kans op zelfdoding bij veteranen groter is dan bij werkende mannen of mili- tairen die niet zijn uitgezonden. Uit al deze analyses blijkt dat veteranen qua risico op zelfdoding niet afwijken van militairen die geen veteraan zijn of de werkende mannen. Ook niet als geke- ken wordt naar het aantal uitzendingen (1 of meer) of de uitzendduur (30-190 dagen of meer dan 190 dagen).
Veteranen bij de plaquette in Roermond voor veteranen die door zelfdoding om het leven kwamen.
Openstaande vragen We weten nu de omvang van de groep mannelijke veteranen die door zelf- doding om het leven is gekomen in de periode 2004-2012. Er is geen aan- wijzing dat in die periode zelfdoding verhoudingsgewijs meer voorkomt bij veteranen dan bij militairen die niet veteraan zijn of bij een vergelijkbare groep werkende mannen uit de Neder- landse bevolking. Op de derde vraag (verschillen per missie?) kon het onder- zoek geen antwoord geven vanwege het relatief kleine aantal zelfdodingen onder veteranen. Toch blijft dit een belangrijke vraag omdat de ervaringen van veteranen per missie sterk kunnen verschillen vanwege – onder meer – het geweldsniveau of de mate van machte- loosheid tijdens de missie. Het onderzoek kon ook geen antwoord geven op een aantal andere vragen. Dat werd ook niet van de onderzoe- kers gevraagd door het ministerie van Defensie. Maar daarmee zijn de vragen niet minder relevant. Zo is in het onder- zoek bijvoorbeeld niet gekeken wat de reden was van elke zelfdoding en zo weten we dus ook niet of die reden voor veteranen lag bij hun uitzending; we
38 NOVEMBER 2015
weten alleen dat ze uitgezonden zijn geweest. Ook richtte het onderzoek zich op mannelijke veteranen. Verder ging het onderzoek over veteranen die in de periode 2004-2012 deels of geheel in dienst waren. Onder hen bevonden zich veteranen die (ook) vóór 2004 waren uitgezonden. Maar over de vele tienduizenden veteranen die voor 2004 zijn uitgezonden en die voor 2004 de dienst hebben verlaten, doet dit onder- zoek geen uitspraak. Tot slot is bij de doodsoorzaak alleen gekeken naar die doodsoorzaken waarbij het duidelijk de intentie van de persoon was om bij zichzelf letsel te veroorzaken. Daarmee zijn allerlei vormen van overlijden buiten beeld gebleven waarbij niet met zekerheid kon worden achterhaald of de persoon de intentie had om zichzelf letsel toe te brengen. Ook pogingen tot zelfdoding die niet tot zelfdoding hebben geleid zijn niet in het onder- zoek meegenomen. Tot slot geeft het onderzoek geen antwoord op de vraag of zelfdoding onder veteranen verhou- dingsgewijs vaker voorkomt als ze de dienst hebben verlaten en ze wellicht de structuur en kameraadschap binnen Defensie moeten missen.
Waardevol onderzoek Maken deze vragen het huidige onder- zoek naar zelfdoding onder veteranen nu minder waardevol? Nee. Dit onder- zoek is het eerste onderzoek dat speci- fiek kijkt naar zelfdoding onder Neder- landse veteranen. Alleen al daarom is het een zeer waardevol onderzoek dat een beeld geeft van de omvang van zelfdoding onder mannelijke veteranen in een bepaalde periode. Bovendien is er gebruikgemaakt van betrouwbare gegevensbestanden; dat maakt de resul- taten sterk. Diezelfde bestanden zijn bruikbaar om ook in de toekomst een vergelijkbaar onderzoek als dit te kun- nen doen over een langere periode dan de negen jaar in dit onderzoek. Dit kan belangrijk zijn omdat in het huidige onderzoek de veteranen (en de verge- lijkingsgroepen) verhoudingsgewijs nog jong zijn. In Nederland is zowel bij mannen als vrouwen meer dan de helft van de overledenen door zelfdoding in de leeftijd van 40-65 jaar. Dus het volgen van veteranen om zelfdoding in deze groep over een langere tijd in beeld te brengen, ligt voor de hand. Om sommige openstaande vragen te kun- nen beantwoorden, is ander onderzoek nodig; bijvoorbeeld onderzoek naar individuele sterfgevallen om de reden van de zelfdoding te kunnen achter-
halen en de eventuele relatie met de uitzending te kunnen leggen. Of het gebruikmaken van andere gegevens om bijvoorbeeld pogingen tot zelfdo- ding te kunnen onderzoeken. Andere openstaande vragen zullen moeilijk beantwoord kunnen worden; bijvoor- beeld de omvang van het probleem in de periode voor 2004 omdat er over die periode geen direct bruikbare en com- plete uitzend- en persoonsinformatie beschikbaar is. Hopelijk komt er ook op dergelijke vragen rondom zelfdoding bij veteranen antwoord waardoor we meer inzicht kunnen krijgen in de eventuele fatale gevolgen van uitzending na terug- keer en de mogelijkheden om veteranen voor wie het leven uitzichtloos lijkt vanwege de uitzending zo adequaat mogelijk te ondersteunen. Het Monument voor Vredesoperaties in Roermond herinnert ons aan de militai- ren die zijn omgekomen tijdens vredes- missies en de veteranen die de last van hun ervaringen na terugkeer niet meer konden dragen. Zij allen verdienen ons diepste respect voor het ultieme offer dat zij brachten in dienst van het vader- land.
1 Daarmee wijken de onderzoekers af van de formele definitie van veteraan. Volgens de Veteranenwet wijst de minister missies aan waarmee de militair zich kwalificeert als vete- raan. Daarbij stelt de wet geen minimumeis aan het aantal dagen dat men aan de missie moet hebben deelgenomen.
2 Hierbij zijn elf overlijdensgevallen buiten beschouwing gelaten. Dit betrof het overlij- den tijdens de eerste uitzending die startte na 1 januari 2004.
Klachten
Als veteranen klachten hebben vanwege de uitzending, dan is er voor hen zorg beschikbaar via het Landelijk Zorgsysteem voor Vete- ranen. Deze zorg is bereikbaar via het Veteranenloket (info@vete-
ranenloket.nl of 088-3340000). Het loket is vierentwintig uur per dag en zeven dagen in de week bereikbaar.
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65