This page contains a Flash digital edition of a book.
Ooggetuige MARINIER MEERMAN VOCHT IN MEI 1940, IN NEDERLANDS-INDIË EN IN NIEUW-GUINEA


Driemaal marinier in oorlogsgebied


“Ben jij uit 1665?, vroegen ze dan.” De veteraan Abraham Meer- man kan er nog om lachen als hij beschrijft hoe de andere mari- niers hem in 1962 benaderden in Biak ten tijde van het conflict om Nieuw-Guinea. Hij zat toen al vanaf 1940 bij het korps en was op dat moment waarschijnlijk een van de meest ervaren mariniers die in Nieuw-Guinea diende. Hij had de strijd bij de bruggen in Rotter- dam in mei 1940 nog meegemaakt en was in de BS terechtgeko- men ten tijde van de bezetting. Hij zou ook nog de acties van het korps in Indië meemaken.


Door: Gielt Algra


het afronden van de mulo in Vlissingen goedgekeurd voor het korps. Het was een zware economische tijd geweest in de jaren voor de oorlog en Meerman rede- neerde: “Nou, ik ga in dienst, dan heeft mijn moeder een kostganger minder en ik heb een zakcentje en kost en inwoning.” Het was een mooie tijd voor Meerman die wel plezier had in de opleiding en het militaire leven. De dreiging van de naderende oorlog ontging hem en zijn kameraden. Nederland was neutraal en, zo vertelt hij: “Wij werden dom gehouden, er werd niet over de oorlog gesproken, ik heb er niet bij stilgestaan dat ik zou moeten vechten.” Zo doorliep Meerman redelijk zorgeloos de opleiding en genoot van de grote stad Rotterdam in zijn vrije tijd. In die vrije tijd gingen ze ‘passagieren’ en zochten de meisjes op, zoals alle jongens op die leeftijd doen. Ze maakten zich daar niet altijd al te geliefd mee, aldus Meerman. Iets wat volgens hem in alle garnizoenssteden aan de hand was. “Bij de bevolking lagen we niet zo goed hoor, die mariniers, die Bokkeslingers.”


A 42


Waalhaven Ook op de vooravond van de Duitse inval, op 9 mei 1940, was er nog niets merkbaar van toegenomen span-


NOVEMBER 2015


ls 18-jarige had hij zich in januari 1940 bij het Korps Mariniers gevoegd. Als typisch Zeeuwse zoon van een visser en een moeder in klederdracht, uit Arnemuiden, was hij na


ning bij de groep van Meerman. “Niks speciaals, niks gezegd, niets. Je mocht nog passagieren als je geen wacht had, je mocht gewoon naar buiten en je moest om 10 uur binnen zijn.” De volgende ochtend was het mis en wer- den Meerman en zijn kameraden uit hun hangmatten gehaald met de uitroep ‘Aantreden, het is oorlog’. Meer- man wist niet goed wat hij ermee aan moest: “Het is oorlog, maar ja, een jongen van 18, 19 jaar… Ja, wat moet je ervan denken? Ik had nooit een oorlog meegemaakt.”


‘Nee dat doe ik niet, we gaan geen kinderen doodschieten’


Hij had ook weinig tijd om er verder over na te denken, want ze moesten er onmiddellijk op af. De Duitse lucht- landingstroepen hadden de aanval ingezet op het vlieg- veld Waalhaven, ten zuiden van Rotterdam, maar tegelij- kertijd waren er luchtlandingseenheden met watervlieg-


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65