search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
erkenning’


Ethiopië Na de soevereiniteitsoverdracht zijn


Emelia Land groeide hij op in het Afrikaanse Kamp in Poerwo- redjo waar hij een Nederlandse opvoeding kreeg en vervolgens de Algemene Middelbare School in Djokja bezocht. Hoewel hij als een van de weinige Indo-Afrikaanse jongeren geen loopbaan bij het KNIL ambieerde, werd hij na de algemene mobilisatie in 1941 als dienstplichtige opgeroepen en bij de Geneeskundige Troepen ingedeeld. Hij overleefde dwangarbeid aan de Birmaspoorlijn, de pacificatie van Bali en Lombok als ziekenverple- ger bij het Tiende Bataljon en de tweede politionele actie. Eenmaal gedemobiliseerd voltooide hij de hbs, vond emplooi bij de KPM in Jakarta en trad in het huwelijk met de eveneens Indo-Afrikaanse Eve- lien Klink, die haar jeugd ook in de Afrikaanse wijk in Poerworedjo heeft doorgebracht.


vrijwel alle Indo-Afrikaanse fami- lies naar Nederland gerepatrieerd. Cordus arriveert in 1954 met zijn jonge gezin in Rotterdam en wordt als katholiek in een contractpension in het Limburgse Eijsden geplaatst. Het contact tussen de circa 75 gezin- nen, die verspreid door Nederland komen te wonen, verwatert. Ieder gezin knokt voor zich om geaccep- teerd te worden in de Nederlandse samenleving, die nauwelijks zwarte mensen kent, laat staan Indo-Afrika- nen uit voormalig Nederlands-Indië. Cordus houdt contact met enkele families en fietst rond 1958 vanuit zijn woonplaats Alblasserdam af en toe naar landgoed Bronbeek in Arnhem waar ‘oom’ Zeller – die in Poerworedjo vlakbij het Afrikaanse Kamp woonde – in het verzorgings- tehuis voor oud-KNIL-militairen is opgenomen. “Destijds was het tehuis een kleine klassenmaatschap- pij, waar een onderofficier als oom Zeller weinig in te brengen had. Hij is sterk vereenzaamd overleden”, vertelt Cordus. Zelf wordt Cordus regelmatig door Nederlanders aangezien voor Suri- namer. “Het kwam ook voor dat Surinamers zelf me aanspraken met Kondreman, fa waka? (Landgenoot, hoe gaat het?; red.), maar dan zei ik tegen hen dat ik uit Indonesië kom en geen Sranantongo spreek. Ik zag de verbazing op hun gezichten.” De Afrikaanse wortels blijven een mysterie. Zijn vrouw herinnert zich dat haar tante Siena altijd met trots verwees naar Ethiopië als land van herkomst. “Toen de troepen van Mussolini eind 1935 Ethiopië (toen nog Abessinië; red.) binnenvielen, waren er veel Indo-Afrikanen in Indië die riepen dat ze ‘hun keizer’ Haile Selassie steunden. Het klonk aannemelijk, ik bedoel, hoe konden we verifiëren waar onze voorouders vandaan komen?”


Triest verhaal Dat mysterie is inmiddels opgelost,


hoewel het lang geduurd heeft. “Ik weet niet waarom mijn ouders zo weinig verteld hebben over onze


afstamming”, reageert Cordus desge- vraagd. “Het kan zijn dat het onwe- tendheid was of dat ze het niet van belang vonden omdat het al zo lang geleden is, maar toen mijn eigen kinderen opgroeiden, wilden zij het wel degelijk weten. Eén blik in de spiegel is voldoende: ze zijn geen Indonesiërs, geen Indische Neder- landers, geen Surinamers en eigen- lijk ook geen Nederlanders.” Dit vergeten hoofdstuk in de Nederlandse geschiedenis is gelei- delijk aan bekend geraakt. In 1985 maakt verslaggever in opleiding Gerri Eickhof een reportage over het onderwerp. Hij beschrijft de geschiedenis als ‘een complex, maar tegelijkertijd afgerond verhaal.’ Tijdens de bijeenkomst van de Indo- Afrikaanse reünie dat jaar wordt de reportage gepresenteerd. Jaren later blikt Eickhof, inmiddels verslag- gever bij het NOS Journaal, terug op het onderwerp: “In veel opzichten is het ook een triest verhaal, maar feit is dat het verhaal eindelijk verteld is. Ik heb grote bewondering voor Daniël Cordus die deze geschiede- nis in zijn eentje naar boven gehaald en gereconstrueerd heeft.”


Cordus liet alle namen van de Afrikaans KNIL-soldaten op microfiche zetten. Onder hen ook Jacobus Jol, hier met zijn dochter Monica en zoon Willem, circa 1910 in een studio in Semarang. Foto: privécollectie dhr. E. Spape


september 2017 51


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65