ACTUEEL Minder eiwit voeren is lastig
Toepassen van bewerkt graan, pensbestendig eiwit en focus op graskwaliteit kunnen problemen als gevolg van een bovengrens van eiwit in rundveevoer beperken.
Veevoedingsadviseurs noemen de door mi- nister Schouten aangekondigde tijdelijke beperking van ruw eiwit in krachtvoer een slecht plan. Veehouders moeten zoeken naar de mogelijkheden die de effecten kunnen verminderen, en daar zijn kansen voor, zo blijkt uit het webinar ‘Gezond koei- en voeren met minder eiwit’ georganiseerd door Boerderij. Volgens Richard ter Beek, verkoopleider Rundvee bij AgruniekRijnvallei, kunnen veehouders kiezen voor de juiste en effici- ent bewerkte grondstoffen. “Er zijn kansen voor toepassen van bewerkte granen, omdat energie vaak de beperkende factor is in de vorming van microbieel eiwit.” Op het veld moeten boeren het juiste maaimo- ment kiezen om een optimale verhouding tussen verteerbaarheid en kwaliteit eiwit te bereiken. Daar steekt Tom Niehof, product- manager voedergrassen Barenbrug Hol- land, ook op in. “Liever wat vroeger maaien en voldoende eiwit en dat geheel dan iets droger inkuilen”, luidt het advies. “En geef de koe vooral vers gras. Accepteer aftoppen
RUNDVEEHOUDERIJ
Vorig jaar werd tot diep in de herfst vers gras bijgevoerd. Dit jaar kan dat een van de oplossin- gen zijn om in de eiwitbehoefte van koeien te voorzien.
van weiden omdat in blad het meeste eiwit zit. Najaarsgras bevat veel eiwit. Voer de koeien daarom vers gras, via beweiding of via zomerstalvoeren, misschien wel tot in december.” Voor de langere termijn kunnen de juiste grasmengsels en produc- tiedoelen een blijvende rol spelen in het aanbieden van de juiste eiwitbronnen. Jan Speerstra, algemeen directeur Speerstra Feed Ingredients, geeft aan dat
70% van het eiwit dat de koe nodig heeft ge- vormd wordt in de pens als microbieel ei- wit. “Door de pens beter aan te sturen, valt daar nog flinke winst te halen. Vooral een continu aanbod van langzaam onbestendig eiwit zorgt voor een stabiele productie van microbieel eiwit.” En het op niveau bren- gen van pensbestendige aminozuren kan het totale eiwitaanbod complementeren. Kijk het webinar terug op
Boerderij.nl.
KringloopWijzer door 97% van de melkveehouders tijdig ingediend
Nog een kleine 500 bedrijven moeten de KringloopWijzer alsnog indienen.
Van de melkveebedrijven die de KringloopWijzer moeten indienen, heeft de overgro- te meerderheid dat op tijd gedaan. ZuivelNL meldt in zijn nieuwsbrief dat op 15 mei 2020 in totaal 14.594 melkveehou- ders de KringloopWijzer 2019 hebben ingediend. Dat is 97% van alle melkveebedrijven. Nog een kleine 500 bedrijven moe- ten de KringloopWijzer nog indienen. Zij hebben inmiddels een brief ontvangen met de me- dedeling dat zij, binnen de in
het kwaliteitssysteem van hun zuivelonderneming gestelde hersteltermijn, alsnog aan de verplichting moeten voldoen. Deze veehouders worden on- dersteund bij het indienen van de KringloopWijzer door NZO, LTO, Nevedi en VLB. Het invullen van de Kring- loopWijzer gaat via de Centrale Database KringloopWijzer. Een flink aantal gegevens kan automatisch worden ingelezen. Daarvoor moet de veehouder een machtiging afgeven. Het gaat dan om dier-, mest- en perceelgegevens, de voer- en zuivelonderneming of gege- vens die beschikbaar komen via kuilanalyses. Ruim 90% van de melkveehouders heeft alle
Een goed bezette stal. Een groot aantal gegevens, zoals over dieraantallen, kunnen automa- tisch worden ingelezen, mits de veehouder toestemming geeft.
machtigingen benut bij het in- vullen van de KringloopWijzer 2019. Als de KringloopWijzer volledig is ingevuld en inge- diend, wordt de zuivelonder-
BOERDERIJ 105 — no. 37 (9 juni 2020)
neming hierover automatisch geïnformeerd. Veehouders blijven wel zelf, als eigenaar van de data, verantwoordelijk voor het machtigen van datale- veranciers én het controleren van de volledigheid en juistheid van alle invoergegevens. Ook kunnen melkveehou- ders een adviesorganisatie en zuivelonderneming machtigen voor het gebruik van uitkom- sten van de KringloopWijzer. Dat maakt het mogelijk om de milieuprestaties in stu- dieclubverband onderling te vergelijken. Daarnaast kan de informatie gebruikt worden voor de duurzaamheids- en kwaliteitsprogramma’s van de zuivelonderneming.
29
FOTO: HANS PRINSEN
FOTO: ANNE VAN DER WOUDE
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84