‘Boeren zijn vakmensen, maar het vermarkten kan beter’
Coop-supermarkteigenaar Siet- ze Koetsier in Vries (Dr.) krijgt van Coop de vrijheid om lokale boerenproducten in het schap te leggen en dat doet hij ook zolang producten aan wettelijke eisen voldoen.
Jos Bolk (49) heeft in Aerdt (Gld.) een vleesveebedrijf met 500 Blon- des d’Aquitaine en 250 hectare land in gebruik.
‘Afzet naar Oregional door corona fl ink in elkaar geklapt’
Vleesveehouder Jos Bolk in Aerdt (Gld.) zet al jaren met 35 andere Gelderse boeren via groothandel Oregional lokale streekproducten af. In zijn geval Blondes d’Aquitaine-vlees.
Jaarlijks laat Jos Bolk zo’n 140 dieren slachten en produceert hij ongeveer 70 ton rundvlees. In 2018 en 2019 wist Bolk 20 tot 25% van dit vlees via Oregonial te verkopen, maar in 2020 was dit amper 3%. “Onze producten gaan via Oregional naar horeca, catering en zorginstellingen, maar juist daar zijn door corona harde klappen gevallen”, vertelt Bolk, die zijn eigen aandeel binnen Ore- gional toch al kleiner ziet worden. “Door corona wordt nog sterker op prijs ingekocht en met Blon- des-vlees zit ik in het topsegment. Voor de horeca ben ik minder interessant geworden.” Een deel van het rundvlees dat
overblijft, gaat nu tegen lagere prijzen naar de groothandel. Het overige vlees verkoopt Bolk zelf aan consumenten in een boerde- rijwinkel.” Als gevolg van de corona-crisis
staan marges onder druk. “De doelstelling van Oregional is 5% boven de marktprijs. Dat lukt nu absoluut niet.” Toch wil Bolk zeker niet stoppen. “Je gaat zo’n samenwerking voor de langere termijn aan en de oorzaak van de huidige afzetdaling is duidelijk overmacht.” De samenwerking bevalt Bolk
bovendien goed. Dat geldt zeker voor de logistiek. “Ik ben zelf regisseur. Oregional plaatst altijd 48 uur van te voren een bestelling waarna ik het contact met de slagerij – waar ook geslacht wordt – onderhoud. Dat werkt ideaal. Oregional rijdt zes keer per week en haalt dan alle vleespakketten bij mij op.”
Vijn: “Het idee van voedsel én recepten komt nota bene uit de (bio-)landbouw zelf, maar het is de sector ontglipt omdat die er geen commerciële partij aan wist te verbin- den. Toen is HelloFresh er met succes mee aan de haal gegaan.”
Maar wat kun je als groep samenwerkende boeren voor je producten vragen? Uit WUR-onderzoek blijkt dat de consument bereid is om tot 8% meer voor boerenpro- ducten te betalen dan voor een vergelijkbaar product in
Ongeveer 2% van het schap in Koetsiers supermarkten is onder eigen label ingeruimd voor 20 lokale artikelen van tien Drentse boeren die zuivel, groente en brood leveren. Boerenadressen krijgt Koetsier via gebiedscoöpe- ratie Zuidwest-Drenthe. “Het is leuk om te doen en extra service voor de klant, maar voor de mar- ge hoef ik het niet te doen.” Logistiek is de operatie te
overzien. Koetsier krijgt melk en karnemelk drie keer per week dagvers van een tussenhandelaar. Blaarkop-kaas komt van de boer/ kaasmaker zelf. Voor seizoens- gebonden asperges ligt Koetsier
qua afzet op dezelfde route als de horeca die ook beleverd wordt. “Er worden vooraf altijd goede afspraken over gemaakt. De asperges worden bijvoorbeeld ’s ochtends gestoken en liggen dan ’s middags al hier in het schap. Dat moet ook, want met vers product maak je het verschil.” Niettemin blijft de consument bepalend. Koetsier: “We heb- ben weinig toeristen en voor de lokale klant moet het niet te duur worden. Om die reden heb ik een keer afscheid moeten nemen van een geitenhouder. Zijn geitenkaas bleek te duur voor mijn klanten, er was geen marge.” Opvallend is verder dat Koetsier alle promo- tiekosten voor eigen rekening neemt. “Daar ben ik kritisch op. Boeren zijn vakmensen, maar het vermarkten kan beter. Dat is jammer, want dé kracht van een lokaal product is het verhaal erachter.”
Sietze Koetsier (57) is samen met zoon Henk-Rik eigenaar van Coop-supermarkten in Vries, Ruinerwold en Oldemarkt.
de supermarkt. Voor een premium – bijvoorbeeld vlees van een bijzonder vleesveeras – kan dat zelfs 20% meer zijn. Het totale assortiment moet in ieder geval zo breed mogelijk zijn, want de consument is ook niet eenduidig. “Enerzijds is er de conservatieve consument die een goed product wil, maar daar niet te veel voor wil betalen. Anderzijds is er de stadsbewoner die meer wil uitgeven, maar dan wel service en een goed verhaal verwacht. Bei- de types moet je kunnen bedienen.”
BOERDERIJ 106 — no. 16 (12 januari 2021) 9
FOTO: HENK RISWICK
FOTO: JAN WILLEM VAN VLIET
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76