028 Juridisch
Adviezen Gezondheidsraad voor betere belangenbehartiging
Wanneer iemand zijn eigen belangen over zorg en behandeling niet goed kan behartigen, treedt een vertegenwoordiger op namens of naast de patiënt. Voor zorgprofessionals is niet altijd goed duidelijk wanneer een vertegenwoordiger moet worden betrokken en welke bevoegdheden deze heeft. Vanwege een toenemend aantal signalen over klachten met betrekking tot de samenwerking tussen vertegenwoordigers en zorgprofessio- nals, heeft de Commissie Ethiek en Recht van de Gezondheids- raad in mei 2019 ongevraagd een advies uitgebracht aan de minister over het onderwerp ‘Goede Vertegenwoordiging’.
V
Senior jurist Katrijn van Berkum en advocaat Timo van Oosterhout zijn werk- zaam bij stichting VvAA Rechtsbijstand
ertegenwoordiging speelt een belang- rijke rol wanneer iemand zijn eigen be- langen over zorg en behandeling niet goed kan behartigen. De vertegen- woordiger die in dat geval optreedt
namens of naast de patiënt kan een familielid zijn, iemand die door de patiënt is aangewezen (gemachtigde), of een door de rechter benoemde mentor of curator.
Knelpunten De Gezondheidsraad ontving een stijgend aantal signalen over klachten met betrekking tot de (inrichting van de) samenwerking tussen vertegenwoordigers en zorgverleners. Laatst genoemden weten niet altijd goed bij welke be- slissingen een vertegenwoordiger moet worden betrokken, welke bevoegdheid deze heeft en wanneer ze zichzelf als professionals mogen of moeten beroepen op hun plicht van goed hulp- verlenerschap. Naar aanleiding hiervan heeft de Gezondheidsraad het ongevraagde advies Goede Vertegenwoordiging aangeboden aan de minister. In dit advies is in kaart gebracht wat er (wettelijk) geregeld is rond goede vertegen- woordiging, welke knelpunten zich voordoen in de praktijk en hoe betrokkenen aankijken tegen goede vertegenwoordiging. Ook heeft de Ge- zondheidsraad concrete adviezen opgesteld.
Adviezen Gezondheidsraad • Anders dan bij de curatoren en mentoren zijn de bevoegdheden en kwaliteitseisen voor ge- machtigden en familievertegenwoordigers niet uitvoerig geregeld. Advies is om de verschillen-
de wetten op dit punt zoveel mogelijk overeen te laten komen of op elkaar af te stemmen. • Het is niet altijd duidelijk wie als vertegen- woordiger voor de patiënt optreedt. Het verdient aanbeveling om tijdig te bespreken (bijvoorbeeld bij het begin van de behandelrelatie) wie de patiënt vertegenwoordigt of wie dit bij eventuele toekomstige wilsonbekwaamheid gaat doen, met een aantekening daarvan in het dossier. • Er is behoefte aan meer voorlichting over de diverse typen (wettelijke) vertegenwoordigers. De beroeps- en patiëntenverenigingen moeten hier meer aandacht aanbesteden. • De kring van vertegenwoordigers in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) zou met grootouders en kleinkinderen moeten worden uitgebreid, zodat meer verte- genwoordigers beschikbaar zijn. • Er moeten minimale kwaliteitseisen en uitgangspunten van goede vertegenwoordiging op worden gesteld, waaraan zorgprofessionals bij twijfel het handelen van vertegenwoordigers kunnen toetsen. • In het kader van het belang van een goede communicatie, is het advies om bij aanvang van de behandelrelatie de wederzijdse verwachtin- gen, rechten en plichten van de zorgprofessional en de vertegenwoordiger en hun verantwoorde- lijkheid ten opzichte van de patiënt te bespreken en regelmatig te evalueren. De beroeps- en patiëntenorganisaties kunnen een handreiking opstellen die door zorgprofessionals, vertegen- woordigers en patiënten als uitgangspunt bij een gesprek over wederzijdse verwachtingen kan dienen. • Tot slot adviseert de Commissie aan zorgin- stellingen om ook een vertrouwenspersoon aan te stellen voor de begeleiding en ondersteuning van vertegenwoordigers.
Geen wetsaanpassing Pas in augustus 2021 heeft de minister met een brief aan de Tweede Kamer op het rapport van de Gezondheidsraad gereageerd. De verlate reactie had te maken met de corona-uitbraak en het overleg tussen veldpartijen. In zijn reactie geeft de minister aan dat de oplossing voor de ervaren knelpunten rond vertegenwoordiging niet in aanpassing van de wet ligt. Meer regel- geving zal geen oplossing bieden in conflict- situaties. Volgens de minister zijn de verschil-
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84