search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
975 | WEEK 44-45 03 NOVEMBER 2021


37


Verschil tussen infrabudget en budgetbehoeſte wordt de komende jaren alleen maar groter


“De objecten zijn vaak in slechtere staat dan vooraf werd aangenomen, met meer en grotere werkzaamheden als gevolg.” Extra geld is ook no- dig om in te kunnen spelen op zaken als toene- mende bevolkingsgroei, klimaatverandering en woningbouw. Ook daarvoor moet infrastructuur aangelegd of aangepast worden.


ROTTERDAM De situatie rondom onderhoud en vernieuwing van de infrastructuur van weg, spoor en water wordt steeds nijpender. Er is nu al te weinig geld om aan alle onderhouds- opgaves te voldoen en de kosten van het werk worden hoger naarmate onderhoud ver- der uitgesteld wordt. Minister Barbara Visser (Infrastructuur en Waterstaat) pleit voor meer geld, maar legt de bal wel bij het volgende kabinet.


Uit de Kamerbrief hierover van Visser blijkt dat het met het huidige budget niet mogelijk is om tegelijkertijd zowel de verouderde Nederlandse infrastructuur te onderhouden en te vervangen, als te werken aan de aanleg van nieuwe wegen, spoorlijnen en vaarwegen. “De afgelopen jaren is vast komen te staan dat de beschikbaarheid van weg, vaarweg, water en spoor onder druk staat, doordat het gebruik steeds intensiever wordt en de infrastructuur sneller veroudert”, zo schrijſt Visser aan de Tweede Kamer.


De verwachting is dat het verschil tussen bud- get en budgetbehoeſte de komende jaren al- leen maar groter gaat worden. Dat komt onder meer omdat er met projecten rekening gehou- den moet worden met klimaat-robuust uitvoe- ren, duurzaamheid en cyberveiligheid, waardoor bouwen duurder wordt. Bovendien leert de erva- ring dat bij de lopende projecten dat renoveren of vervangen van objecten zeer complex is – en meer geld kan kosten dan begroot.


Uitgesteld onderhoud Gemiddeld is er voor 2022 tot 2025 zo’n 1 miljard euro per jaar nodig. Het grootse deel (55 procent) is bedoeld voor de weg, voor vaarwegen (25 pro- cent) en water (20 procent) is het aandeel wat kleiner. Voor 2022 en 2023 zou de begroting be- heersbaar zijn, maar dan is er al niet genoeg geld en is er dus sprake van uitgesteld onderhoud. Wat het exacte tekort zal zijn, is nog onduidelijk. Het kan gaan om bedragen tot 250 miljoen euro de komende twee jaar.


Er wordt bij de begrotingen richting 2035 een rui- mere marge aangehouden om risico’s – bijvoor- beeld vanwege uitgesteld onderhoud - op te van- gen, waardoor de voorlopige eerste inschatting is dat het vanaf 2025 om gemiddeld zo’n 200 tot 400 miljoen euro per jaar extra gaat. Uitgesteld onderhoud zal op basis van de bestaande bud- getten verder toenemen: eind 2021 wordt dit ge- schat op 1,4 miljard euro. Om die achterstanden weg te kunnen werken, moeten de structurele budgetten op orde zijn gebracht én moet er ge- noeg capaciteit bij Rijkswaterstaat aanwezig zijn om het op te pakken.


Tegenvallers en investeringen Momenteel is er te weinig speelruimte in de budgetten. Deels is het budget al bestemd voor projecten waarvoor contracten zijn getekend en juridische verplichtingen zijn aangegaan. Daar kan ook een volgend kabinet niet onder- uit. Tegenvallers zijn soms ook al duidelijk, bij- voorbeeld de toename van het spoorgebruik, de noodzaak tot het voorzien in brandblusvoorzie- ningen in het havengebied van Rotterdam en een extra bijdrage vanuit het Rijk over de Zanddijk bij Yerseke. Enige investeringsruimte was er nog wel


via het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds, zo’n 6 miljard euro in totaal, 5 procent van het totale budget op deze fondsen. Maar van dat geld is een deel al gereserveerd om mogelijke programma- en project-overstijgende risico’s op te vangen, de zogeheten risicoreservering, waardoor er nog in totaal 2 procent van het gehele budget over- blijſt om te investeren. Daarbij geldt wel dat als er geen risico’s optreden, het geld van de risico- reservering ook weer vrijkomt. De financiële te- genvallers nemen er nog een hap van een kleine 2 miljoen van het investeringsgeld, waardoor het er op neer komt dat er tot 2036 nog zo’n 1,6 mil- jard euro vrij is om te investeren vanaf 2030.


