aussee
Frans Meijer in Breza tijdens zijn uitzending met UNIPTF. Foto: privécollectie Frans Meijer
len om steeds opnieuw te beginnen, zijn we op één plek blijven wonen en ben ik gaan reizen.”
Kiseljak Een uitzending stond al lang op zijn
wensenlijstje, maar dat ging steeds om verschillende redenen niet door. “Maar het avontuur trok.” In 1992 vertrok hij als provost marchal (militaire politiechef en politiead- viseur van de commandant) met UNPROFOR 2 naar het BH-Com- mand in Kiseljak. Hij had verschil- lende taken: er werd onderzoek gedaan naar de financiële afwikke- ling na aanrijdingen, maar er was bijvoorbeeld ook een wekelijks over- leg met de lokale burgemeester en politiecommissarissen. Hoewel hij het wel omschrijft als een gevaar- lijke omgeving, heeft hij een goede tijd gehad. “We deden alles met pantserbegeleiding. De eerste keer reden we een konvooi met de luiken open. Tot er geschoten werd en de chauffeur een kogel tegen zijn helm kreeg. Toen gingen de luiken wel dicht.” Meijer hield in die tijd twee dagboeken bij. Eén voor het thuis- front en één met hoe het er echt aan toe ging. “We zaten in een hotel met overal zandzakken voor de ramen. Er werd een keer zo door het raam in de kantine geschoten. De kogel ging over de hoofden heen door het andere raam weer naar buiten. Dat schreef ik dan niet naar huis. Wij hebben nog onderzocht wie er geschoten had.” Op de vraag hoe er door andere krijgsmachtdelen aangekeken wordt tegen de marechaussee, antwoordt Meijer dat hij altijd gewoon goed met iedereen heeft kunnen samen- werken. “Je bent op elkaar aange- wezen en hebt elkaar op uitzending allemaal nodig. Vroeger werd er
misschien wel eens scheef gekeken. Nu wordt de operationele comman- dant ook wel ingeseind dat je veel profijt van de marechaussee kunt hebben. Als de KMar goed con- troleert op snelheid bijvoorbeeld, gebeuren er minder ongevallen. En we deden eens bij een rotatie een bagagecheck. Er kwam van alles uit de plunjebalen, ook gejatte spullen. Met die informatie kan de com- mandant zijn voordeel doen. Maar de overgrote meerderheid van de militairen is natuurlijk gewoon te vertrouwen.”
Ziek In 1999 werd Meijer op eigen ver-
zoek nogmaals voor een jaar uitge- zonden naar Bosnië met de United Nations International Police Task Force (UNIPTF). “Dat was het bege- leiden, opleiden en monitoren van de politie, het gevangeniswezen en de grensbewaking.” Hij kwam terecht op een station in Breza. Al snel werd hij heel ziek en werd hij met hoge koorts door een arts van SFOR een week opgenomen in het ziekenhuis van Novi Travnik. Voor zijn vrouw was dat een moeilijke periode (zie ook Checkpoint 6-2002). “Ik had haar gebeld met de woorden: ik ga het ziekenhuis in, ik zie het niet meer zitten. Terwijl in Neder- land niemand er vanaf wist, dus zij kon nergens informatie krijgen.” Na de opname bleef hij last houden van zijn longen. In Nederland werd naderhand de longziekte COPD vast- gesteld. Dat is chronisch, maar wel onder controle op het moment. Vanuit Breza solliciteerde hij op een aantal functies die aansloten bij zijn opleiding en ervaring, maar die gingen naar militairen met meer ervaring bij UNIPTF. Na bemidde- ling vanuit Den Haag werd hem een
functie toegezegd bij operations. Maar die functie van plaatsvervan- gend commandant ging ineens naar een Canadese militair zonder enige ervaring. “Tja, het hoofd was ook een Canadees. Toen dacht ik: hier gebeuren dingen die niet kloppen. Haal mij hier maar weg, hier kan ik niet tegen.” Hij ging voortijdig terug naar Nederland. “Ik was wel teleur- gesteld, maar met dat soort praktij- ken wil ik niks te maken hebben. Ik kon het achter me laten.” Tot zijn FLO in 2000 hield hij zich bezig met het opzetten van een bureau voor reserveofficieren KMar.
Veteranen Platform Hij was al lid van de Stichting
Marechaussee Contact (SMC) en na zijn FLO werd hij voorzitter van de afdeling veteranen en reser- visten. De afdeling organiseert de marechausseeveteranen voor Vete- ranendag, voor het erecouloir en beëdigingen. Ook is er een project- groep voor de veteranendag KMar en daarvoor doet Meijer de pr. In 2003 werd hij gevraagd de plek in te nemen als vertegenwoordiger van de SMC binnen het Veteranen Platform (VP). “Er zijn meer dan vijftig leden aangesloten. Wij van de SMC vinden dat er niet verder uitgebreid moet worden, maar dat mensen zich moe- ten aansluiten bij de al bestaande organisaties. Ik neem wel echt mijn petje af voor het werk dat het bestuur van het VP verzet.” Ook is hij redacteur van Marechaus- see Contact, het blad van de SMC. Daarin schrijft hij de verhalen van marechausseeveteranen op. “Met een aantal geïnterviewde veteranen heb ik echt een band opgebouwd. Ik wil het VP tot mijn 75e blijven doen, daarna is het tijd voor vers bloed. Maar redacteur blijf ik wel.”
september 2017 21
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65