894 | WEEK 38-39 19 SEPTEMBER 2018
Wallonië investeert fors in twee grote nieuwe sluizen tussen Luik en Namen
11
BRUSSEL Over vijf jaar komt er voor de bin- nenvaart een einde aan de laatste bottleneck op de Maas, tussen Luik en Namen. De twee bestaande sluizen op de Maas van Ampsin- Neuville op het grondgebied van de gemeen- ten Huy en Amay met afmetingen van 136 bij 16 meter en van 55 bij 7,5 meter zullen tegen die tijd - als de planning wordt aangehouden - vervangen zijn door twee nieuwe grotere slui- zen van 225 meter bij 25 meter en van 225 bij 12,5 meter.
JAN SCHILS
Aan het nieuwe sluizencomplex hangt een prijskaartje van 126 miljoen euro. De Europese Unie heeſt in het kader van de Trans-Europese Vervoersnetwerken (TEN’s) een deel van de stu- dies voor de nieuwe sluizen betaald. Het is de bedoeling dat de sluizen in 2021 en 2023 ope- rationeel zullen zijn. Door de vervanging van de twee oude sluizen in fasen kan de scheepvaart ook gedurende de werkzaamheden gebruik maken van een van deze sluizen.
Eenmaal operationeel zullen grotere
binnenschepen het nieuwe sluizencomplex kunnen aandoen. Dat zal ongetwijfeld zijn weerslag hebben op de vervoerde tonnage en de drukte. In de haven van Namen meren nu al grotere binnenschepen aan die afkomstig zijn van de haven van Antwerpen, Rotterdam en meer noordelijke Europese havens. Die kunnen dan ook via het nieuwe sluizencomplex door- stoten naar de haven van Luik.
Startsein
Op dinsdag 4 september werd het officiële startsein gegeven voor het begin van de werk- zaamheden tijdens een bijeenkomst op de plaats van de bestaande sluizen, waaraan be- halve door plaatselijke en regionale autori- teiten ook werd deelgenomen door afgevaar- digden van Wallonie infrastructures SPW en Wallonie infrastructures SOFICO. Deze laatste maatschappij zorgt voor de financiering van de twee nieuwe sluizen, die de laatste bottle- neck op de Maas tussen Luik en Namen zullen wegwerken.
De twee bestaande sluizen werden in 1958 in gebruik genomen. Samen vormen zij het derde
belangrijkste sluizencomplex van Wallonië. In 2017 passeerde 9,3 miljoen ton lading deze twee sluizen, ofwel het equivalent van 465.000 vrachtwagens. Behalve de vervanging van de twee oude sluizen komen er op het terrein van het sluizencomplex ook nieuwe gebouwen zo- als een nieuwe commandopost en twee gebou- wen voor technische dienst. De galerij van de barragestuw wordt heraange- legd en de hele linkeroever krijgt een faceliſt, zodat die er landelijk en natuurlijk uit komt te zien. Er wordt ook een corridor van 700 meter aangelegd om de visstand in staat te stellen de sluizen te passeren. De zogeheten ‘passe- relle’, die de gemeenten Huy en Amay verbindt, wordt eveneens verbeterd en verlengd, vooral vanwege van de verkeersveiligheid.
Groot belang De Waalse minister van mobiliteit, Carlo di Antonio, noemde het nieuwe sluizencomplex van groot strategisch belang voor Wallonië. Di Antonio: “Onze regio is een belangrijke speler op het gebied van de Europese bin- nenvaart en is verbonden met een drie- tal Europese vervoerscorridors, namelijk de
Studenten en docenten STC Group ontwerpen ‘eigen’ opleidingsschip
ROTTERDAM De schoolbevolking van het Scheepvaart- en Transport College in Rotterdam ontwerpt zelf haar eigen nieuwe opleidingsschip.
Na ruim 50 jaar trouwe dienst, waarvan zo’n 18 jaar als opleidingsschip van STC Group, zijn de binnenvaartschepen Prinses Christina en Prinses Beatrix namelijk toe aan vervan- ging. Vmbo-leerlingen, mbo- en hbo-studen- ten en docenten van vak-instelling STC Group zijn nauw betrokken bij het bedenken van de naam, het vaststellen van het programma van eisen én de ontwerpfase van de vervangende schepen.
Het eerste schip (een hotelschip) zal in het voorjaar van 2021 in gebruik genomen wor- den. Behalve dit hotelschip worden in een la- tere fase ook een duwboot en een duwbak aan de STC-vloot toegevoegd.
Unieke ervaring Astrid Kee, lid CvB STC Group en verantwoor- delijk voor het bouwproject: “Het van nabij meemaken van een ontwerp- en bouwtra- ject is een unieke ervaring en heel leerzaam. Vanzelfsprekend en met veel plezier gaan wij onze leerlingen, studenten én collega’s van alle opleidingen en richtingen actief betrek- ken bij het ontwerpproces”.