Verder vooruit kijken Voor nu is volgens Visser het in stand houden van de bestaande infrastructuur op korte ter- mijn wel financieel beheersbaar gemaakt, onder meer omdat er extra geld beschikbaar is geko- men en omdat er geld vanuit later geplande pro- jecten naar voren is gehaald. “In incidentele ge- vallen is achterstallig onderhoud aanvaardbaar. Dat kan alleen mits de risico’s goed in beeld zijn en adequate beheersmaatregelen worden getrof- fen”, schrijſt Visser. Het is volgens Visser geen op- lossing voor de lange termijn. Hiermee wordt de toekomstige vrije investeringsruimte alleen maar kleiner, terwijl de omvang van de opgave groter wordt door veroudering van de infrastructuur, uitstel van werkzaamheden en de groei van eco- nomie en demografie. Een van de aanbevelingen is dan ook om langer vooruit te kijken en te plan- nen. Niet enkele jaren, maar minimaal acht jaar.


Visser ziet graag dat de investeringsruimte wordt vergroot. De minister benadrukt dat een beslis- sing daarover genomen moet worden door het volgende kabinet. Minister Visser: “Het verschil tussen het budget en de opgave is zo groot dat er pas concrete invulling aan een vervolg gegeven kan worden als er meer duidelijk is over de bud- gettaire en beleidsmatige kaders van een nieuw kabinet. Voorkomen moet worden dat mensen en bedrijven langdurig en vaker worden gecon- fronteerd met files, wachttijden, omleidingen


bij onverwachte werkzaamheden en eventuele wateroverlast.”


Uiterlijk in het voorjaar van 2022 zou er duidelijk- heid moeten zijn over in ieder geval de beschik- bare budgetten tot op z’n minst 2024, zodat er tij- dig voorbereidingen kunnen worden getroffen.


‘Om moedeloos van te worden’


ZWIJNDRECHT Koninklijke BLN- Schuttevaer, CBRB, evofenedex, de Vereniging van Waterbouwers en de Nederlandse Vereniging van Binnenhavens reageren weinig verbaasd. Zij luiden al ja- ren de noodklok als het gaat om de staat van onderhoud van de Nederlandse slui- zen en bruggen. De scheepvaart heeſt ge- regeld te maken met onverwachte strem- mingen en er zijn sluiscomplexen en bruggen die maanden of zelfs jaren ge- deeltelijk (of niet) beschikbaar zijn.


“Het is om moedeloos van te worden en on- begrijpelijk dat de consequenties voor ver- voer over water zo weinig onderkend wor- den”, zegt Erik Schultz, voorzitter van het Centraal Overleg Vaarwegen (COV) waar- in de organisaties samenwerken. "Vervoer over water staat bekend als een betrouwba- re vorm van transport en dat willen we graag zo houden. Ondernemers moeten echter steeds meer uit de kast halen om tijdig te kunnen leveren. Brede inzet van de binnen- vaart helpt de klimaatdoelen te halen en dat lijkt ons gezien de actualiteit een belang- rijk aandachtspunt. Je kunt een euro maar 1 keer uitgeven en dan is investeren in vaar- wegen een verstandige keuze.”


 COLUMN AD VERDOORN


Ad Verdoorn regelt al meer dan 25 jaar belastingzaken voor de binnenvaart. In zijn columns behandelt hij fiscale regelingen uit zijn dagelijkse praktijk waarmee binnenvaartschippers hun voordeel kunnen doen.


Drs. A. Verdoorn RB T 0184 414 766 I www.drv.nl


Vanwege de coronacrisis is ook voor 2021 een ruimere vrije ruimte beschikbaar in de werk- kostenregeling. Volgend jaar zal de vrije ruimte weer op het normale niveau zitten.


Wij raden u dan ook aan om hier nu gebruik van te maken en uw personeel dit jaar onbelast diverse zaken te vergoeden en verstrekken. Hoe u dat doet, vertellen we u in deze column.


