De plunjebaal COMMANDANT KORPS MARINIERS RICHARD OPPELAAR
‘Wij mariniers moeten tot de grens gaan en onze grenzen verleggen’
Brigadegeneraal der mariniers Richard Oppelaar is sinds 2012 comman- dant van het Korps Mariniers. Zijn zin voor avontuur, het buitenleven en zijn onderzoekende geest gaven in 1981 de doorslag bij de keuze voor een carrière bij het Korps Mariniers. Oppelaar: “Een baan van negen tot vijf is niets voor mij.”
Door: Anne Salomons Liberia
“Ik ben geboren in Nigeria, maar heb tot mijn 8e jaar in Liberia gewoond, waar mijn vader
als arts werkte voor de Liberia Mining Company. Wat me van die tijd vooral is bijgebleven, zijn geuren, zoals die van kokos- koekjes en de marktgeuren die daar heel anders zijn dan in Nederland. Je ruikt niet alleen kruiden, groente en fruit, maar ook de typische geur van ontbinding en ontlasting. Niet echt prettig, maar het blijft je bij. Later tijdens missies, zoals in Cambodja, Irak en Afghanistan, herkende ik die marktgeur meteen.”
Rotterdam
“De rijstvelden en de jungle van Liberia waren een groot avontuur. Toen we naar
Rotterdam verhuisden, kwam ik in een urban jungle terecht. Ik was erg nieuwsgierig, altijd in beweging en wandelde veel langs de Maas en de Oude Haven waar zeeschepen werden gelost en geladen. De Euromast was een landmark waarop ik mij tijdens mijn dwaaltochten kon oriënteren.”
Mariniers
“Mijn moeder overleed toen ik 15 jaar was. Zij had mij altijd op het hart gedrukt
‘zorg dat je je vwo-diploma haalt’. En dat heb ik onthouden. Maar na schooltijd was ik altijd heel druk met scouting, zeilen, basketbal, judo en buiten spelen. Ik hield van het buitenleven, zoals ik dat ook in Liberia had gekend. Toen ik de keuze had tussen een studie medicijnen om net als mijn vader arts te worden of me bij het Korps Mariniers aan te melden, koos ik toch voor de mariniers.”
22 NOVEMBER 2015 Kaas
“Omdat ik scheefgegroeide verstandskiezen had, wilde het korps geen risico nemen – die
kiezen moesten eerst geopereerd worden. Ik kon me pas het jaar daarop weer melden. In dat tussenjaar heb ik in Amster- dam kaas verkocht in verschillende volksbuurten. Vanaf de overzijde van de kaaswinkel in de Kinkerstraat werd ik door een kier in het gordijn door de Amsterdamse Tante Jopie in de gaten gehouden. Zij wist precies uit welke tram ik altijd kwam. En als ik naar de winkel op de Nieuwmarkt ging, liep ik steevast over de Zeedijk, waar ze me al snel kenden en rie- pen ‘Goedemorgen kaasboertje, ben je er weer?’ Ik zag het als een soort praktijkpsychologie, een mooi avontuur. En kaas, ach, ik hou niet eens van kaas.”
Negen tot vijf
“Ja, ik heb ruim twee en een half jaar op kantoor gewerkt bij de Direc-
tie Materieel in Den Haag. Toen twijfelde ik toch wel even of ik bij de marine moest blijven. Het was veel papierwerk, bureaucratie en het was ook nog eens gebruik dat iedereen er in burgerkleding rondliep. Dat vond ik niks. Ik ben trots op mijn uniform. Daarom kwam ik toch minstens een keer per week in uniform op kantoor. Gelukkig ben ik in die tijd vaak op oefening geweest en kreeg veel ruimte om projecten uit te voeren. Uiteindelijk heb ik op kantoor ook goed inzicht gekre- gen in hoe de Defensieorganisatie en het bestuurlijk systeem werken. Ik heb hier veel geleerd.”
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65