search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
996 | WEEK 34-35 24 AUGUSTUS 2022


RIJKSWATERSTAAT ZIT BOVENOP DROOGTEBESTRIJDING ‘Zorgen dat we het beschikbare water zo goed mogelijk verdelen’


MTW in actie komt, betekent dat niet dat de andere overleggen vervallen. De RDO’s gaan gewoon door en ook de LCW blijſt gewoon zijn werk doen. Maar in plaats van dat het LCW besluit om maatregelen te treffen, brengen we in deze fase daarover een advies uit aan het MTW. Het MTW kan met elkaar besluiten dat dit de goede maatregel is en vraagt dan aan de betreffende beheerder(s) om dit uit te voeren.”


Het MTW kan ingrijpende besluiten of gevoe- lige besluiten ook eerst aan de betrokken mi- nisters voorleggen. Zeer ingrijpende beslui- ten worden voorgelegd aan de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing (MCCb), bij- voorbeeld als bepaalde sectoren moeten worden stilgelegd. Bart: “Dat is de laatste opschalingsfase. Daar is nu echt nog geen sprake van. Ik heb dat zelf ook nog nooit meegemaakt.”


Droogvallende riviertak.


RIJSWIJK Vorig jaar veel teveel water en nu weer te weinig. Er is altijd wat aan de hand in ons waterland. Sinds woensdag 3 augus- tus 2022 is er officieel sprake van een nati- onaal feitelijk watertekort. Bart Vonk van Rijkswaterstaat, een van de voorzitters van de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW), legt uit wie wat doet bij de droogtebestrijding.


Als het om waterverdeling gaat, is samen- werken essentieel. Op regionaal en op lande- lijk niveau. Vonk: “Rijkswaterstaat is verant- woordelijk voor het hoofdwatersysteem. Denk daarbij aan de grote rivieren, meren en kana- len. Andere waterbeheerders, zoals de water- schappen, zijn verantwoordelijk voor het wa- ter binnen hun gebieden en hebben water uit ons watersysteem nodig. Daarom beslissen we samen over wat de beste manier is om het beschikbare water in te zetten.”


Droogte-overleggen Elk gebied in Nederland kent bij droogte zijn eigen uitdagingen. Daarom zijn er zes Regionale Droogte-overleggen (RDO’s) tussen Rijkswaterstaat, de waterschappen en pro- vincies bij een dreigend of feitelijk regionaal watertekort. Hierin kijken alle partijen samen naar wat er in de regio speelt en doen voor- stellen over welke maatregelen eventueel no- dig zijn.


Vonk: “Zo is verzilting in de Randstad een po- tentieel probleem. Zout water vormt een ern- stige bedreiging voor unieke natuur, belang- rijke teelt en drinkwaterproductie. Om dat te voorkomen, moeten we tijdig genoeg zoet wa- ter dat gebied in krijgen om tegendruk te ge- ven aan het zoute water. Maar dat water moet ergens vandaan komen en dat heeſt ook weer effecten waar we rekening mee moeten hou- den. Zo wordt het waterpeil iets lager in de ri- vieren en kanalen waar we het water uithalen. Dat kan de scheepvaart hinderen. We zijn con- tinu op zoek naar de optimale balans.”


Droogtemonitor Watermanagementcentrum Nederland (WMCN) houdt het hele jaar door de rivieraf- voeren en andere belangrijke indicatoren nauwlettend in de gaten, en informeert de LCW daarover. Ook als er geen dreigende of feitelijke droogte is, en ook bij hoogwater. Tijdens het droogteseizoen publiceren zij on- line de Droogtemonitor, die een landelijk overzicht van de situatie geeſt.


De LCW is onderdeel van het Watermanagementcentrum Nederland (WMCN) in Lelystad. In de LCW zitten verte- genwoordigers van Rijkswaterstaat, de wa- terschappen, het KNMI, drinkwaterbedrijven, provincies, betrokken ministeries (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Economische


Foto Rijkswaterstaat/ Marc C.M. Schols


zaken en Klimaat, en Infrastructuur en Waterstaat) en de voorzitters van de zes RDO’s. De LCW houdt op landelijk niveau het overzicht en onderzoekt welk effect maatrege- len die een regio voorstelt op andere gebieden hebben. Water naar een bepaald gebied aan- voeren, betekent natuurlijk ook minder water in de gebieden waar het vandaan komt.


Dilemma’s Dilemma’s worden in de LCW besproken en er wordt een oordeel gevormd. Op basis daar- van stelt de LCW besluiten vast om maatrege- len te treffen. Als besluiten politiek-bestuur- lijke gevolgen hebben, legt de LCW ze voor aan het Managementteam Watertekorten. De uitvoering van de besluiten ligt weer bij de af- zonderlijk waterbeheerders. Bart: “We probe- ren natuurlijk ongewenste effecten van maat- regelen te voorkomen. Als dat onvermijdelijk is, hanteren we de verdringingsreeks. Bij een watertekort kan je per definitie niet volledig aan ieders behoeſte voldoen. Dus moet je kij- ken naar waar het water het hardst nodig is. In de verdringingsreeks staat waar de priori- teiten dan liggen.”


