996 | WEEK 34-35 24 AUGUSTUS 2022
Monumentale John Frostbrug net op tijd hersteld
zichtbaar te blijven uit cultuurhistorische overwegingen.’
Er zijn nog veel elementen op en rond de brug te vinden die herinneren aan het turbulen- te verleden. Zo zijn er verschillende herden- kingstekens die herinneren aan de oorlogstijd, zoals in het noordelijke landhoofd en boven de fietsopgang aan de noordzijde van de brug. Aan deze kant staan ook nog twee bunkers met kogelgaten met daarin een monument ter nagedachtenis aan gesneuvelde soldaten.
De brug na de Slag om Arnhem.
ARNHEM Net op tijd voor de herdenking van operatie Market Garden in september 2022 is de opknapbeurt van de John Frostbrug in Arnhem straks klaar. Veel belangrijke on- derdelen van de monumentale brug zijn dan vernieuwd en gerepareerd. Maar niet alles; de oorlogsschade blijſt zichtbaar.
De John Frostbrug verbindt de stadsde- len ten noorden en zuiden van de Nederrijn, maar ook de Arnhemmers met ‘hun’ stad. De brug is gebouwd tussen 1932 en 1935 als onderdeel van het Rijkswegenplan, een nationaal project om de Nederlandse we- gen te verbeteren. De brug kreeg een lichte boogconstructie om de lage stadsbebou- wing niet te domineren. Omdat het voor Rijkswaterstaat toen gebruikelijk was om een brug te vernoemen naar de rivier die
er onderdoor liep, kreeg de brug de naam ‘Rijnbrug’.
In de oorlog, die kort na de opening begon, werd de brug twee keer opgeblazen en weer hersteld. De eerste keer, in 1940, vernietigden de Nederlandse strijdkrachten de brug om de opmars van de Duitse bezetter te stoppen. Tijdens de bezetting werd de brug weer gere- pareerd door de Duitsers.
Kort na de heropening werd de brug het mid- delpunt van hevige gevechten in de laatste fase van operatie Market Garden in septem- ber 1944. Pogingen om de brug te veroveren mislukten. De brug bleek ‘een brug te ver’. In de jaren na de oorlog werd de brug op- nieuw hersteld en in 1950 heropend. In 1978 kreeg de brug de huidige naam, die verwijst
naar de Britse militair die de Slag om Arnhem leidde.
Oorlogsschade Tot nu toe is er altijd oorlogsschade zicht- baar gebleven. Ook in de opknapbeurt die nu uitgevoerd wordt, wordt deze niet hersteld. Bestuursadviseur erfgoed Boukje Overbeek van de gemeente Arnhem: “De brug is wereld- beroemd om zijn oorlogsgeschiedenis. Het is een symbool van bevrijding en wederop- bouw. De oorlog en de brug hebben in grote mate bepaald hoe de zuidelijke binnenstad er nu uitziet. Het is in die optiek heel vreemd om de oorlogsschade weg te poetsen.”
In de werkomschrijving van aannemer Mobilis Iris staat het dan ook expliciet omschreven als: ‘Oorlogsschade hoort
Schijnvoeg Een ander bijzonder detail aan de brug is de zogeheten schijnvoeg. Deze is bij het ontwerp van de brug toegepast om de brug in tijden van oorlog snel en gecontroleerd te kunnen opblazen. Tijdens het onderhoud krijgt deze schijnvoeg in het asfalt een afwijkende kleur. Als de John Frostbrug in september weer opengaat voor het verkeer komt er ook een bordje om de historische betekenis van deze schijnvoeg toe te lichten.
Tijdens het onderhoud krijgt de brug waar no- dig een schilderbeurt. De leuningen van de brug behouden hun opvallende, bordeaux- rode kleur: ‘maroon red’. Ook dit is een ver- wijzing naar de oorlog: het is de achtergrond- kleur van het embleem van de Britse 1st Airborne Division, die in 1944 bij Arnhem land- de om de brug in te nemen.
Behalve het schilderen van delen van de brug heeſt aannemer Mobilis Iris de afgelopen maanden het betondek gerepareerd, geasfal- teerd en de voegovergangen vernieuwd. Vanaf 10 september 2022 is de John Frostbrug weer opgeknapt, opengesteld voor het verkeer en klaar voor de jaarlijkse herdenking van de Slag om Arnhem.
