De focus bij het Topsector project duurzame bladbewassen ligt op het ontwikkelen van een nieuw teeltconcept waarin maat- regelen gecombineerd worden tot een zo duurzaam mogelijke teelt.
beschikbare middelenpakket. Momenteel hebben vrijwel alle ijsbergslarassen Nas 0, maar er wordt toch gespoten om te voor- komen dat andere bladluizen opduiken. Verdere resistentieverdeling zou dat kun- nen voorkomen. Voor een optimaal groeiende plant is het niet alleen zaak belagers te weren. Ook een vruchtbare, gezonde, weerbare bo- dem is nodig om de plantweerbaarheid te bevorderen. In hoeverre dragen biostimu- lanten en low-risk middelen daaraan bij? Van sommige groene middelen is inmid- dels bekend dat ze negatief kunnen uit- werken op bodemleven. Past zo’n product dan wel in het nieuwe concept? En wat is hun effect op voedselveiligheid? Vanuit de glastuinbouw is bekend dat planten die veel stikstof bevatten, aan- trekkelijker zijn voor bladluizen. Met plantsapanalyses is dat te meten en in de bemesting op te sturen. Uiteraard is dat in de vollegrond veel lastiger, maar je kunt er wel rekening mee houden door lagere ad- viesgiften en regelmatig bijbemesten.
Ook kun je sturen op de K/Ca-verhouding, bijvoorbeeld met bladmeststoffen. Die verhouding heeft invloed op Bremia. De komende vier jaar zal ook gekeken worden naar de mogelijke rol van biosti- mulanten en low-risk middelen. Wat is hun bestrijdingseffect op insecten of schimmels, maar ook: wat zijn eventuele nadelige effecten op het eindproduct of het bodemleven?
Om op middelengebruik te besparen, zal er verder gekeken worden naar de rol van beslissingsondersteunende systemen bij bijvoorbeeld de aanpak van Bremia. Op het juiste moment preventief of curatief spuiten, kán middelbesparing opleveren. Door gebruik van cameratechnieken, sen- soren en robotisering is het mogelijk plaatsspecifieke behandelingen uit te voe- ren of plantgericht te spuiten en dat kan eveneens middelenreductie opleveren.
Plantdichtheid en pottype Ook gevestigde waarden als plantdicht- heid, pottype en plantgrootte zullen te-
gen het licht gehouden worden. Dichter planten werkt onkruid onderdrukkend, maar de tijdsperiode van schoffelen is wel korter. Ook zou het schimmels in de hand kunnen werken. Aan de andere kant is bij een grotere gewasmassa per hectare de hoeveelheid middel per kilo product lager en dat is dan weer gunstig voor het residu. Een grotere potmaat geeft de mogelijk- heid de plant meer mee te geven en maakt de weggroei makkelijker. Maar in hoeverre zijn tijdens de opkweek bepaal- de producten al via het plantje of de pot- grond toe te dienen en als dat gaat, hoe- lang duurt het effect? Een grotere pot is sowieso duurder en kost meer op kweek- ruimte. “Alles wat we gaan doen, staat in het teken van ‘wat kan er wel, wat kan er niet en wat zijn de consequenties’”, vat Dave Smit sa- men. “Over vier jaar zou er heel veel, zo niet alles, duidelijk moeten zijn.” De voorzitter heeft zeker ambities en die stralen af op het bladgewassencollectief en op het Top- sector-project duurzame bladgewassen.
▶GROENTEN & FRUIT | 27 maart 2020 35
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48