Het Managementteam Watertekorten (MTW) wordt pas actief als er een feitelijk nationaal watertekort is (opschalingsniveau 2). De di- recteur-generaal van Rijkswaterstaat Michèle Blom is voorzitter van het MTW. Vink: “Als het


Twee weken vooruit Hoe lang de droogte nog aanhoudt kan Bart Vonk niet zeggen: “Wij kijken twee weken vooruit. De komende weken zien we geen dusdanige weersverandering, waardoor het watertekort wordt opgeheven. Het WMCN werkt met verwachtingsmodellen. Zo’n mo- del berekent aan de hand van verschillen- de variabelen een verwachting. Als je verder vooruit kijkt dan twee weken zitten er teveel onzekerheden in de modeluitkomsten om er vandaag verstandige uitspraken over te kun- nen doen.” In 2018 was het ook droog. En wie goed heeſt opgelet, ziet dat er in 2018 op ongeveer het- zelfde moment werd opgeschaald als nu.


Maar dat er min of meer op hetzelfde moment is opgeschaald, zegt niet dat beide jaren het- zelfde verlopen. Vonk: “Het zegt niks over wat we dit jaar nog kunnen verwachten. Als het over twee weken flink gaat regenen, verloopt dit jaar natuurlijk heel anders dan in 2018. Dat kunnen we nu alleen nog niet overzien.”


Daarbij is het ook belangrijk om te weten dat de LCW veel heeſt geleerd van wat er in 2018 gebeurde. Bart Vonk: “Onze uitgangs- positie is beter. Zo is het IJsselmeerpeil tijdig verhoogd en hebben de waterschappen hun stuwen opgetrokken. Daardoor is er meer wa- ter vastgehouden. We kunnen niet oneindig veel water vasthouden, want dan heb je in de winter weer overstromingen als het hard gaat regenen. Maar we zorgen ervoor dat we het water dat we nu hebben zo goed mogelijk verdelen.”


Bron: Rijkswaterstaat


19


Extra maatregelen nodig voor zeeschepen ‘onder gas’


“Alhoewel er sinds een incident met ms Fox in december 2019 veel aandacht is geschonken aan het onderwerp fosfine heeſt het een aantal weken geleden helaas weer kunnen gebeuren dat binnenvaartschepen beladen wer- den met lading waarin zich in potentie dodelijke hoe- veelheden gas bevond.


De reden dat dit wederom heeſt kunnen gebeuren, bleek te zijn dat het zeeschip niet was aangemeld bij de haven- autoriteit (Port of Amsterdam) als ‘schip onder gas’. Ook de kaptein van het zeeschip gaf aan niet te hebben ge- weten dat de lading behandeld was. Het lijkt in dit geval overduidelijk te zijn dat het incident heeſt kunnen plaats- vinden doordat tussen belading en lossing iemand (of meerdere personen) - om wat voor reden dan ook - niet de juiste procedures heeſt/ hebben gevolgd en de infor- matievoorziening ernstig heeſt gefaald.


Tijdens de ASV-vergadering van vorig najaar was er een spreker die het gehele proces aan de zaal heeſt uitgelegd van hoe schepen ‘onder gas’ worden gebracht en hoe deze weer gasvrij worden gemaakt. Ook vertelde hij dat wetgeving hieromtrent een nationale aangelegenheid is. Op Europees vlak ontbreekt het dus aan uniforme


regelgeving, procedures en informatievoorziening, waar- door elk land/ regio/ haven het op eigen manier kan in- vullen. Zodoende blijſt de kans op incidenten zoals on- langs heeſt plaatsgevonden groot.


Er zijn natuurlijk al wel stappen gezet, zoals het ver- nieuwde Plan van Aanpak dat de havens van Rotterdam en Amsterdam sinds 2020 hanteren. Dat Plan van Aanpak treedt echter niet in werking als het zeeschip niet wordt aangemeld, met als gevolg dat niemand bij de verdere afhandeling (waaronder de schippers) op de hoogte is van de risico’s. Bovendien geldt dit alleen voor die ha- vens. Maar, fosfine (of een ander giſtig gas) in lading kan ook op andere plaatsen binnenkomen; ook in treinwa- gons. Dat roept de vraag op wat er (nog meer) aan maat- regelen moeten/kunnen worden genomen om de risico’s op gezondheidsschade te verlagen. De schippers kunnen allemaal een gasdetectiemeter aanschaffen en gebruiken tijdens het laden, maar dat is volgens experts niet zo eenvoudig als het klinkt.


Daarnaast werkt het schijnveiligheid in de hand. Waar moet je namelijk op gaan meten? Fosfine of iets anders? Schippers hebben de benodigde expertise gewoonweg


niet. Is het een (opgelegde) regel wordt dat wel verwacht en komt vervoer van granen en dergelijke steeds een stapje dichterbij Vervoer Gevaarlijke Stoffen.


Wat schippers individueel willen doen voor een veilig ge- voel is aan henzelf, maar een opgelegde regel moet het nooit worden. Vooral niet, omdat daarmee ook de ver- antwoordelijkheid (deels) verlegd wordt naar de schip- per, met als gevolg dat die schipper aansprakelijk kan worden gesteld bij een incident of het onterecht stopzet- ten van het overslagproces doordat de meter afging. Het zal uiteindelijk een juridisch moeras worden. Voor het waarborgen van de veiligheid is aanpakken bij de bron de enige oplossing.


Gelukkig is ook ILT daarvan overtuigd en worden werke- lijk stappen gezet. Het is van groot belang dat schippers en hun belangenorganisaties eveneens volop inzetten op het ontwikkelen van een goed functionerende (Europese) uniforme regelgeving, procedures en informatievoorzie- ning om het risico op vergiſtiging te verlagen.”


Ron Breedveld, ASV-denktanklid


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44