016 Interview
dunste man op aarde. Je weet van tevoren: als je de spotlight pakt, krijg je gezeik.” Hij trekt wel een grens tussen beledigingen en bedreigingen. “Doodsbedreigingen heb ik bij de politie gemeld. Beledigen mag, maar bedreigen, ook al komt het voort uit onmacht, is onacceptabel.” Al kan hij online bedreigingen met zijn achtergrond wel enigszins relativeren. Jarenlang heeft Brahma in conflictgebieden gewerkt. “Ik ben met stokken geslagen, ik weet hoe het is om gebombardeerd te worden, om een pistool tegen je hoofd en een mes tegen je buik te krijgen.” De drang om in dit soort gebieden te werken,
wakkert op verschillende momenten in Brah- ma’s leven aan. Allereerst door zijn ouders. Zij gieten hem met de paplepel in dat je eerst iets voor een ander en pas daarna iets voor jezelf doet. En ze laten hem de wereld zien. Het gezin reist veel, regelmatig naar India, waar Brahma’s vader is geboren en getogen. “Van jongs af aan ben ik blootgesteld aan allerlei culturen. Zag ik armoede, klassenverschillen. Daarnaast is lezen altijd een soort verslaving geweest. Over van alles: economie, religie, ontwikkeling. Al heb ik ook van het studentenleven genoten hoor. Ik was een notoir feestbeest.”
Genocide in Rwanda In 1994, halverwege zijn studie geneeskunde, verandert zijn kijk op de wereld als Brahma beelden ziet van de genocide die zich in Rwanda voltrekt. “Militia hakten met machetes in op weerloze burgers, maar de wereld keek de an- dere kant op. Dat mensen elkaar doodmaken, is erg. Maar de onverschilligheid daarover vond ik nog erger. Dat heeft mij enorm geraakt. Ik dacht: als ik ooit de kans krijg, wil ik dáár werken.” Met zijn artsenbul op zak gaat Brahma eerst
naar India om zijn roots beter te leren kennen en werkervaring op te doen. “Die periode is vormend geweest voor de rest van mijn leven.” Het is ruim twintig jaar geleden, maar het beeld van een ernstig zieke vrouw met twee zieke kinderen komt direct bij hem boven. “Ze hadden kala azar, zwarte koorts. Haar man was daaraan al overleden. In Calcutta zouden ze behandeld kunnen worden, maar de vrouw wilde niet mee. Ze geloofde in natuurgeneeswijze, wat beteken- de dat zij en haar kinderen zouden sterven. Dat deed me veel, maar het was ook een belangrijke les. Je kunt nog zoveel kennis en vaardigheden hebben, als je iemand niet kunt bereiken, kom je nergens. Tijdens mijn studie trok de curatieve wereld me ook, maar in India heb ik besloten om me op de maatschappij als geheel te richten: ziektes voorkomen en mensen iets leren.” In eerste instantie over de grens. Na een
master tropical medicine in Londen solliciteert Brahma bij Artsen zonder Grenzen en komt hij in Burundi terecht, waar ze kampen met de
CURRICULUM VITAE
Ashis Brahma (1971) geboren in Culemborg
1990-1999
geneeskunde, Universiteit van Amsterdam 1999-2001
medical officer/arts, diverse klinieken, India en Nepal 2001-2002
master Tropical Medicine and International Health,
London School of Hygiene and Tropical Medicine,
Londen; diploma Tropical Medicine and Health 2002-2009
arts in de tropen/public health doctor/docent, in Afrika en Azië, o.a. via Artsen zonder Grenzen 2009-2013
diverse werkzaamheden (o.a. chief medical officer
en head of tropical medical clinic) in diverse klinieken, Oeganda
2011-2016
programmaleider en docent publieke gezondheid, Virtual University of Uganda 2013-2015
forensische geneeskunde, NSPOH
2013-2021
forensisch arts en arts afdeling infectieziekte- bestrijding, GGD NOG 2016
medeoprichter stichting Werkgroep Zorg 2025 2016-heden
visiting professor publieke gezondheid, Nexus
International University 2019-heden
medeoprichter stichting Prep Direct 2020-heden
freelance forensisch arts, GGD Twente 2021-heden arts afdeling
infectieziektebestrijding, GGD Amsterdam
naweeën van de genocide. “Ik blufte dat ik Frans sprak.” Weer die lach: “Je moet een beetje durf hebben in het leven.” Vervolgens werkt hij in onder andere Rwanda, (Zuid-)Soedan, Ethiopië en Tsjaad. “In gebieden waar de beschaving het verst weg is, is menselijkheid het dichtstbij. Dat is zo verrijkend om mee te maken. De veer- kracht, de waardigheid, het gevoel voor humor van mensen die alles hebben verloren, gedehu- maniseerd worden, dat heeft diepe indruk op mij gemaakt.” Daarin ziet hij een gelijkenis met de eerste
coronagolf in Nederland. “De verpleeghuizen zijn toen behoorlijk in de steek gelaten, dan zeg ik het nog heel aardig. In een verpleeghuis waar mensen van Indische komaf wonen, stierven 71 van de 100 bewoners. Hoe dat huis draaiende werd gehouden door familieleden, vrijwilligers en een of twee professionals – de rest was ziek – deed me denken aan Afrika: zoveel liefde, waardigheid en humor tijdens zo’n harde klap. Ik vind het fantastisch om te zien hoe Neder- land, het overgrote deel van Nederland, opstaat als het misgaat.”
Geëvacueerd In zijn ‘Afrikaanse jaren’ ziet Brahma het vaak misgaan, op gruwelijke wijze. Dat gaat hem niet in de koude kleren zitten. “Mijn chauffeur werd neergeschoten. In Burundi zag ik de smeulende restanten van een uitgebrand dorp. In Tsjaad werd ik geëvacueerd door Franse militairen omdat rebellen de hoofdstad binnenvielen. Ik werkte in het streekziekenhuis, was bezig een stichting op te richten tegen blindheid, gaf les op de universiteit. Overal waar ik heb gewerkt, probeerde ik mezelf zo snel mogelijk overbodig te maken. Ik verdiende nauwelijks iets, maar was wel gelukkig. Dat ik daar weg moest en in een vliegtuig kón stappen en anderen niet, daar heb ik een tik van gekregen.” Voor en na een burn-out trekt Brahma door
de Verenigde Staten om te vertellen wat hij in Afrika heeft meegemaakt. “In moskeeën en synagogen, op kleuterscholen, op radio en tv. Ik wil laten zien dat we als mensen verbonden zijn en het hielp om mijn eigen leed te verwerken.” In Oeganda vindt hij een ‘wat rustiger leven’. Hij helpt een ziekenhuis op te zetten en geeft les op de universiteit, waaraan hij nog altijd als ‘visi- ting professor’ verbonden is. Hij ontmoet er zijn (inmiddels ex-)vrouw en krijgt er twee kinderen. Dat is een belangrijke reden om in 2013 terug te keren naar Nederland. “Ik wilde een veilig bestaan voor de kinderen en ik zat op zwart zaad. Ik werkte al tien jaar als dokter, maar voor een vliegticket moest ik bij mijn ouders aanklop- pen.” Omdat hij zich al zijn hele leven bezighoudt met infectieziekten ligt een opleiding tot arts
<
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92