11
OP KOERS
‘Voorkomen dat de urgentie wegebt’
In de media wordt veel aandacht besteed aan de lage wa- terstanden en de problemen die dat veroorzaakt. Erwin van der Linden (EICB) breekt een lans voor hoopvolle tus- senoplossingen die op het moment in de maak zijn.
Erwin van der Linden
Er is zoveel media-aandacht voor laagwater geweest in de afgelopen weken. Valt daar nog iets aan toe te voegen? Allereerst is het goed om te zien hoeveel belangstelling er nu uitgaat naar de bevaarbaarheidsproblematiek van onze ri- vieren. Inderdaad wordt dit onderwerp her en der stevig ge- adresseerd. Ik zag onlangs vanuit IVR en NPRC een bijdrage verschijnen in de Volkskrant, KBN werd uitvoerig geciteerd op de voorpagina van het Financieele Dagblad en de NOS wist de ASV goed te vinden. Ook bemerk ik een toenemende belangstelling vanuit andere hoeken van de wereld, door bij- voorbeeld mainstream media als CNN. Dat gaat niet altijd even subtiel, want laatstgenoemde nam al snel het woord drama in de mond en verklaarde de riviercruisevaart in één adem op een haar na dood. Al deze aandacht helpt hopelijk in de totstandkoming van meer structurele oplossingen en de reservering van de benodigde financiële middelen. Het is voor beleidsmakers en politici niet langer mogelijk om te ver- doezelen hoe belangrijk onze rivieren nu eigenlijk zijn voor de economie van ons land en de andere Rijnoeverstaten. Iets wat wij als sectorgenoten natuurlijk allang weten!
Elke twee weken komt in deze rubriek in de Scheepvaartkrant een van de medewerkers van Bureau Telematica Binnenvaart (BTB), Expertise- en Innovatiecentrum Binnenvaart (EICB) en het Bureau Voorlichting Binnenvaart (BVB) aan het woord over een project waar volop aan gewerkt wordt om de binnenvaartsector nog verder te laten doorstomen. Deze rubriek wordt samengesteld door de samenwerkende organisaties.
Ik voel een ‘maar’ aankomen… Tja, we zagen deze belangstelling in 2018 ook, toen sprake was van een enigszins vergelijkbare situatie. Maar toen ebde de urgentie toch ook weer weg.
Valt daar wat aan te doen? Het is denk ik verstandig om het ook over haalbare oplos- singen te hebben. Natuurlijk is daar het grote belang van het onderhouden en aanpassen van de infrastructuur.
Maar gelukkig heeſt de situatie in 2018 wel geleid tot enkele initiatieven onder scheepsbouwers die kunnen bijdrage aan deeloplossingen op de kortere termijn. Zo zijn er schepen ontworpen die ook bij lagere waterstanden kunnen functio- neren. Begin van dit jaar heeſt men hierover vanuit BASF nog een aansprekende presentatie gegeven tijdens een van onze goedbezochte, internationale beleidscoördinatie bijeenkom- sten van PLATINA3.
Is dat het enige? Nee, er gebeurt nog veel meer. Zo studeren we op dit mo- ment binnen het Europese onderzoeksproject NOVIMOVE met onze Duitse partner DST actief naar manieren waarop we de climate resiliance van het binnenvaart transportpro- duct verder kunnen verhogen door het aanbrengen van aan- vullend drijfvermogen. En binnen hetzelfde project werkt CoVadem aan verdere verfijning van de actuele dieptemetin- gen. Toegegeven, ik lees natuurlijk ook voorstellen met een nog grotere impact, waaronder de aanleg van supersluizen, het afsluiten van de monding van de Rijn, grote stuwmeren in Zwitserland bouwen of het op grote schaal verhogen van de rivierbedding. Maar alle beetjes helpen, dus ook de zaken die binnen NOVIMOVE ontwikkeld worden.
Is dit ook niet het moment om te pleiten voor een cross-sectorale, multidisciplinaire aanpak van het bevaarbaarheidsprobleem? Dat gebeurt her en der natuurlijk al, maar dure woorden al- leen lossen het probleem niet direct op. Ik wil hier vooral een lans breken voor continue innovatie met bovenstaande als voorbeelden van hoe we vanuit de sector, samen met ken- nispartners, de daad concreet bij het woord kunnen voegen. Daarbij zullen we aandacht moeten blijven besteden aan het op de agenda houden van het onderwerp, vooral als het bin- nenkort weer van de voorpagina’s is verdreven.
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44