COLUMN ONDERNEMEN
Wieringa
Willem Bruil, hoogleraar Agrarisch Recht RU Groningen en directeur Insti- tuut Agrarisch Recht
eel mensen, ik denk ook lezers van dit blad, zijn boos op Tommy Wieringa, die in de NRC een column schreef onder de titel Oude boer op dood land. Ik kan me dat voorstellen. Er staan nogal wat onjuistheden in, voor veel beweringen ontbreekt bewijs, oorzaak en gevolg zijn niet helder. Elders is dit allemaal al weersproken, dus ik hoef het niet nog eens te doen. Maar ik moet bekennen dat ik mij in het algemene beeld dat Wie- ringa schetst van een verarmd boerenplatteland wel herken. Uit een verhuisdoos kwam bij mij onlangs tevoorschijn het boek van meester H.W. Heuvel Oud-Achterhoeks boerenleven. Hij schreef dit boek in 1924, maar het ging over zijn jeugd in de tweede helft van de negentiende eeuw. Heuvel beschrijft het boerenleven met alle werk, gewoonten en gebruiken, narigheid ook, maar terloops komen er ook heel wat planten en dieren voorbij in zijn natuurbe- schrijvingen. Het ritselt van de vogels (zwaluwen, vinken, mussen, tjiftjafs), de kleine zoogdieren (hermelijnen, bunzingen), insecten (krekels), bossen, heidevelden, stromende (!) beken, moerassen en woeste grond, planten en kruiden, weilanden vol paardenbloe- men, madeliefjes en pinksterbloemen. Er is heel wat bij dat ik zelf nog zelden of nooit heb gezien (en ik ben toch ook al aardig oud). Ik kan het boek iedereen aanbevelen die af en toe nostalgisch wil zijn.
V
Soms heeft men het verlangen naar vroeger, dat heb ik, en Wie- ringa waarschijnlijk ook. Maar we moeten er ons bij neerleggen dat de negentiende eeuw niet terugkomt en in verreweg de meeste opzichten is dat maar goed ook. Maar wat de natuur betreft zijn we echt wel behoorlijk achteruit gekacheld. Dat het land ‘dood’ is gaat misschien wat ver, maar toch heb ik waarschijnlijk meer biodiver- siteit in mijn achtertuin (veel vogels ook!) in het dorp waar ik nu woon, dan mijn vorige buurman in het buitengebied op tien hec- tare grasland. En zijn nu onze boeren schuldig aan de teloorgang van het platteland? Jazeker! Zij zijn het die hoog effi ciënte grassen zaaien, te veel bestrijdingsmiddelen gebruiken, landschapsele- menten laten verdwijnen, de bodem uitputten, vogelnesten weg- maaien, overbemesten, stikstof uitstoten, geurhinder veroorzaken, en nu ook nog corona verspreiden (via de nertsen). Maar boeren zijn niet alleen schuldig: dat zijn we natuurlijk allemaal. Boeren zijn simpelweg onderdeel van een maatschappe- lijk systeem dat niet in staat is om ervoor te zorgen dat we de aarde niet in alle opzichten verpesten. Ik ben dus medeschuldig en Wie- ringa ook. Dat is een sombere gedachte. En dan is het ook tamelijk futiel dat er mensen zijn die blij zijn dat de wolf weer terug is in Nederland. Die was er zelfs in de tijd van meester Heuvel al lang niet meer. Heuvel overleed in 1926: “Maandag 10 mei ontgleed de pen voor immer aan zijn hand.”
BOEREN ZIJN NIET ALLEEN SCHULDIG: DAT ZIJN WE ALLEMAAL
BOERDERIJ 105 — no. 37 (9 juni 2020)
21
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84