search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
ACTUEEL


RUNDVEEHOUDERIJ Borium maiskuilen vaak te laag


Door gestaag afnemende borium- gehaltes in de bodem nemen ge- wassen minder borium op.


Een laag boriumgehalte in de bodem kan er toe leiden dat ook in de snijmaiskuil (te) lage gehaltes van dit nutriënt aanwezig zijn. Dat blijkt uit een inventarisatie van Eurofins Agro. Het analysebureau heeft de gegevens van borium in maiskuilen naast elkaar gezet per regio. De streefwaarde voor het boriumgehalte in maiskuilen is 3,5 tot 5,5 mg per kilo droge stof. Agrofins trekt de conclusie dat op de grens van Groningen, Friesland en Drenthe er veel kuilen zijn waarin het gehalte borium beneden die streefwaarde ligt. Ook in het midden, het oosten en het noordoosten van Nederland zijn er regio’s waar borium aan de krappe kant is in de kuilen. Tekort aan borium in de maisteelt kan leiden tot achterblijven van de ontwik- keling en de zetting van de kolven. Een boriumtekort heeft ook direct effect op de kwaliteit van de snijmais op het moment dat deze aan het voerhek ligt.


Bij een evenwicht tussen de aanvoer van borium, de cijfers in de bodem en de afvoer is er niks aan de hand, stelt Eurofins Agro. Maar duidelijk is dat niet alle maiskuilen voldoende borium bevatten. Aan de andere kant kan er ook risico bestaan op schade


Voldoende borium in de grond blijkt geen garantie voor voldoen- de borium in de kuil. Ana- lyse van het product moet dat uitwijzen.


bij overmaat borium. Daarom moeten gehaltes in de kuil te herleiden zijn naar de bodem, en passen bij de uitslagen van de bodemanalyse. Zo kun je als veehouder of snijmaisteler goed omspringen met het nutriënt borium.


Als het aandeel snijmais in de kuil groot is en er is geen aandacht voor borium via het voerspoor, dan kan het tekort uiteinde- lijk ook leiden tot gezondheidsproblemen bij de koeien. De data van de bodem alleen


Hogere levensduur laat levenssaldo stijgen


De financiële prikkel is een belangrijk instrument om koeien ouder te laten worden


De gemiddelde levensduur van de koeien op de melkveebe- drijven in de weideprovincies Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland ligt opnieuw ruim boven het Nederlands gemiddelde. Dat is al zo sinds de gegevens beschikbaar zijn in 2008. Dat stelt onderzoeks- en adviesbureau Valacon. Maar de correlatie van levensduur en productie is negatief, met andere woorden hoe hoger een provincie scoort voor levensduur hoe lager ze


Koeien met een langere levens- duur realiseren een hoog levens- saldo.


scoort voor productie. Toch is de levensduur financieel het meest interessant zegt Vala- con, want het levenssaldo is in de weideprovincies ook het hoogst. Het verschil met de ‘maisprovincies’, zoals Valacon ze omschrijft, kan oplopen tot


wel 25% of meer.


Het levenssaldo is het netto resultaat van alle kosten en ba- ten van een koe in haar leven, dus vanaf de geboorte tot nu toe, of het moment waarop ze wordt afgevoerd. Te berekenen per individuele koe of groepen koeien. Dat betekent dat met het ouder worden van de vee- stapel meer aan de koeien wordt verdiend.


De 30 veehouders in de pilotgroep ‘Geef-ze-de-vijf!’ hebben in 2020 het levenssaldo van hun koeien met gemiddeld € 314 weten te verhogen en die van de afgevoerde koeien met € 356. De koeien worden door de langere levensduur dus steeds economischer.


BOERDERIJ 106 — no. 16 (12 januari 2021)


Naast het hogere levenssaldo sloot de pilotgroep 2020 af met opnieuw een bovengemiddelde levensduur van hun veestapel. Een van de deelnemers geeft aan dat de invloed van de pilot zeker aanwezig is. In 2021 mikt deze veehouder daarom op 15% vervanging in zijn veestapel. Gemiddeld is dat percentage in Nederland tussen de 25 en 30%. Valacon denkt dat de laag- drempelige aanpak, waarbij de motivatie van de veehouder centraal staat, werkt. Omdat het economisch voordeel van levensduurverlenging een van de belangrijkste factoren is voor de ‘externe’ motivatie, gaat Valacon daar in 2021 extra aandacht aan besteden.


35


zijn daarvoor niet toereikend.


Theo Courtz, specialist melkveehouderij bij meststoffenproducent Yara Benelux: “Wij zien het probleem rondom het tekort aan borium op bedrijfsniveau de afgelopen jaren eerder groter dan kleiner worden. Dat is een risico voor de gezondheid van de koeien. Gebrek aan borium in het rantsoen heeft een negatief effect op de melkproduc- tie en gaat ten koste van de botopbouw bij de dieren.”


FOTO: PETER ROEK


FOTO: RONALD HISSINK


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76