Werkkostenregeling Door middel van de werkkostenregeling kunt u als werkgever uw personeel onbelast allerlei za- ken vergoeden en verstrekken. Blijſt u in een jaar binnen de zogenaamde vrije ruimte, dan betaalt u als werkgever geen belasting. Overschrijdt u wél de vrije ruimte, dan betaalt u 80 procent belasting via de eindheffing in de loonadminis- tratie.


Verhoging vrije ruimte De vrije ruimte bedraagt dit jaar 3 procent van de loonsom tot 400.000 euro. Over het bedrag daarboven is de vrije ruimte 1,18 procent. Vol- gend jaar bedraagt de vrije ruimte over de eerste 400.000 euro nog 1,7 procent. Over bedrag daar- boven blijſt de vrije ruimte 1,18 procent. Is de totale loonsom van alle werknemers bijvoorbeeld 1.000.000 euro, dan bedraagt de vrije ruimte in 2021 19.080 euro (3 procent van 400.000 euro plus 1,18 procent van 600.000 euro). Vanaf 2022 gaat de vrije ruimte weer omlaag en bedraagt deze 1,7 procent van de eerste 400.000 euro loonsom en 1,18 procent over het bedrag daarboven. Bij een loonsom van 1.000.000 euro bedraagt de vrije ruimte in 2022 dan 13.880 euro, dus 5.200 minder.


Welke onbelaste vergoedingen vallen buiten de vrije ruimte? Voor bepaalde vergoedingen en verstrekkingen hoeſt u als werkgever de vrije ruimte niet te gebruiken. Deze zogenaamde gerichte vrijstel- lingen en nihil-waarderingen kunt u vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen buiten de vrije ruimte.


Tip! Er bestaan verschillende gerichte vrijstel- lingen en nihil-waarderingen. Denk bijvoorbeeld aan de gerichte vrijstelling voor reiskostenver- goeding van 0,19 euro per gereden zakelijke ki- lometer, voor studiekosten, arbo-voorzieningen en de nihil-waarderingen voor consumpties en voorzieningen op de werkplek.


Voorwaarden gebruik vrije ruimte Als een werkgever een vergoeding of verstrekking onbelast in de vrije ruimte wil onderbrengen, moet hij deze wel aanwijzen als eindheffingsloon in de werkkostenregeling. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit de administratie of door dit vast te leg- gen in een document.


Daarnaast mogen vergoedingen of verstrekkin- gen niet meer dan 30 procent afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. De Belastingdienst beschouwt alle vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen van maximaal 2.400 euro per persoon per jaar in ieder geval als gebruikelijk. Tot 2.400 euro per persoon per jaar hoeſt u zich dus geen zorgen te maken over de gebruikelijkheid. Dit wil overigens niet zeggen dat een vergoeding van meer dan 2.400 euro per definitie ongebruikelijk is. Alleen kan de Belastingdienst dan wel nader onderzoek doen.


Lees meer over de stand van zaken in de e-paper.


Maak dit jaar nog optimaal gebruik van de werkkostenregeling


Vrije ruimte doorschuiven niet mogelijk U kunt de vrije ruimte gebruiken om extraatjes (deels) belastingvrij uit te keren, bijvoorbeeld een eindejaarsbonus. De vrije ruimte die dit jaar niet gebruikt wordt, kan niet worden doorge- schoven naar volgend jaar. U doet er daarom verstandig aan te anticiperen op het gebruik van de vrije ruimte tot nu toe. Is nog een deel van de vrije ruimte niet gebruikt? Dan kunt u bijvoor- beeld beter nu iets extra doen in plaats van volgend jaar. Denk bijvoorbeeld aan een duurder kerstpakket.


Meer weten? Wilt u meer informatie of advies over de werk- kostenregeling en hoe u daar met het oog op de verlaging van de vrije ruimte volgend jaar opti- maal gebruik maakt? Neem dan contact op met onze specialisten. Wij zijn u graag van dienst!


Drs. A. Verdoorn RB Fiscalist bij DRV Accountants & Adviseurs


Trapezium 150 3364 DL Sliedrecht T 0184 414 766 I www.drv.nl


Meld u nu aan voor de nieuwsbrief


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40