To the Point
In To the Point kunt u kort en bondig uw mening kwijt. De redactie behoudt zich het recht voor brieven te redigeren en in te korten. Helaas kun- nen slechts enkele van de vele brieven die bin- nenkomen worden geplaatst. Brieven kunt u sturen naar: Checkpoint, brievenrubriek To the Point, Postbus 1091, 6501 BB Nijmegen of (o.v.v. uw huisadres)
tothepoint@veteranen.nu.
Srebrenica Als ik de twee pagina's vullende foto
van de begraafplaats te Potocari zie (Checkpoint 6-2017), denk ik: daar moet ik op reageren. Ik ben namelijk in de week van 6 tot 13 mei in Potocari en Srebrenica geweest. Met een oud-col- lega en met leerlingen en docenten van het Montessori Lyceum uit Amsterdam, waar ik in 2016 als veteraan over mijn uitzending naar Bosnië in 1995 heb ver- teld (zie ook Checkpoint 3-2017). Aan de overzijde van de begraafplaats ligt de compound, waar in het Potocari Memo- rial Centre na jarenlange onderhande- lingen en problemen in februari 2017 de tentoonstelling Srebrenica Genocide- the Failure of the International Commu- nity werd geopend. Bij de totstandko- ming van het museum heeft de Neder- landse regering een hoofdrol gespeeld. Zowel de begraafplaats als het museum hebben op mij diepe indruk gemaakt. Echter, in het museum, waar het bureau anno 1995 van luitenant-kolonel Kar- remans is ingericht, hangt ook een schild met als kopje A short biography of Karremans. In de laatste alinea staat dat tijdens de training voor zijn missie serieus getwijfeld werd aan zijn kwa- liteiten en mentale kracht. Naar mijn stellige mening totaal ongepaste infor- matie voor bezoekers van een museum. Deze tekst heeft niets te maken met wat Dutchbat 3 onder leiding van Kar- remans heeft meegemaakt en heeft kunnen doen. Zowel de bevolking als Dutchbat 3, inclusief Karremans, is
door de VN en enkele grote landen, maar vooral door de Nederlandse rege- ring, in de steek gelaten! Schandalig dat de Nederlandse regering, de minister van Defensie en de militaire top deze short biography of Karremans hebben geaccepteerd en hebben toegestaan dit in het museum te hangen.
F. Heuberger, Harderwijk
Srebrenica (2) Met toenemende ergernis volg ik de jongste ontwikkelingen omtrent de kwestie Srebrenica. Kromme tenen krijg ik ervan. In 1993/’94 was ik als Senior Operations Planning Officer UNPROFOR onder meer belast met de operationele planning van Bosnia-Her- zegovina Command. Het was algemeen bekend dat de Moslims de zogenoemde Safe Area Srebrenica misbruikten om hun troepen te trainen en uitvallen te doen naar Servisch gebied, waarbij dorpen werden overvallen en moorden gepleegd. De Canadese eenheid in de area was niet in staat om dit te voorko- men door de ongunstige ligging en het boterzachte mandaat. In strijd met de UN-bepalingen hadden de Moslims er wapens; het mandaat stond huiszoeking niet toe. De geschetste situatie zal zich ongetwijfeld hebben voortgezet nadat Dutchbat later de taak van de Canade- zen overnam; daaraan konden ook zij niets veranderen. De geschiedenis in de Balkan laat zich niet vergelijken met die in West-Europa: de cultuur en de normen zijn anders, de mensen denken anders. Er zijn daar bij conflicten geen good guys en bad guys; alleen padvin- ders geloven dat. Vetes – soms eeuwen- lang smeulend – wachten op maar één oplossing: wraak. Toen de Serven de area binnenvielen, kregen de Moslims de rekening gepresenteerd voor hun jarenlange agressie: een in die con- treien gebruikelijk buitenproportioneel ‘koekje van eigen deeg’. Het huidige gedrag van de Nederlandse overheid ten opzichte van de alsmaar meer eisende ‘Moslim-vertegenwoordigers’ uit de area heeft naar mijn mening een hoog padvindersgehalte. Dat deze lieden zonder een officieel Nederlands weer- woord steeds beledigender onzin uit- kramen, onder meer over Nederlandse militairen, is een gotspe. Ik erger me daar kapot aan. Onze vaderlandse poli- tiek heeft het boetekleed aangetrokken. Terecht, want er zijn fouten gemaakt. Maar welke politicus verheft nou einde- lijk eens zijn stem tegen die vuilspuite- rij en durft te verklaren dat de Moslims
in de area ook niet tot de good guys behoorden? Het moet nu eens afgelopen zijn met deze nasleep.
T.F. Wetselaar, via e-mail De vijand die vriend werd
In 1989 boekte ik een reis naar het land waar ik als jonge soldaat werd heen- gezonden. Inmiddels voor de tweede keer, want de ervaring in Indië liep als een rode draad door mijn leven. Tij- dens een bestuursvergadering van de VOMI kwam dit ter sprake. De andere bestuursleden stelden voor om te pro- beren om in contact te komen met oud- TNI’ers. Met dit idee in gedachten heb ik het reisbureau gebeld en deze vraag aan hen voorgelegd. Na ruim een week werd ik teruggebeld en vroeg men mij om antecedenten. Ik vertelde hen dat ik had gediend bij de krijgsraad te velde. Weer enkele weken daarna werd mij meegedeeld dat ik een gids zou krijgen. Verdere informatie kreeg ik niet. In juli was het dan zover en vloog ik vanaf Amsterdam naar de Gordel van Sma- ragd. Direct na de landing in Jakarta vroeg de Indonesische reisleidster wie van het gezelschap Van Dijk was. Ik meldde me en zij gaf aan dat een andere reisleider mij zou gaan begeleiden tij- dens het bezoek aan nota bene generaal Nasoetion. Dit was even schrikken, dermate hoog bezoek, maar ik was blij verrast! Na een goede nachtrust en de reminiscentie die zeker aanwezig was, werd ik opgehaald door mijn gids. Samen reden we naar de woning van generaal Nasoetion. Daar werden we opgewacht en verwelkomd door zijn echtgenote. Na de thee kwam de gene- raal binnen. Het was een warm welkom en een bijzondere ontmoeting, veertig jaar na dato… Na een poos met elkaar te hebben gesproken – in het Nederlands – zei Nasoetion: “We hadden geen hekel aan elkaar, maar we zaten nu eenmaal in het systeem.” Bij het afscheid heb ik hem het boekje Spoor, onze generaal gegeven. Tot aan zijn overlijden hebben we elkaar met Nieuwjaar altijd kaarten gestuurd.
J. van Dijk, Hardinxveld-Giessendam september 2017 41
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65