOUDE


RUNDVEEHOUDERIJ


Op Dairy Campus wordt methaan onder praktijk- omstandigheden gemeten met behulp van een Greenfeed krachtvoerbox.


2021 op de markt komt. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat door toevoeging aan het rantsoen de methaan- uitstoot langdurig met zo’n 30% kan worden verlaagd. Binnenkort start op Dairy Campus een onderzoek naar de werking van Bovaer in combinatie met verschillende in Nederland gangbare rantsoenen (zie kader). Ook het beperkt toevoegen van nitraat aan het rant- soen blijkt de methaanproductie van runderen tot 20% te kunnen drukken. Daarbij bleek het goed inzetbaar onder praktijkomstandigheden op proefbedrijf De Marke. Het patent voor gebruik van nitraat als methaan- remmer ligt al een aantal jaren bij Cargill op de plank. Sander van Zijderveld, hoofd van de divisie herkauwers Cargill Europa, geeft aan dat ook latere onderzoeken de


Berekenen methaan uit koe


De methaanemissie door melkkoeien wordt in Nederland berekend door André Bannink, werkzaam bij Wageningen Livestock Research (WLR). Het model dat hij gebruikt werd samen met collega’s van de universiteit ontwikkeld. Groot voordeel van dit model ten opzichte van standaard rekenmethodes is volgens hem dat het rekening houdt met het effect van voeropname en de samenstel- ling van het rantsoen. Dus met het model kun je de trend die je mag verwachten als koeien anders of meer gaan vreten, goed inschatten. Dit komt volgens Bannink omdat het model een mechanisme weergeeft van hoe micro-organismen in de pens reageren


46


op de voeding. De benodigde input voor het model (gegevens over voeropname, voersamenstelling en voereigenschappen) ontvangt hij van het CBS volgens de metho- diek van de Emissieregistratie in Nederland. Bannink geeft voor zijn model een fout- marge van ruim 15%. Dat was bij introductie van het model minder dan de foutmarge van 20% die het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) oorspronkelijk voor haar standaardmodel hanteerde. Uitkomsten van metingen onder proefomstandigheden en recente nieuwe metingen in de praktijk komen volgens Bannink vooralsnog goed overeen met de uitkomsten van zijn model.


BOERDERIJ 105 — no. 3 (15 oktober 2019) Voor het meten van methaanemissie uit


mest hanteert Nederland geen eigen model op basis van een mechanisme. Daarvoor wordt tot op heden een naar Nederlandse omstandigheden aangepast IPCC-standaard- model gebruikt dat uitgaat van de uitschei- ding van organisch materiaal in mest en de mate waarmee dit verteert en methaan- emissie oplevert. Het is mogelijk, volgens WLR-onderzoeker Nico Ogink, dat er in de toekomst wel een eigen model gaat komen voor de methaanemissie uit mest, aange- zien er nu voor het eerst op grote schaal methaanemissies uit Nederlandse stallen worden gemeten.


werking van nitraat als methaanremmer onderschrijven. Als reden voor het nog niet op de markt brengen van het additief noemt Van Zijderveld het ontbreken van een verdienmodel. Dat is met de introductie van duurzaam- heidsconcepten als On the way to PlanetProof veran- derd. Ook in andere Europese landen neemt de belang- stelling volgens Van Zijderveld nu snel toe. Reden voor Cargill om het product op korte termijn op de markt te willen brengen. Wat betreft Nederland gaat er binnen- kort een dossier richting Kringloopwijzer om de werking aan te tonen. Daarnaast zoekt Cargill samenwerking met mengvoerbedrijven om het nitraat te kunnen verwerken in krachtvoer.


Interessant is ook volgens Bannink dat recent aanwij-


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76