opnieuw door het hele land moest crossen. “Het was ook gevaarlijk vanwege de slechte wegen. Nauwe- lijks verhard en overal grote kuilen. Plus dan nog Albanezen die niet kunnen rijden. Het was altijd heel goed uitkijken.” Van Aalst met zijn ervaring als grensbewaker instru- eerde de Albanezen in het herken- nen van valse paspoorten, hoe je mensen benaderd, et cetera. De laatste periode van zijn tweede uitzending hield hij zich bezig met het instrueren van de politie. Dat ging niet altijd even makkelijk, maar ook daar heeft hij een verklaring voor. “Vaak betrof het schaapher- ders die zo van het land naar Tirana kwamen om zich voor een beter loon aan te melden. Dan stonden ze de volgende dag – als er nog uniformen waren – al gebouwen te bewaken. Zo ging dat echt.” Maar hij vond het ook dankbaar werk. “De goede Alba- nezen – en die waren er gelukkig meer dan de hele slechte – vonden het geweldig dat we er waren.” Voor- dat hij na anderhalf jaar definitief terugkeerde naar Nederland schreef hij nog een cursus motorrijden voor de Albanezen. Hoe serieus hij zijn taak nam, blijkt ook uit het feit dat hij zich bij de eerste uitzending al had voorgeno- men om elke avond twintig woorden Albanees te leren. “Dan ging ik ’s morgens in Tirana naar de telefo- niste op onze post en vroeg haar om
de woorden voor te lezen. Zodat ik ze ook goed zou uitspreken. Die uit- spraak is heel moeilijk.” Het kwam hem goed van pas om het land te leren kennen en het hielp ook wel dat een van zijn tolken geschiede- nis gestudeerd had. Hij attendeerde hem er ook op dat hij niet de eerste Nederlandse militair in Albanië was. “Ik keek een keer vanaf een berg op een weg toen hij zei: jij bent niet de eerste Nederlander die hier is. Die weg werd meer dan vijfhon- derd jaar geleden al door Neder- landse kruisvaarders genomen. Dat zijn leuke feitjes.”
Albanese bruiloft Dat al eerder een vredesmissie van
Nederlandse militairen in Albanië actief was, met majoor Thomson die zou sneuvelen (zie kader), wist hij van tevoren niet. “Dat heb ik allemaal daar geleerd. In de musea wordt er veel aandacht aan besteed, Thomson is nog steeds een soort held. Als je met gestudeerde Alba- nezen sprak, werd die geschiede- nis ook altijd aangehaald. Er wordt gedacht dat ze daar dom zijn, maar ze kennen de geschiedenis van hun eigen land beter dan bij ons het geval is.” Dat er na bijna negentig jaar een vergelijkbare missie is gestuurd, vindt hij niet gek. “Dat land heeft zoveel doorgemaakt. Lange tijd zijn ze onderworpen aan de Ottomanen, de huidige Turken. In de vorige
eeuw kwamen de Italianen, de Duit- sers en was er de ruim veertig jaar durende communistische dictatuur van Enver Hoxha. Die mensen zijn altijd onderdrukt geweest.” In totaal was hij zo’n twee jaar in Albanië. “Eigenlijk is een half jaar te kort. Je hebt die tijd alleen al nodig om het land en de mensen te leren kennen. Dus ik ben nog een keer gegaan en aan het eind van de termijn zei ik: laat me hier maar zitten. Dus kwam er nog een periode bij. Ik kwam terug en daarna was het al snel ‘dag met het handje’ en ging ik met FLO.” Maar Albanië heeft hem eigenlijk nooit meer losge- laten. “Het is een heel mooi land met een prachtige natuur.” Met zijn zwager ging hij op de motor al een keer terug. En toen een van zijn voormalige tolken, Andi Kurti, hem uitnodigde voor zijn bruiloft in Tirana, aarzelde hij geen moment. “Mijn vrouw en zoon zijn een lang weekend mee geweest. Kurti is daarna ook twee weken hier geweest met zijn vrouw, ik heb hen het hele land laten zien.” Het liefst zou hij nog een keer teruggaan, want hij is het volk steeds meer gaan waarde- ren. “Wij zijn hier veel te veel ver- wend, ik zeg het zo vaak. Zij hebben vrijwel niks, maar als je op visite bent, delen ze alles met je. Al hebben ze nog maar één mandarijn, moeder maakt er partjes van en iedereen krijgt zijn of haar deel.”
Eerste Albanese vredesmissie De eerste Nederlandse vredesmissie vond plaats in Albanië in 1913-
Lodewijk Thomson als kapitein der infanterie in 1905.
1914 en had ten doel Albanese gendarmes op te leiden. Door generaal Willem de Veer en kolonel Lodewijk Thomson, die voor zijn inzet in Atjeh tot Ridder Militaire Willems-Orde was benoemd, werd vooraf een verkenningsmissie uitgevoerd. Op grond daarvan zond de Nederlandse regering hen en nog zestien andere officieren uit naar het verscheurde land. Albanië stond officieel onder bewind van een net aangestelde vorst, prins Wilhelm zu Wied, maar daartegen was grote weerstand in het land zelf en de staten om Albanië heen tracht- ten delen van het land te bemachtigen. De missie startte dus al onder slecht gesternte en het werd er niet beter op toen De Veer en Thomson onderling ruzie kregen. De Veer reisde door het land om de Neder- landse officieren in vijf districten aan te sturen, terwijl Thomson met zijn internationale ervaring en talenkennis door Zu Wied tot zijn belangrijkste adviseur werd benoemd. Totdat Thomson in de toen- malige hoofdstad Durrës bij een aanval van door Turkije gesteunde rebellen op 15 juni 1914 werd doodgeschoten. Kort daarop brak de Eerste Wereldoorlog uit en werd de missie beëindigd. Thomson groeide uit tot een nationale held en zowel in Den Haag (sinds 2014 in de Tweede Kamer) als in Durrës staat een standbeeld van hem.
16
september 2017
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65