This page contains a Flash digital edition of a book.
niers


schuldsanering, reclassering, verslavingszorg en de forensische psychologie. Als ze niet meewer- ken of de gedragsregels overtreden kunnen ze gekort worden op hun uitkering. “Er wordt met de jongens gewerkt aan een oplossing van hun problemen. Maar ze moeten wel laten zien dat ze mee willen wer- ken. Ik ben supertrots op de mento- ren. Je moet elk dag de confrontatie aangaan met die kerels hier. Er is soms weerstand en strijd: petje af, telefoon inleveren et cetera. Fysieke agressie naar de mentoren is er wei- nig. Deze jongens gebruiken geweld tegen mensen die zwakker zijn en zich niet kunnen verweren. De oud- mariniers stralen iets heel anders uit. Er wordt wel gescholden en gemanipuleerd. Daar moet je mee om kunnen gaan.” Elk jaar stromen er jongens succesvol uit naar een opleiding, baan of ander re-integra- tietraject. Het project bestaat nog te kort om te zien wat de effecten op lange termijn zijn. “Sommigen krij- gen echter nooit een baan. Maar het is vaak ook een overbrugging van een bepaalde levensfase. Van 18 tot 27 jaar is problematisch volgens de grafieken. Daarna begint vaak een verandering.”


heid uithalen. Verder werken we in een prikkelarme omgeving, zodat ze niet afgeleid worden.” Daarnaast wordt er drie dagen in de week met de jongens gesport. “We gaan bijvoorbeeld zwemmen. Dat kan lastig zijn. Als je een macho bent en je moet ineens in je zwembroek staan… Dat werkt prima. Maar we sporten ook buiten, dat is vooral gericht op teambuilding, communi- catie en samenwerking. Daar halen we heel veel uit.” De jongens komen in het traject terecht door een maatregel van de rechter of als onderdeel van hun detentie. Ze worden in het traject begeleid door dertig verschillende instanties, onder meer consulen- ten van de gemeente Amsterdam,


Mannenwereld Maar waarom werkt de begelei- ding door oud-mariniers nu zo goed? Buwalda gaf al aan dat deze mannen niet bang zijn voor de doelgroep. “En de oud-mariniers zijn gewend lange tijd met mannen onder elkaar te leven, soms onder spanning of moeilijke omstandig- heden tijdens een uitzending. Dat maakt dat je goed met jongens kunt omgaan. Je begrijpt ze, weet wat er speelt. Je herkent spanningen en dreiging, want daarmee zijn oud- mariniers in het verleden gecon- fronteerd. De mentoren bouwen een vertrouwensband op met de jongens.” Buwalda weet waar hij over praat, hij diende 36 jaar bij het Korps Mariniers en werd onder meer uit- gezonden naar Cambodja, Afgha- nistan, Irak, Bosnië en Macedonië. “Je werkt je volledige loopbaan bij het korps met mannen. In de eerste plaats je collega’s, maar ik heb tij- dens mijn uitzendingen ook Irake- zen en Afghanen opgeleid. Ook mannen tussen de 18 en de 30.” Dit deed hij bijvoorbeeld in Irak,


Al-Muthanna, in 2004. “Daar heb- ben we met een heel klein team de veiligheidstroepen opgezet. Er was vrijwel niks. We moesten gestalte geven aan de troepen en de struc- tuur opzetten.” Ook in Afghanistan opereerde hij in een klein verken- ningsteam, het Field Liaison Team. Dat team moest informatie inwin- nen bij de lokale bevolking over de IED’s in het gebied, in het noorden van Afghanistan. “We gingen in kleine groepjes van vier of vijf man, zonder medische ondersteuning of luchtsteun. Daarmee namen we een risico. We waren op onszelf terug- geworpen. Ik ben bijzonder trots op dat team. Dat we ons werk hebben kunnen doen, onder die omstan- digheden. Maar dat is bij alle uit- zendingen zo.” Volgens Buwalda is dat werken onder moeilijke omstan- digheden wat mariniers kenmerkt. “Van niets iets maken, iets opbou- wen. Creativiteit. Dat hebben we ook nodig. Als er routine om de hoek komt kijken, wordt het lasti- ger. Als de verveling toeslaat, zijn we daar minder briljant in.”


Landelijk uitrollen Buwalda tekende als beroeps bij het korps voor 4 jaar. Het werden er uit- eindelijk 36. “Ik heb geen dag spijt gehad. Het is zo afwisselend. Nu ik de dienst uit ben, mis ik het wel om regelmatig weg te zijn, op avon- tuur. En ik mis de collega’s. Maar ik ben gelijk hiermee doorgegaan, dat geeft een aardige compensatie.” Toen Buwalda gevraagd werd voor Vinkebrug werkte hij nog op Cura- çao. “Daar hebben we de dienst- plicht ontwikkeld naar een sociaal vormend traject, omdat ook daar de doelgroep lastiger werd. We hadden daar ook te maken met verslavings- problematiek en jongens met een strafblad. We leerden ze sociale vaardigheden en agressieregulatie. Daar investeerden we ook veel in het sporten en de teambuildings- activiteiten. Dat heb ik meegenomen naar Amsterdam.” Het project Vinkebrug heeft inmid- dels navolging gekregen in Rotter- dam met het project Schoon schip. Buwalda is met Stichting Herstel- ling, die de methodiek ontwikkelde, bezig om het project op meerdere plekken uit te zetten, bijvoorbeeld in Almere en Den Helder. “Het plan is om het landelijk uit te rollen, overal waar er behoefte aan is.”


NOVEMBER 2015 17


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65