De eerste stap in het proces dat voor de va- kantie begonnen is, was het bedenken van de naam. Er zijn meer dan tweehonderd naam- suggesties binnengekomen, waarop gestemd kon worden. Uiteindelijk kreeg Ab Initio, be- dacht door studente Sanne Nobel, de meeste stemmen. Kee: “Wat mij betreſt terecht, want
het verhaal achter deze naam is mooi en pas- send. Ab Initio betekent namelijk ‘Vanaf het begin’. Dat is wat wij met elkaar gaan doen; van plan tot doop met elkaar aan de slag om een mooi schip te bouwen”.
Hbo-studenten Maritieme Techniek van het Rotterdam Mainport Institute (samen- werkingsverband tussen STC Group en Hogeschool Rotterdam) hebben op basis van onderzoek aanbevelingen gedaan over duur- zame materialen en emissieloos en autonoom varen.
Wedstrijd In september gaat de ontwerpwedstrijd van start. Gemengde teams van vmbo, mbo, hbo en de medewerkers van STC Group gaan met elkaar ontwerpen maken. Zij krijgen onder- steuning van specialisten van bedrijven en organisaties die de rol van consultant op zich zullen nemen. Studenten van de hbo- studievereniging UNFC bewaken het proces
en begeleiden de ontwerpteams. Een ont- werp moet zoveel mogelijk voldoen aan de eisen en wensen. Hierin moeten technische innovatie, een functionele invulling en een herkenbaar uiterlijk worden meegenomen. Duurzaamheid, operationele kosten en toe- komstbestendigheid zijn andere thema’s waaraan de ontwerpen getoetst gaan worden.
Globaal plan Elk ontwerpteam levert een globaal Algemeen Plan (de contouren van het schip) én een uit- gewerkt deelontwerp naar keuze. Dat kan een ontwerp zijn voor het casco en de stuurhut, de slaaphutten, ontspannings- en instructieruim- tes of de machinekamer, technische systemen of de dekinrichting. Astrid Kee: “Van alle in- geleverde ontwerpen gaan er maximaal zes door naar de volgende ronde. Een vakjury be- oordeelt deze ontwerpen vervolgens op duur- zaamheid, innovatie, toekomstbestendigheid, bruikbaarheid, herkenbaarheid en financiële haalbaarheid”.
Drijvend kantoor in Rijnhaven
ROTTERDAM De meerpalen staan er al- vast, voor de toekomstige ligplaats van het drijvende Global Center on Climate Adaptation (GCA) in de Rotterdamse Rijnhaven. Op 10 september sloegen minis- ter Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat), wethouder Arno Bonte (Energietransitie) en Patrick Verkooijen (CEO GCA) de eerste meerpaal van het GCA, dat zich zal vestigen in Rotterdam en Groningen.
Doel van GCA is om wereldwijd projecten te versnellen, die aanpassing aan de kli- maatverandering als uitgangspunt hebben. Wethouder Bonte: “Ik verheug me op de komst van het GCA. De missie van GCA sluit naadloos aan bij de Rotterdamse ambities: werken aan een klimaatbestendige stad en deze kennis delen en helpen opschalen, ook in internationale context”.
De twee huidige opleidingsschepen Prinses Beatrix en Prinses Christina. Foto STC Group
Drijvend kantoor Het kantoor van het GCA is tijdelijk gevestigd in het Groothandelsgebouw. In Rotterdam wordt de definitieve huisvesting een drijvend kantoor in de Rijnhaven, als symbool voor het innovatieve en duurzame karakter van de ha- venstad. Een designwedstrijd moet het uit- eindelijke ontwerp gaan opleveren. En de Rijnhaven heeſt, net als de rest van het water in Rotterdam, getijden. Dit betekent dat alle drijvende objecten meedeinen met de zee- spiegel. Dit maakt het toekomstige kantoor op zich zelf al een symbool van klimaatadap- tatie. Het kantoor drijſt uiterlijk in 2020 in de Rijnhaven.
verbinding Noordzee-Middellandse Zee, de Rijn-Alpencorridor en de verbinding Noordzee- Baltische Zee”.
De minister herinnerde ook aan het vervoers- record over water gedurende de afgelopen zes jaar. Zo werden in 2017 over de Waalse binnen- wateren 42 miljoen ton goederen getranspor- teerd. Di Antonio: “De investering van 500 mil- joen euro in de binnenvaart in Wallonië tussen 2014 en 2019 getuigt van de wens om de bin- nenvaart te promoten als alternatief voor het goederenvervoer over de weg”.
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56